De relevantie van een naam, seksuele voorkeur en kroost

Wie weet er niet hoe Volkert verder heet? Er was veel te doen om het proefverlof van ‘Van der G.’, zoals de krant hem blijft noemen. Reden: de krant beschermt de privacy van verdachten, veroordeelden en hun familie, zolang het niet gaat om mensen die al „algemeen bekend” waren toen ze verdachte werden (dat is de ‘potsierlijkheidsregel’).

Maar hoe zit het met gewone burgers die niet verdacht of veroordeeld zijn?

In een stuk van verslaggever Andreas Kouwenhoven over bedreigingen aan het adres van Van der G. (Oproepen tot wraak, 3 oktober) werden drie personen met naam genoemd. Eén twitteraar („Hulde voor wie Volkert van der G. een rechtvaardige straf toebrengt”) en twee reageerders op internetfora („Ik zou hem dolgraag zelf willen afschieten”, plus een pleidooi voor een fonds voor wie „de adder afknald”).

Een lezer vindt het „krom” dat de krant een moordenaar beschermt, terwijl „personen die wellicht in een opwelling een boze reactie hebben gegeven” met naam en toenaam in de kolommen (en op de site) belanden. Trouwens, die hele regel is raar, vindt hij. „Of schrijven jullie ook over ene Balthasar G. die Willem van Oranje heeft vermoord?”

Nou, dat laatste niet – een proefverlof voor die G. zit er al helemaal niet meer in, en ik denk ook niet dat er nog nazaten van hem leven die zich zorgen moeten maken om hun veiligheid als de krant zijn achternaam vermeldt.

Maar de lezer heeft wel een goed punt. Moet je mensen die zich zo uiten, wie weet opgefokt of dronken achter de laptop, in de krant noemen?

Tja. Voorop moet toch blijven staan: wie op Twitter of op zo’n forum publiekelijk zijn mening ventileert, moet er rekening mee houden dat die wordt opgepikt (en ook heel lang, mogelijk eindeloos, bewaard blijft). Welkom op op het Web.

Maar een krant heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. En dan moeten er twee belangen worden afgewogen: controleerbaarheid en relevantie. Het noemen van namen maakt citaten controleerbaar, dat is één. In de Amerikaanse serie The Wire krijgt een verslaggever van de redactiechef op zijn kop omdat hij met anonieme citaten terugkomt van een demonstratie. Hoe weet de lezer dat die niet uit zijn duim gezogen zijn?

Dat de personen in kwestie niet bekend zijn maar gewone burgers, is dus op zichzelf nog geen argument om hun namen niet in de krant te zetten.

Maar dan twee: relevantie. Hoe relevant is, bijvoorbeeld, de naam van één demonstrant die in een actievergadering van duizend vuilnismannen roept ‘Meer loon voor vuilnismannen!’? Ja, tenzij het Mark Rutte is, natuurlijk.

Nu gaat het in dit geval om extreme uitingen: doodswensen of bedreigingen. Dan lijkt het me wel raadzaam je nog eens af te vragen of die naam erbij moet. Zeker als het louter gaat om een voorbeeld, of om een staccato opsomming waar je verder niets mee doet, zoals: de betrokkene om uitleg of toelichting vragen. Trouwens, nagaan of de naam wel écht is, en niet gefingeerd, kan ook geen kwaad.

Ik vroeg die ene twitteraar (vijf volgers) wat hij er achteraf zelf van vond.

Hij bleek abonnee en had het al gezien. Niet in de juiste context geplaatst, klaagde hij, want hij had alleen gesproken van „een rechtvaardige straf”. Wat die dan inhield, maakte hij mij niet duidelijk. In andere tweets vraagt hij waarom Volkert „eigenlijk rechten heeft”.

Kortom, die tweet stond wat mij betreft in de juiste context.

Maar het andere citaat, van dat „dolgraag” zelf afknallen, blijkt twee jaar oud. Het stamt uit 2011, uit een eerdere ronde publieke opwinding. Inderdaad, dat had er bij moeten staan, vindt ook de verslaggever, want nu wekt het stuk de indruk alsof deze dame nog steeds dolgraag wil – en dat weten we niet.

Nóg meer (of minder) privacy: in een diplomatieke rel.

Woensdag meldde de krant, in een zinnetje op de voorpagina: „Diplomaat Elderenbosch is homoseksueel” (Conflict met Russen op scherp, 16 oktober). Dat stond in het bericht over de mishandeling van de Nederlandse diplomaat in zijn woning in Moskou. Op een spiegel werd een hart getekend en geschreven: LGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender).

Waarom meldde de krant zijn seksuele geaardheid? Is die niet privé? Veel andere media lieten het achterwege.

Daar is op de redactie tevoren over gesproken en de keus was duidelijk: wél vermelden, omdat het van belang is voor de zaak. Het kan immers, met die leus op de spiegel, mede verklaren waarom juist Elderenbosch doelwit werd.

Bovendien, zegt oud-correspondent in Rusland Hubert Smeets die het bericht maakte: de diplomaat heeft nooit een geheim gemaakt van zijn geaardheid, ook niet in Rusland. Het gaat dus niet om een ‘onthulling’ of een outing.

Terecht om het dan, kort en feitelijk, te melden, vind ik. Het gaat er tenslotte om lezers informatie te bieden die hen kan helpen nieuwsfeiten te begrijpen. Bovendien, als je het niet noemt (of: ‘verzwijgt’, zoals het tegenwoordig heet) lijkt het net of er een enorm taboe rust op homoseksualiteit van politici of topambtenaren – wat we in Nederland toch niet graag van onszelf willen denken.

Nog iets: hoe privé zijn kinderen?

Een andere Buitenlandredacteur schreef een kort portret van Sigrid Kaag, leider van de missie naar Syrië (VN-chef kiest Nederlandse Kaag om gifgasmissie Syrië te leiden, 14 oktober). Hij had daarin ook vermeld dat zij vier kinderen heeft.

Maar in de krant waren de kinderen opeens verdwenen en was Kaag alleen „getrouwd met een Palestijnse man”. De eindredacteur vond de informatie over de kinderen in zo’n zakelijk stuk niet relevant. Wél in een uitvoerig, persoonlijk portret. En waarom lees je zoiets over een topvrouw en zelden over een topman?

Goed punt – die kinderen waren wel iets van een hors d’oeuvre. Maar toch vond ik ze hier wel passen: het stuk beoogde tenslotte een beeld te geven van een persoon in het nieuws, en daar hoort biografische informatie bij – in tekst of kader.

En wat de mannen betreft, zou ik zeggen: vermeld het bij hen gewoon óók.

Reacties: ombudsman@nrc.nl