Patstelling bij KPN

De overname van KPN is van de baan, maar de strijd is nog lang niet gestreden. De strijd om de macht en de strijd om de markt. In de eigendomsverhoudingen binnen KPN is nu sprake van een patstelling, terwijl de telefoon-, internet- en kabelmarkten op Europese schaal in beweging zijn. Zie de overnamepoging deze week van de Nederlandse kabelexploitant Ziggo door de Amerikaanse gigant Liberty.

KPN heeft ondervonden hoe taai de strijd is om vanuit een kleine thuismarkt een Europese partij van formaat te worden. De Duitse dochter E-Plus is verkocht. Het ligt voor de hand dat ook KPN zich aansluit bij een grotere combinatie die, gezien de verhoudingen, altijd een buitenlandse partij zal zijn. Dat hoeft geen probleem te zijn. Ook andere bedrijven (KLM, staalbedrijf Hoogovens) hebben die keuze gemaakt. Nederland is van oudsher voor vrijhandel en zo min mogelijk belemmeringen bij grensoverschrijdende investeringen.

Maar ook in een open economie moeten ondernemingen de best mogelijke transactie eruit slepen. Wie terugkijkt op de mislukte onderhandelingen over een overname tussen de top van KPN en de Mexicaanse grootaandeelhouder América Móvil ziet een serie tegenstellingen. De Mexicanen hadden over het bod van 2,40 euro vooraf geen overleg gepleegd met KPN, zoals hier gebruikelijk is als een bieder het fiat wil van zijn doelwit. Ook wilden de Mexicanen niet alle KPN-aandelen, wat de situatie compliceerde gezien de rechtsbescherming van toekomstige minderheidsaandeelhouders. Verder zag América Móvil, dat anderhalf jaar geleden nog 8 euro per aandeel had betaald, de 2,40 euro nu als eindbod. KPN zag het juist als openingsbod dat verhoogd moest worden. Daarbij kon KPN wijzen op de snelle overeenkomst met de Belastingdienst over E-Plus, die er voor zorgt dat KPN jaren minder winstbelasting betaalt.

Tegenstellingen over de prijs zijn dagelijkse kost bij fusies en overnames. Zij kunnen daarop afketsen.

In dit geval zijn twee kanttekeningen te maken. De eerste: het is spijtig dat de bredere en noodzakelijke discussie over de vraag hoe Nederland omgaat met buitenlandse overnames van vitale infrastructuur nu niet uit de verf komt. De tweede is de rol van de stichting die moet opkomen voor de continuïteit van KPN en de zeggenschap naar zich had toe getrokken door speciale aandelen te kopen. Deze typisch Nederlandse vorm van ondernemingsbescherming wordt wel aangeprezen als manier om een hoger bod uit het vuur te slepen. Dat is hier mislukt. Dat dwingt KPN en de talloze beursgenoteerde ondernemingen die deze beschermingsmogelijkheid hebben om zich nog eens extra te beraden op nut en noodzaak hiervan.