• Ik

Telefoons

Typend op mijn iPhone fiets ik bijna door rood. Ik schrik, rem, stop de telefoon weg en kijk naar de twee auto’s die mijn pad gaan kruisen. Hun licht is groen geworden, maar er gebeurt niks. Ik kijk eens goed: ja, het gezicht van de voorste bestuurder wordt wit verlicht door de telefoon in zijn

Typend op mijn iPhone fiets ik bijna door rood. Ik schrik, rem, stop de telefoon weg en kijk naar de twee auto’s die mijn pad gaan kruisen. Hun licht is groen geworden, maar er gebeurt niks. Ik kijk eens goed: ja, het gezicht van de voorste bestuurder wordt wit verlicht door de telefoon in zijn hand. Waar het getoeter meestal toch wel na twee seconden begint, blijft het nu opvallend stil. Een ruime tien tellen staan we roerloos op het kruispunt. Dan kijkt de bestuurder op en geeft eindelijk gas. In het voorbijgaan wordt het opvallend tolerante gedrag van de tweede wachtende verklaard: al optrekkend legt hij de laatste hand aan een sms’je.

Bob van Toor

    • Ik