Zwerven, zonder thuis, in een wispelturig, richtingsloos boek

In 2003 liet Mirjam Rotenstreich zich interviewen door het tijdschrift Literatuur. Het ging over de roman die ze na haar debuut Salieristraat No 100 (2002) aan het schrijven was. Ze vertelde dat ze niet langer als ‘de vrouw van’ gezien wenste te worden, maar als iemand die zelf ideeën had over hoe je moest schrijven. Ze meende toen nog haar tweede boek wel in twee of drie jaar af te zullen krijgen. Maar het zouden er tien worden. Het overlijden van haar zoon, in 2010, zorgde voor extra oponthoud.

Zou het met het langdurige schrijfproces te maken hebben dat Verloren mensen zo’n merkwaardig, richtingloos boek is geworden? De titel wekt al meteen enige bevreemding. Wie zijn die verloren mensen? In de roman is sprake van Joodse kampslachtoffers, op sterven na dood, die ook wel muzelmannen werden genoemd. Maar ‘verloren’ heten hier ook de nakomelingen van de veertien Duitse gezinnen die eind negentiende eeuw naar de binnenlanden van Paraguay trokken om daar een nieuw raszuiver Duitsland te stichten, Nueva Germania. Interessant, maar wat wil Rotenstreich ermee zeggen? Moeten we met die sneue, gedegenereerde Paraguyaanse Duitsers net zoveel medelijden hebben als met de kampslachtoffers? Zitten ze volgens haar eigenlijk in hetzelfde schuitje?

Hoofdpersoon van de roman is Abbi Mandelbaum, een alleenstaande, kinderloze Joodse vrouw van middelbare leeftijd, die zich verloren voelt, net als de muzelmannen en die Duitse nakomelingen. Ze staat erbij en ze kijkt ernaar. Ze voelt zich niet thuis in ‘de Joodse wereld’, maar eigenlijk toch ook weer wel. Ze kijkt zuinigjes terug op een ongelukkige, door getraumatiseerde ouders getekende jeugd, maar heeft er ook heimwee naar. Verloren mensen is een tweede-generatie-roman, waarin, nogal hapsnap, allerlei herinneringen worden opgehaald. ‘Wat had ze aan die herinneringen? Schoot ze er iets mee op?’ vraagt ze zich af. ‘Abbi bewaarde ze’, staat er dan, ‘om niet te vergeten hoe belangrijk ze voor haar waren.’

Bij het besluiteloze karakter van Abbi hoort ook dat ze tijdens een verblijf in Lugano, waar ze is neergestreken om jeugdherinneringen op te halen aan vroegere vakanties, al snel verliefd raakt op de griezelige, opdringerige verhuurder van het vakantiehuis. Pas wanneer onomstotelijk is vast komen te staan dat de man, zoon van een antisemitische professor, het gemunt heeft op de rabbijn en de synagoge en trouwens ook op Abbi zelf, wordt ze wantrouwig en gaat ze op onderzoek uit, als een heuse detective.

Verloren mensen is dus bepaald geen boek uit één stuk. Het is een therapeutisch zelfhulpboek, maar ook een bont avonturenverhaal met veel spanning en sensatie. Het wil een psychologische roman zijn, met her en der wat snufjes Nietzsche, maar ook een krimi met woeste achtervolgingen, vergiftigde wijn, mysterieuze blikseminslagen, in scène gezette ongelukken, brandstichting, moord en doodslag.

Dat klinkt allemaal behoorlijk onheilspellend, maar de uitkomst van Verloren mensen is dan weer verdacht monter. Voor Abbi, het tweede-generatie-slachtoffer, keert zich het leven op het nippertje toch nog ten goede, nadat zij met ware doodsverachting de gevaarlijke gek heeft uitgeschakeld die het op de Joden had voorzien.

Verloren mensen is het wispelturige boek van een schrijfster die het rechte schrijfpad nog moet zien te vinden.

Janet Luis

    • Janet Luis