Sterdirigent Pablo Heras-Casado soms te subtiel, maar haarscherp bij Sjostakovitsj

Spanjaard Pablo Heras-Casado (1977) behoort tot de jongste generatie sterdirigenten. In 2012 maakte hij tijdens het Holland Festival grote indruk in een Russisch programma met klassieke twist. Op bezoek in Rotterdam bleek daar opnieuw zijn kracht te liggen.

Heras-Casado’s stijl is verzorgd en aimabel. In de veilige florale stukken op het programma, Mahlers Blumine en Brittens Mahler-bewerking What the wild flowers tell me, resulteerde dat in gezapigheid en het ontbreken van scherpe randjes.

Brittens Serenade voor tenor, hoorn en strijkorkest (1943) kreeg al veel meer diepte mee – de suggestie van nacht achter de zwoele avondmuziek. Tenor John Mark Ainsley realiseerde ondanks een verkouden kuchje een heldere, ronde klank, met een karaktervolle rafel aan de onderkant van zijn timbre.

Gaandeweg dreigde hij te gaan forceren, maar hij herpakte zich sterk. Ster van het stuk was niettemin de Rotterdamse solohoornist Martin van de Merwe, die de tegenstem expressief, soms zelfs ruig gestalte gaf. In de proloog en epiloog liet hij zijn natuurhoorn met lef langs de ongewone intervallen burlen.

Sjostakovitsj’ Negende symfonie uit het Russische victoriejaar 1945 is overwinningsmuziek die maar niet feestelijk wil worden. Waren Heras-Casado’s subtiliteiten bij Mahler en Britten al te subtiel, bij Sjostakovitsj trof hij het contrast tussen de vrolijke façade en de vervaarlijk subversieve onderstroom haarscherp, met een bruusk soort ironie.

Vanaf de puntige, felle inzet van het Allegro bezat de uitvoering pit en risico. Schitterend waren de houtsoli, met name de fagot in het Largo, mysterieus en bokkig van verlangen, en daarnaast stond een uitdagend stoere kopergroep.

Daar konden geen bloemen tegenop.

    • Joep Stapel