Verdaagd plafond met revolutionaire zitkuil

Risk off, risk on. Gisteren en vanmorgen zagen we een echo van het patroon dat de financiële markten de laatste jaren wel vaker beheerst. Niet het gebruikelijke antagonisme tussen aandelen en obligaties, waarbij beleggers beurteling hun heil zoeken in de eerstgenoemde of de laatstgenoemde beleggingscategorie. Nee, alles tegelijk: met zijn allen in aandelen en obligaties en met zijn alleen er weer uit. De Amerikaanse S&P-index bereikte gisteren een record nadat op het nippertje werd vermeden dat de overheid door het schuldenplafond niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen. Maar ook obligaties gingen omhoog. De koersstijging van de tienjaarse Amerikaanse treasury drukte het effectieve rendement van 2,75 procent naar 2,58 procent.

Wall Street, en de rest van de wereld, wil over tot de orde van dag: er komt nu een muur van macro-economische gegevens aan die door het sluiten van de overheid waren gestremd. De schatting van Standard & Poor’s dat de Amerikaanse economie 0,6 procent groei verloor door alle perikelen, ofwel 24 miljard dollar aan productie, wordt serieus genomen. Maar er mag van uit worden gegaan dat de periode te kort is geweest om veel blijvende schade na te laten: er zal later veel gemiste productie worden ingehaald.

Dagong, de nieuwe Chinese concurrent van kredietbeoordelaars S&P, Moody’s en Fitch heeft zijn oordeel over de Amerikaanse kredietwaardigheid verlaagd van A naar A-. Geheel in lijn met de felle Chinese kritiek op de Amerikaanse machtspositie in het internationale financiële systeem die op maandag doorsijpelde in het revolutionaire zitkuilproza van het officiële Chinese persagentschap Xinhua: „Verscheidene hoekstenen zouden moeten worden gelegd om een gede-Amerikaniseerde wereld te ondersteunen.” En de financiële markten maken zich al weer druk over het grote thema van vlak vóór de zoveelste Amerikaanse begrotingsafgrond: wanneer begint de centrale bank met het ‘temperen’ van de steunaankopen van 85 miljard dollar per maand? De volgende peildatum lijkt december.

Business as usual, zou je kunnen zeggen. Maar er komt toch op 7 februari een nieuw schuldenplafond aan? Dat is alweer binnen vier maanden. Er zijn twee redenen waarom de markt zich daar minder druk om maakt. De eerste is het ‘Peter-en-de-wolf’-effect. Twee maal, in de zomer van 2011 en gisteren, is er alsnog op het laatst een deal gesloten. Er is steeds minder redenen te veronderstellen dat dit een derde keer niet ook zal gebeuren. Maar er is nog een ander argument.

Zoals bekend werd het schuldenplafond in mei van dit jaar al bereikt, maar wist het ministerie van Financiën dat met allerlei tussenmaatregelen – het schuiven met geld, het tijdelijk aanspreken van reservepotjes – in de praktijk uit te stellen tot gisteren. Tussen nu en 7 februari krijgt het departement de kans om al die maatregelen weer terug te draaien, waarna ze opnieuw kunnen worden gebruikt. Veel analisten gaan er nu van uit dat de overheid april er wel mee haalt. En als dat gebeurt, komt er een bulk aan inkomstenbelasting binnen, waarmee ze het weer kunnen uitzingen tot de zomer.

Is de prik er dus van af? Uitstel hoeft geen afstel te betekenen. Rond de zomer zijn de campagnes voor de tussentijdse Congresverkiezingen van november al in volle gang, en staan de politieke verhoudingen opnieuw op scherp. En juist het feit dat er, afgezien van een herhaling van het sluiten van de overheid op 15 januari, voorlopig geen existentiële druk is om een begrotingsdeal te sluiten, kan er toe bijdragen dat de zomer van 2014 heet wordt. Maar dat is, met de dealingrooms in hun voortdurende ADHD-modus, natuurlijk véél te ver om je nu al druk over te maken.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel