Carrière? Gezin? Ik ga liever hardlopen

Miranda Boonstra en de marathon – het leek jaren geen match Nu richt de 41-jarige atlete zich op die discipline op de Olympische Spelen Zondag hoopt ze in Amsterdam een Nederlands record te lopen

Redacteur Sport

Ze heeft een verbond met het asfalt gesloten. Om te lopen, dagenlang, kilometers ver. Voorlopige bestemming: Rio de Janeiro. Verwachte aankomst: ergens in augustus 2016, om aan de Olympische Spelen mee te doen. Reëel doel voor een marathonloopster, toch? Maar ook voor een vrouw van 41 jaar? Wat drijft Miranda Boonstra? Bewijsdrift? Prestatiedrang? „Wat dacht je van passie”, pareert ze grijzend.

Stoppen? Daar ziet Boonstra geen reden toe zolang het lichaam meewerkt en de geest gretig is. „Het is zo gaaf iets te kunnen wat niet iedereen kan. Je lichaam zodanig trainen dat je steeds persoonlijke records verbetert. Ik heb een talent waar ik van geniet en dat ik wil gebruiken. Ik ben in 2010 gepromoveerd in de medische wetenschappen. Jarenlang onderzoek gedaan. Dat was leuk om te doen, maar ik vind hardlopen vele malen leuker.”

Hoe zit het dan met haar maatschappelijke loopbaan? Dat boeit Boonstra totaal niet. Vol overtuiging: „Daar heb ik niet zo veel mee. Wat is het verschil met een sportloopbaan? Ik ben niet zo van keuzes maken. Ik doe gewoon wat ik doe. Zo lang het kan, blijf ik lopen. Als dat niet meer mogelijk is zoek ik iets anders. Ik denk er niet over na wat ik hierna zal doen. Ik zie wel. Nee, ik ben geen planner. Ja, in voorbereiding op de marathon van Amsterdam moest ik wel. Maar voor de rest ben ik niet heel erg gestructureerd.”

Ik ben niet zo’n zorgzaam type

En kinderen? Wilde ze geen gezin stichten? Kom daar niet mee aan bij Boonstra. Recht uit haar hart: „Er komen geen kinderen. Nooit gewild. Waarom zou dat moeten? Uit een soort oergevoel om je voort te planten? Ik heb helemaal geen behoefte die verantwoordelijkheid te nemen. Mijn vriend evenmin. Ik vind het prima zo. Begrijp me goed, ik heb geen hekel aan kinderen, helemaal niet. Maar ik hoef ze niet zelf. Ik ben niet zo’n zorgzaam type.”

Nee, dat is niet gangbaar. Maar dat kan Boonstra niet schelen. Een tikje fel: „Het is ook niet gangbaar om op je 41ste nog 2.26,00 op de marathon te willen lopen. Het is bepaald niet mijn streven gangbaar te zijn, maar om datgene te bereiken wat ik graag wil. Zo moeilijk is het leven niet; ik houd het graag overzichtelijk.”

Boonstra en de marathon, dat leek jarenlang een verkeerde match. Op de baan, daar voelde ze zich thuis. In haar specialisme, de 3.000 meter steeplechase, was ze jarenlang de beste van Nederland. Boonstra bezit nog steeds het nationaal record (9.38,40). Als tussendoortje heeft ze in 2001 de marathon van Rotterdam gelopen. Tot haar afgrijzen. „Ik vond het helemaal niks. Ik voelde al na één kilometer hoe zwaar het was en ik ben helemaal kapot gegaan, hoewel mijn tijd van 2.49-nog-wat eigenlijk best goed was.”

Op latere leeftijd verliep Boonstra’s overstap naar de marathon organisch. Een voetblessure verhinderde deelname aan de WK in 2009, waarna ze in 2010 merkte dat de scherpte op de steeple er wel af was. Kenners hadden haar al eens verteld dat ze die energiezuinige pas heeft waarin de benen niet te hoog worden geheven, de marathonpas dus. De tijd was rijp voor een wisseling van discipline. Haar eerste echte marathon, drie jaar terug in Amsterdam, was een eyeopener. Goed getraind kon ze de afstand aan en was ze dat ‘rotgevoel van 2001’ kwijt. En haar tijd van 2.34,22 was perspectiefvol. Of zoals ze zelf zegt: „Daar kun je mee vooruit.”

In sport klinkt te weinig protest

De vooruitgang stagneerde toen Boonstra in 2012 in Rotterdam met een tijd van 2.27,32 acht seconden tekort kwam voor deelname aan de Spelen van Londen en ze een rechtszaak tegen sportkoepel NOC*NSF verloor. De verontwaardiging daarover is nog steeds niet verdwenen.

Boonstra gruwt van die strenge limieten voor Nederlandse sporters en is blij dat NOC*NSF overweegt een systeem toe te passen waarin de internationale limieten het uitgangspunt zijn. „Het is reëel één lijn met andere landen te trekken. Niks is frustrerender dan bij de Spelen atleten aan de start te zien staan die langzamer zijn dan jij. Mij is de kans ontnomen te staan waar ik had moeten staan.”

Als het op verzet aankomt, moet je bij Boonstra zijn. Die houdt haar mond niet bij onrecht. Ze heeft zo haar anarchistische trekjes. „Als ik in de jaren zestig was opgegroeid, zou ik vast en zeker op de barricaden hebben gestaan. Ik vind dat er in de sport te weinig protest klinkt. Als er in de culturele wereld wordt bezuinigd, wordt er gedemonstreerd. Als door NOC*NSF op de topsportprogramma’s wordt gekort, hoor je niemand. Sporters laten het over zich heenkomen. Ik vind dat de investeringen te eenzijdig op het winnen van medailles zijn gericht. Wie geen medaille kan winnen telt niet mee, die wordt, zoals in mijn geval, aan de kant geschoven. Maar als je vijftiende wordt op de marathon ben je gewoon een topsporter die wereldwijd aanzien geniet. En dat vormbehoud, ook zo’n rare gedachte. Ik vind dat schijnzekerheid. Als sporter ben je ervoor verantwoordelijk op de wedstrijddag in vorm te zijn. Heb vertrouwen in sporters die ruim voor de Olympische Spelen de limiet hebben gelopen.”

Zondag in Amsterdam wil Boonstra een nieuwe stap op de marathon zetten. Onder de 2.27,00 lopen, en als het even kan onder de oude Nederlandse recordtijd van 2.26,30 van Carla Beurskens. Ze kijkt er reikhalzend naar uit. „Want het is zó gaaf de strijd met je lichaam te winnen.”

    • Henk Stouwdam