Weg met de oude wereld

In drie boeken worden de stedenbouw, architectuur en monumentale kunst van de wederopbouw geïnventariseerd. Veel steden kozen voor een ‘extreme make over’.

Een geschenk uit de hemel noemt Koos Bosma – altijd in voor een provocatie – het Duitse bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 in de Atlas van de wederopbouw Nederland 1940-1965. Al vóór de Tweede Wereldoorlog maakten de Rotterdamse bestuurders plannen voor een rigoureuze modernisering van de stad, schrijft de hoogleraar architectuurgeschiedenis Bosma in ‘Geblesseerde steden’, het interessantste van de negen artikelen in de monumentale Atlas . Toen al vonden de Rotterdamse bestuurders en stedenbouwers hun eigen stad oerlelijk en wilden ze er de modernste stad van Nederland van maken, met ruim baan voor de auto. Het bombardement grepen ze aan om het oude, benauwde centrum met zijn rosse buurt tegenover het stadhuis op te ruimen.

Maar sloop was geen noodzaak, betoogt Bosman. Het bombardement op Rotterdam was licht en van de meeste gebouwen stonden de muren na de brand nog overeind. Net als Middelburg, waarvan de binnenstad in mei 1940 ook was vernietigd, had Rotterdam de gebouwen kunnen herstellen. Maar Rotterdam nam afscheid van de oude stad: de muren werden niet gestut, maar zo snel mogelijk gesloopt.

Waar dit uiteindelijk toe heeft geleid is te zien op een van de door de architecten van MUST gemaakte kaarten van dertig (deels) vernietigde binnensteden, naoorlogse woonwijken en landelijke gebieden. Van elk gebied, wijk of stad, waaronder Oostburg, ’t Hool in Eindhoven en de Noordoostpolder, staan vier gedetailleerde kaarten in de Atlas die de situaties in achtereenvolgens 1930, 1945, 1970 en 2010 weergeven. Op die van de oostelijke binnenstad van Rotterdam is te zien hoe dit dichtbebouwde stadsdeel eerst werd weggevaagd door bommen en sloop en vervolgens in een modernistische buitenwijk met ‘licht, lucht en ruimte’ veranderde die na 1970 nog iets voller werd.

Het aanzien van de architectuur van wederopbouw wordt met honderden foto’s en enkele essays uit de doeken gedaan in Monumenten van de wederopbouw Nederland 1940-1965 en in Kunst van de wederopbouw Nederland 1940-1945. De twee boeken zijn, evenals de Atlas, gemaakt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Bij ‘kunst’ gaat het om de mozaïeken, beelden, wandschilderingen en reliëfs die onderdeel zijn van de gebouwen die tijdens wederopbouw werden neergezet. In Monumenten zijn de 187 gebouwen bijeengebracht die de Rijksdienst eerder dit jaar op de lijst van Rijksmonumenten plaatste.

De wederopbouw heeft vooral voor een ongekende bloei van de kerkarchitectuur geleid, zo blijkt uit Monumenten. In de vele nieuwe kerken, maar ook in scholen en overheidsgebouwen als het Raadhuis van Hengelo was het huwelijk tussen architectuur en kunst gelukkiger dan ooit.

In zijn essay zet Bosma uiteen dat er drie manieren van wederopbouw bestaan. De eerste is reparatie, zoals het herstel van de schade die de aanleg van de Atlantikwall, de Duitse verdedigingslinie, langs de Europese kust, in Den Haag had aangericht. Daarnaast is er reconstructie, zoals die van de binnenstad van Middelburg, waarbij Bosma opmerkt dat dit iets anders is dan een kopie. En ten slotte is er de extreme make over, een ‘nieuwe start met hier en daar verdwaalde erfgoedeilanden’, zoals onder veel meer Arnhem, Den Helder, Hengelo, Rotterdam en Velsen.

Opvallend aan de wederopbouw in Nederland is dat zo veel steden kozen voor een extreme make over en dat de wederopbouw vaak gepaard ging met een ongekende sloopwoede. Niet alleen Rotterdam koos voor een ‘hantering van de sloophamer die de kwalen van de getraumatiseerde stedelingen verergerde’, zoals Bosma schrijft, maar ook licht beschadigde steden als Amsterdam en Leiden maakten plannen voor doorbraken en sloop van oude stadsdelen die deels zijn uitgevoerd.

Hiervoor geeft Bosma verschillende redenen. De belangrijkste – en bekendste – is dat stadsbestuurders en stedenbouwers na 1945 een nieuwe samenleving wilde opbouwen. Het interbellum had geleid tot een ‘culturele degeneratie’ en de verschrikkelijkste oorlog aller tijden, vonden ze. Er zat niets anders op dan de oude wereld letterlijk plat te walsen. Maar Bosma geeft ook nog een nieuwe reden, van militaire aard: vervanging van de traditionele dichtbebouwde stad door open bebouwing met veel tussenruimtes zou bij bombardementen tot minder schade leiden.

    • Bernard Hulsman