‘Bijna 1 op de 10 zegt slachtoffer huiselijk geweld te zijn’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding:

De overheid doet haar best om huiselijk geweld tegen te gaan – denk aan de campagne met het liedje ‘Het houdt niet op, niet vanzelf’. Maar het kan altijd beter, vindt fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam Marjolein Moorman. Zij pleitte deze week in het Radio 1-programma Goedemorgen Nederland voor meer prioriteit bij de politie. Presentator Sven Kockelmann zei in dat gesprek dat „bijna 1 op de 10 Nederlanders in de afgelopen vijf jaar op de een of andere manier slachtoffer van huiselijk geweld zegt te zijn geweest”. (Gesproken taal doet het niet altijd goed op papier – maar dit terzijde.) Wij checken of dat klopt.

Waar is het op gebaseerd?

Bespotten, bedreigen, slaan, bijten, schelden. Wat er achter de voordeur plaatsvindt – cliché, maar waar – is vaak moeilijk te peilen. Toch probeert de overheid erachter te komen hoeveel huiselijk geweld er is in Nederland. De laatste grote studie hiernaar, door het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC), onderdeel van ministerie van Veiligheid en Justitie, verscheen in 2010. Onder de naam (hou je vast): Huiselijk geweld in Nederland. Overkoepelend syntheserapport van het vangst-hervangst-, slachtoffer- en daderonderzoek 2007-2010.

En, klopt het?

Een deelstudie in dit rapport over de omvang van het aantal slachtoffers (Van der Heijden en Van Gils, 2009) schat dat er tussen 2004 en 2007 jaarlijks tussen de 160.000 en 200.000 slachtoffers van huiselijk geweld zijn. Op basis van de informatie die wél beschikbaar is, maken de onderzoekers een schatting van de informatie die er níét is. Niet ieder geval van mishandeling komt immers bij de politie terecht. Slachtoffers houden zich soms stil uit angst, of willen niet klikken over hun partner. Met wiskundige modellen wordt getracht een beeld te geven van de samenleving als geheel. Een rekenmethode die oorspronkelijk afkomstig is uit de biologie, zegt onderzoeker Peter van der Heijden, hoofd van het Departement Maatschappijwetenschappen en Methoden en Statistiek aan de Universiteit Utrecht. Deze methode wordt ook gebruikt voor het schatten van het aantal illegalen.

Er wordt in het rapport nóg een conclusie gepresenteerd van het aantal slachtoffers: „ruim 9 procent” van de volwassen Nederlandse bevolking was de voorgaande vijf jaar slachtoffer van evident huiselijk geweld. Dat getal komt uit een self-report-onderzoek door Intomart (Van Dijk, Van Veen en Cox, 2010). Respondenten, allemaal achttien jaar of ouder, gaven zelf aan welke vormen van huiselijk geweld ze de afgelopen vijf jaar al dan niet hadden meegemaakt.

Onderzoekers maken in de evaluatie onderscheid tussen ‘evident huiselijk geweld’ en ‘incidenten in de huiselijke kring’. Een paar voorbeelden van evident geweld: ‘in de gaten houden/volgen’, ‘verwonden met een mes of wapen’, ‘verstikken/wurgen/branden’ en alle vormen van seksueel geweld.

Maar ook vaker – minstens tien keer – voorkomende lichtere vergrijpen worden aangeduid als evident huiselijk geweld. Denk aan: vaak thuis met spullen gooien, je partner meerdere malen verbieden afspraken te maken of met anderen te praten op feestjes.

Uit het onderzoek van Intomart kwam dat 648 van de 6.427 respondenten de afgelopen vijf jaar te maken hadden met ‘evident’ huiselijk geweld. Na een correctie voor representativiteit kwamen de onderzoekers uit op het percentage van 9 procent, legt Henk van der Veen van onderzoekscentrum WODC uit. Omgerekend naar de bevolking van achttien jaar en ouder levert dat „een ruwe schatting van 1.170.000 slachtoffers op over de laatste vijf jaar”, aldus Van der Veen. Als je deze 1.170.000 deelt door 5 (we hadden immers een vraag over voorvallen van huiselijk geweld over de laatste vijf jaar) komt dat uit op de grove jaarschatting van 230.000. Overigens is het onderzoek gedaan in 2008, en gaat dus vanaf dan vijf jaar terug. Het gaat dus niet over de afgelopen vijf jaar.

Het aantal mensen dat zelf zegt slachtoffer zegt te zijn van huiselijk geweld ligt dus vrij dicht bij het aantal van tussen de 160.000 en 200.000 dat uit ander onderzoek op basis van politiegegevens kwam. Er is natuurlijk nog wel een verschil van minimaal 30.000 mensen, zegt Van der Veen. Een mogelijke verklaring is dat het self-report-onderzoek ook naar vaker voorkomende ‘lichtere’ vormen van huiselijk geweld vraagt. Het ligt minder voor de hand dat je snel naar de politie stapt als je niet met andere mensen mag praten op feestjes, ook niet als het vaak gebeurt. En daarnaast, vindt Van der Veen, „is iedere schatting met onzekerheid omkleed. Je kunt ook geen schatting maken. Dan heb je niets.”

Conclusie

Bijna 1 op de 10 Nederlanders zegt in de afgelopen vijf jaar „op de een of andere manier” slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld, zei Sven Kockelmann dinsdag in Goedemorgen Nederland. Uit Intomart-onderzoek blijkt inderdaad dat bijna 10 procent van de Nederlanders de afgelopen vijf jaar – naar eigen zeggen – te maken heeft gehad met ernstig (of evident) huiselijk geweld. „Op de een of andere manier” is dus nog mild uitgedrukt. Een ander, onafhankelijk onderzoek op basis van politiegegevens benadert deze conclusie. Het onderzoek van Intomart is wel alleen gedaan onder volwassenen en geldt dus ook voor die groep. Daarnaast is het vijf jaar geleden afgenomen en gaat dus niet over de afgelopen vijf jaar. We beoordelen deze uitspraak daarom als grotendeels waar.