Betrouwbaarheid van internet moet snel hersteld worden

Terwijl het internet de afgelopen jaren steeds belangijker is geworden in het dagelijks leven, de economie, de media en de politiek, zijn er ook steeds meer redenen om aan de betrouwbaarheid van het internet te twijfelen. Dat is ernstig. Want we zijn er in amper twintig jaar behoorlijk afhankelijk van geworden. Zonder internet is het goed functioneren van onze maatschappij nog maar moeilijk denkbaar. Ongeveer een derde van de wereldbevolking maakt er gebruik van. En het internetverkeer zal nog sterk groeien, vooral in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten.

Maar het idee dat dit prachtige, open netwerk, dat in principe iedereen met iedereen verbindt, louter een zegen is voor de mensheid valt niet meer vol te houden. Websites en computers worden via het internet op grote schaal belaagd door virussen, hackers en cybercriminelen. Bedrijven maken persoonlijke gegevens van internetgebruikers massaal tot handelswaar. Spionage, in allerlei vormen, is door het internet op voorheen ongekende schaal mogelijk. Terroristische activiteiten worden er voorbereid. En oorlogen zullen zich in de toekomst tenminste deels in cyberspace afspelen.

Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat landen maatregelen nemen om zich te beveiligen. Ze willen hun nationale soevereiniteit ook op het wereldwijde netwerk kunnen uitoefenen.

Maar aan die groeiende rol van overheden op internet kleven wezenlijke bezwaren. Juist de decentrale structuur van het internet heeft zijn groei mogelijk gemaakt: niemand was de baas, duizend bloemen konden bloeien. Nu regeringen hun gezag op internet meer laten gelden, door regulering of door toezicht, doorkruisen ze die oorspronkelijke opzet. Dat kan gebeuren om misdaad te bestrijden, om terrorisme te voorkomen of om politieke oppositiebewegingen dwars te zitten. Maar wát de motivatie ook is: in meer of mindere mate gaat het altijd ten koste van de vrijheid op het net.

Daar komt bij dat ook het wereld omspannende karakter van het internet onder druk staat. Door de barrières die landen opwerpen om burgers van bepaalde gevaren, producten of ideeën af te schermen, dreigt zich een ‘balkanisering’ van het internet te voltrekken. Op de informatiesnelweg verrijzen steeds meer grenzen. Dat is een slechte zaak – voor de vrije uitwisseling van ideeën, voor de bruikbaarheid van het internet als internationaal platform en ook voor het internet als motor van economische activiteit.

De Verenigde Staten hebben zich altijd opgeworpen als pleitbezorger van een vrij en open internet, met een bescheiden rol voor overheden. Autoritair geregeerde landen als China willen juist greep houden op het internet en zijn gebruikers.

Voor de toekomst van het internet is het van groot belang dat zo veel mogelijk van het oorspronkelijke, open model blijft bestaan. Maar uitgerekend Amerika heeft de tegenstanders van dat model in de kaart gespeeld. De onthullingen van klokkenluider Edward Snowden hebben laten zien hoe de Amerikaanse overheid, onder het mom van terreurbestrijding, onvoorstelbaar grote hoeveelheden internetgegevens van Amerikanen en buitenlanders verzamelt en opslaat. Bovendien blijken Amerikaanse IT-bedrijven, al dan niet gedwongen, met de inlichtingendienst NSA samen te werken.

Daarmee heeft Washington niet alleen landen als China bevestigd in hun geloof dat ze zich beter een eigen, afgeschermd internet kunnen aanmeten. Ook Amerikaanse bondgenoten, van Brazilië tot Duitsland, bezinnen zich nu op maatregelen, omdat de manier waarop Amerika zijn sterke positie op het net uitbuit hen tegen de borst stuit. Naast het afkalvende vertrouwen in het internet, is er nu dus ook een ernstige vertrouwensbreuk tussen de VS en bevriende landen over de vraag wat acceptabel gedrag is op het net.

Die dubbele vertrouwenscrisis moet dringend opgelost worden. Dat kan beginnen met een internationale gedragscode, waarin de privacy van individuele gebruikers en een terughoudende rol van de overheid gegarandeerd worden. Eerst zou de Europese Unie het daarover eens moeten worden, om vervolgens de VS, China en andere landen en belanghebbenden erbij te betrekken. Zij allen hebben belang bij een betrouwbaar internet, al was het maar uit economische overwegingen. Worden de zaken op hun beloop gelaten, dan dreigt van het open en wereldwijde karakter van het internet weinig over te blijven.