De bloedtest zegt genoeg:

je hebt dengue

De correspondent

Joeri Boom in India

Rajwanti, onze huishoudster, weet het zeker: papaja is hét medicijn tegen dengue, de tropische ziekte die elk jaar tijdens de moesson (van juli tot oktober) de kop opsteekt. Met ferme bewegingen snijdt ze de papaja doormidden en begint het oranje vruchtvlees in stukjes te verdelen. Alsof ik door de ziekte ook niet meer kan kauwen. Vorig jaar schreef ik ook over dengue. Toen nog als toeschouwer. Ik woonde net in India en het viel me op hoe bang Indiërs waren voor die mysterieuze ziekte. Dengue heet in Nederland ‘knokkelkoorts’ wegens de pijn in spieren en gewrichten. Een treffende naam, weet ik nu.

Op een ochtend werd ik gebroken wakker. Alsof ik uit mijn bed op de rotsen was gesmeten. Die middag knalde de koorts erin. Drie dagen weigerde ik de gedachte toe te laten dat ik dengue kon hebben. De symptomen leken op chikungunya, dat hier eveneens heerst en minder ernstig is. Je gaat er in elk geval niet, zoals bij hevige dengue, bloed van spugen. Maar een gang naar de dokter om de hoek werd toch noodzakelijk. Een paar honderd meter lopen, meer niet. Ik was uitgeput toen ik aankwam. Dengue wordt van mens op mens overgebracht door de Aziatische tijgermug, die inmiddels over de wereld is uitgezwermd. Hij wordt ook sporadisch in Nederland gesignaleerd. Het virus veroorzaakt een lage bloeddruk en een snelle afname van bloedplaatjes. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waren er in 2010 ruim 2,3 miljoen denguegevallen. Jaarlijks krijgen naar schatting 500.000 mensen ‘zware dengue’, met bloedingen en orgaanuitval. Van hen sterft 2,5 procent. „Geen tandenborstel meer gebruiken. Poets maar met wat tandpasta op je vinger”, zei dokter Monica Mahajan. „Als je tandvlees gaat bloeden, meteen naar het ziekenhuis.”

Veel artsen zijn gestopt met het centraal aanmelden van gevallen, omdat die aan zo’n uitvoerige checklist moeten voldoen, dat er maar weinig de officiële statistieken halen. „De bloedtest zegt genoeg”, zei dokter Mahajan. „Jij hebt dengue.” Ik vroeg of ik in de statistiek terecht zou komen. Ze lachte. Wekenlang nam het aantal gevallen dat ze vaststelde met tientallen toe, en zij is niet de enige arts in Zuid-Delhi. Maar het officiële denguecijfer zag ze nauwelijks stijgen. Toen het grootste diagnostische laboratorium van Delhi meldde dat het ruim 1.350 mensen positief had getest, lag het officiële cijfer op 520. Nog geen twee weken later was dat te lage officiële cijfer de 3.000-grens gepasseerd. Sommige ziekenhuizen krijgen zoveel denguepatiënten te verstouwen dat ze mensen moeten weigeren.

De terughoudendheid van de overheid heeft een reden: er is geen medicijn tegen dengue, en iedereen wijst naar de autoriteiten omdat die de muggen niet goed zouden bestrijden. „Wij moeten parken muggenvrij houden. De mensen moeten zelf hun huizen en tuinen controleren. Wij hebben niet genoeg personeel om dat te doen”, zei P.K. Sharma, leider van een gemeentelijk anti-muggenteam vorig jaar. Er zijn hoopvolle berichten over de ontwikkeling van een vaccin dat zou beschermen tegen de vier verschillende denguevarianten. „Dat zou ik niet serieus nemen”, mailt een Nederlandse vriendin die promoveert in de immunologie. En dus rest ons alleen de papaja. De vrucht zou het aantal bloedplaatjes doen stijgen en helpen tegen kanker. Althans: volgens ayurvedische ‘wetenschappers’, gelouterd in de 3.000 jaar oude Indiase alternatieve geneeskunde.