Verblind door richtingenstrijd dupeert De Ateliers de kunst

Jonge getalenteerde kunstenaars kunnen op twee plaatsen hun toekomst bestendigen: bij de Rijksakademie en bij De Ateliers. Beide zijn postacademische opleidingen. Beide verzekeren de bewezen talenten van tijd en ruimte, plus de aandacht van een gezaghebbende mentor, meestal een vakgenoot. Bij beide kwamen grote namen tot bloei. En ze zijn allebei gevestigd in Amsterdam. Elk vertegenwoordigt een eigen richting. De Rijksakademie (opgericht in 1870) is een instituut met gezag en een lange geschiedenis. Op De Ateliers, in 1963 opgericht door kunstenaars, klinkt de echo van protest tegen de gevestigde orde. Doe een stap achteruit en je ziet dat ze elkaar volmaakt aanvullen.

Fusie lag voor de hand. Als toekomstig ‘topinstituut voor beeldende kunst’ deden ze een gezamenlijke subsidieaanvraag. Die honoreerde de Raad van Cultuur, met de eenwording als voorwaarde. In 2016 stopt de subsidie sowieso.

Twee dagen voor de fusie een feit was, waaraan lang door beide partijen is gewerkt, blies De Ateliers hem op. Althans, dat deed de gevestigde orde van De Ateliers: de adviesraad, bemand door drie oudere kunstenaars, aangevuld met gestaalde autoriteiten in het bestuur, zonder de docenten erbij te betrekken.

De Ateliers kondigde aan van subsidie af te zien. Het instituut maakt zich daarmee afhankelijk van een machtige connectie, namelijk de door de adviesraad als bestuursvoorzitter geparachuteerde Joop van Caldenborgh, een van de grootste verzamelaars van Nederland. Verder verklaarde de instelling in De Telegraaf dat er met succes sponsors en mecenassen werden aangetrokken, onder meer via diners opgeluisterd met Marlene Dumas of een van „onze andere ster-alumni”. Dumas heeft zich inmiddels publiekelijk tegen het opblazen van de fusie uitgesproken.

De subsidie is toegekend voor een gefuseerde instelling. Laat een van de partijen het afweten dan treft dat ook de andere partij. Dat moet de spelbreker zich realiseren. De Ateliers is klein en kan de Rijksakademie niet vervangen, maar geeft die nu wel een doodsteek. En speelt hoog spel. De toekomst van de jonge kunstenaars voor wie een plaats op een van beide instituten een unieke kans is, wordt hiermee op het spel gezet. Zij zijn de dupe van een richtingenstrijd, die over hun hoofden heen bevochten wordt.

Fuseren is inschikken. Fuseren hoeft niet te betekenen dat het eigen karakter wordt opgegeven, zeker voor kunstopleidingen die horen te grossieren in het experiment, zou het moeten worden aangegrepen als een spannende impuls. De Rijksakademie en De Ateliers zijn twee stukken van dezelfde puzzel. Ze bestaan voor de toekomst van de Nederlandse beeldende kunst, dus voor de studenten. Niet voor zichzelf. Niet als speelgoed voor besturen, raden of mecenassen.