Wel een beetje raar

Het was de premièreweek van de documentaire Doe Maar: Dit Is Alles, dus ik nam het zekere voor het onzekere en was extra vroeg opgestaan om kaartjes voor de avondvoorstelling aan te schaffen. Ik voelde me alsof ik Lowlandstickets had bemachtigd bij de eerste verkoopronde. Eindelijk.

Mijn vader wilde graag mee. Het was immers zijn Skunk-plaat waardoor ik al heel jong Doe Maar-fan was geworden. Doe Maar, de band die in 1982 het hele Vondelpark in katzwijm liet vallen met een legendarisch openluchtconcert, en dat enkele jaren geleden nog steeds driekwart Amsterdam op de been wist te krijgen voor reünieconcerten in Paradiso en de Heineken Music Hall. Evenementen waarvoor ik respectievelijk te laat werd geboren dan wel per ongeluk te sloom was geweest om aan tickets te komen. Ik had overigens geen idee dat de band al niet meer bestond toen ik mijn kleuterjuf haarfijn uitlegde hoe je de Cannabis sativa Hollandica moest kweken („We beginnen bij het zaad”). De poster van Ernst Jansz hing jarenlang gewoon naast die van Robbie Williams, Stan uit Goede Tijden en Kurt Cobain (ik begin me nu oprecht af te vragen of ik wel wist dat Kurt dood was of dat Stan in het echt Paul Groot heette – en of ik überhaupt smaak had, maar dat terzijde).

Door het hondenweer fietsen mijn vader en ik ’s avonds naar Het Ketelhuis. Ik ga voor de zekerheid steeds sneller fietsen. Mijn vader doet zijn best om me bij te houden. „Nu weet ik niet meer of ik nat ben van het zweet of de regen”, zegt hij als we onze fietsen op slot zetten.

Eenmaal binnen blijk ik veruit de jongste. Al gauw hoor ik dan ook, wanneer we oude beelden zien, zuchten van herkenning uit de zaal. Vooral naast me. Mijn vader fluistert gedurende de film zeker twintig keer zinnen als „Hierin liep ik ook mee” (anti-kernwapendemonstratie in Amsterdam ’81), „Hier was ik ook bij” (Pinkpop ’83) en „Dit herinner ik me nog als de dag van gisteren” (Doe Maar meldt dat ze uit elkaar gaan in ’84). Ten eerste geloof ik hem niet, ten tweede denk ik: o ja? En waar is dan in godsnaam die vent van toen gebleven? Toen ik hem vorig jaar vertelde dat ik naar een „hippiefestival” (zijn woorden) in Portugal zou gaan heeft hij me ongeveer geld geboden om thuis te blijven, zo eng vond hij het. Hij dreigt ook al jaren om me te onterven als ik weer „zo links” ga stemmen. En terwijl mijn relatie Is dit alles-zingend uitging, is híj onlangs weer getrouwd. Met ringen en alles. En dan zou híj daar joints rokend over de Dam hebben rondgehuppeld tijdens het Festival of Fools in ’78? No way!

De bandleden van de populairste Nederlandse band ooit praten in de documentaire heel openhartig en aanstekelijk over hun avontuurlijke en absurde verleden. Ze sparen zichzelf niet en zijn mild over elkaar. Het zijn wijze, mooie, vriendelijke jongens. Mannen. Ik slik even als halverwege de film tot me doordringt dat ik enige tijd droomde om de Belle Hélène te zijn van een man die ouder is dan mijn vader. Maar ik schrik meer van mijn vader zelf. Niet om hoe hij nu is, maar van hoe hij blijkbaar ooit was.

Ernst zong het al: Alles gaat voorbij / Elke droom vervaagt / Als je je ogen open doet / Je raakt het kwijt.