Betere bescherming van dierlijke levens leidt tot meer proeven

Daags na Werelddierendag op 4 oktober besteedde NRC Handelsblad aandacht aan leed bij ongewervelde dieren en in het bijzonder aan pijnperceptie. Auteur Tamar Stelling concludeert in het artikel Ongewerveld leed dat ongewervelden pijn lijden.

Pijnperceptie is ook onderwerp geweest van voorbereidende studie bij de totstandkoming van de nieuwe Europese dierproevenrichtlijn 2010/63. Deze richtlijn had op 1 januari 2013 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd moeten zijn. Dat is echter nog niet gebeurd. De wetswijziging van de Wet op de dierproeven ligt nu bij de Tweede Kamer.

De richtlijn hanteert in zijn definitie van een dierproef een prik met een injectienaald als ondergrens. Een prik zou enig leed veroorzaken bij een zoogdier en dan is sprake van een dierproef. Alleen al dit criterium zal meer dieren onder de bescherming van de wet brengen. Toegepast op ongewervelde dieren is de naaldprik misschien geen bruikbaar criterium, maar ook andere vormen van welzijnsaantasting (behalve mogelijke pijn is dat ziekte, angst en stress) moeten hierbij worden betrokken.

De Europese Commissie is niet over één nacht ijs gegaan. Een uitgebreide voorbereidende studie uit 2005 getiteld Aspects of the biology and welfare of animals used for experimental and other scientific purposes (als pdf te vinden via nrch.nl/34z6) gaat uitgebreid in op het beschermen van dierlijke levensvormen op basis van welzijnsoverwegingen. Er is onder meer een aantal soorten ongewervelde diersoorten in beschouwing genomen. Dit heeft ertoe geleid dat ook inktvissen en foetussen van zoogdieren tijdens het laatste deel van de ontwikkeling, onder de bescherming van de richtlijn zijn gebracht.

Natuurlijk is het een goede zaak dat de richtlijn en daarmee ook onze wetgeving nog meer dierlijke levensvormen nog beter zal beschermen. Tot minder dierproeven leidt het echter allerminst. Integendeel. Zowel de ondergrens van de definitie van een dierproef als het beschermen van meer dierlijke levensvormen zal leiden tot aanzienlijk meer dierproeven.