Racisme? Neuh, niet hier hoor

Politici reageerden ontwijkend op het Europese rapport over racisme in Nederland. Laf, oordeelt Frits Abrahams. De commissie mag toch wel iets zeggen over onze omgang met minderheden?

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Dat was weer even lachen, gieren en honen aan het Binnenhof. De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI), een onafhankelijk toezichtsorgaan van de Raad van Europa, had een kritisch rapport over Nederland uitgebracht. Men ziet positieve ontwikkelingen, maar houdt zorgen.

Er is, volgens de ECRI, discriminatie op onze arbeidsmarkt, er zijn stigmatiserende uitlatingen door politici en media over Oost-Europeanen en de islam en moslims, langs de voetbalvelden klinken nog steeds antisemitische spreekkoren, de eisen bij het inburgeringsexamen zijn te zwaar. Et cetera. Het hoofdredactionele commentaar in deze krant stelde vast: „Alles bijeen leest het als een pijnlijke ingebrekestelling van mensenrechtenkampioen Nederland.”

Daar dachten ze aan het Binnenhof toch echt even anders over, althans, ze deden liever alsof. PowNews, de verzameling rakkertjes van het rauw-rechtse fatsoen, stuurde er zijn grootste rakkertje, Rutger Castricum, op af. Staatssecretaris Teeven mocht onweersproken het spits afbijten: „Ik herken me totaal niet in het rapport.”

Toen was de beurt aan Diederik Samsom, aanvoerder van de partij die altijd zo ferm op de bres staat voor de gediscrimineerde medemens. „Ik snap dat de Raad van Europa daar wat over vindt”, ontweek hij eerst. „Snapt u dat?”, vroeg Castricum verontwaardigd. „Ik snap dat ze van buitenaf naar Nederland kijken”, ontweek Samsom opnieuw. Castricum: „Waar bemoeien ze zich mee?” „Ik gebruik heel nette woorden om ongeveer hetzelfde te zeggen”, schijtebroekte Samsom toen maar.

Eindelijk had hij gezegd wat PowNews wilde horen. Zou het Samsom in die kringen meer aanzien bezorgen? Dat zal hem nog tegenvallen. Ze hebben er een goed ontwikkeld instinct voor lafheid.

Ook bij de SGP en de SP waren ze tegen dat rapport. Toen kwam Pechtold, Europeaan pur sang. „Je hebt onafhankelijke organen die zo nu en dan een analyse maken…”, zei hij. Castricum: „U gaat er ook nog in mee?” Pechtold: „Ik vind dat je waakzaam moet blijven, maar ik vind niet dat we in Nederland uit de toon springen bij andere landen.” Later mompelde hij nog iets over „dat soort dingen die een beetje buiten de werkelijkheid staan”. Ik had hem wel eens heldhaftiger gehoord.

En Wilders? Zijn wegwerpende reactie was voorspelbaar, zijn argument niet: hij vond dat de rapporteurs niet op de stoel van onze rechters en media moesten gaan zitten. Nooit eerder heb ik zoveel compassie bij hem gehoord met die rechters en media. Ontroerend.

Waarom zou een onafhankelijke commissie niet af en toe iets onafhankelijks over onze omgang met minderheden mogen zeggen? Kunnen we daar ook al niet meer tegen?

Laten we blij zijn dat de rapporteurs het recente incident in Haarlem niet meer hebben kunnen verwerken. Daar riep een vrouw dat ze mishandeld was door zes mannen van „vermoedelijk Noord-Afrikaanse afkomst”. Kaasje voor hysterische kranten, tv-stations, weblogs en twitteraars. En voor de PVV natuurlijk. Die stelde zes vragen aan de minister, waaronder: „Bent u bereid uw politiek-correcte houding te laten varen en te erkennen dat we een Marokkanenprobleem hebben […]?” En: „Op welke manier is Nederland een beter land geworden door de massale instroom van Marokkaanse immigranten […]?” Inmiddels heeft die vrouw bekend dat ze alles verzonnen heeft.

Kijk, dat is nou wat ze in Straatsburg bedoelen.