Niet het grootste talent, maar hij is wel een held geworden

Hij was een stille, slimme, toegewijde voetballer bij Ajax, Inter Milaan en Arsenal. Zwijger Dennis Bergkamp spreekt nu.

Denk ik aan Dennis Bergkamp, dan denk ik aan die weergaloze beweging waarmee hij, in maart 2002, in de uitwedstrijd van Arsenal tegen Newcastle United, zijn tegenstander Nikos Dabizas achter zich laat. Het is zo’n snelle en verrassende pirouette dat hij daarna midden in het strafschopgebied vrij voor de keeper komt te staan en nog alle tijd heeft om de bal heel rustig in de verre hoek te schuiven. De goal is zo verbluffend dat hij de boeken ingaat als ‘de wondergoal.’

En ik denk aan die scène, aan het begin van zijn carrière, maart 1987, waarin een tv-ploeg in 5 VWO van het Sint Nicolaas College, verschijnt. Johan Cruijff, de trainer van Ajax, ziet veel in de onbekende jeugdspeler. Hij heeft hem nodig in de uitwedstrijd tegen Malmö FF. Maar de schuchtere scholier moet eerst zijn proefwerk biologie maken voordat hij het eerste elftal van Ajax achterna kan reizen. Het is een scène uit een jongensboek. Zijn ouders brengen hem naar Schiphol. Daar wacht journalist Kees Jansma hem op. Samen reizen ze naar Malmö.

En ik denk aan de voetballer die zich altijd wat op de achtergrond hield. Bergkamp was stil en slim en bescheiden. Hij liet zich niet vaak interviewen. ‘Bergkamp spreekt met zijn voeten.’ Er hing ook wel iets geheimzinnigs om hem heen. Er was iets met vliegangst. En was hij, katholieke jongen, niet met een gereformeerd meisje uit Spakenburg getrouwd?

En ik denk, als ik aan Dennis Bergkamp (1969) denk, altijd aan Robin van Persie die op tv vertelde hoe hij na een training bij Arsenal vanuit de jacuzzi zat te kijken naar hoe Bergkamp op het veld zijn oefeningen afwerkte, met volledige inzet. Alle ballen schoot hij precies goed. Van Persie wilde een tijdje blijven kijken totdat Bergkamp zou verslappen, maar dat moment kwam niet. Hij maakte geen enkele fout, zodat Van Persie na drie kwartier dan toch maar uit bad stapte, met gerimpelde vingers – en zich voornam in het vervolg ook zo te gaan trainen, ‘want ik wilde zoals Bergkamp zijn.’

Dit zijn allemaal aardige ingrediënten voor de biografie van een voetballer: jongensboekverhalen, de wereld veroveren met wonderdoelpunten, geheimzinnigheid, heldenverering. Ze zijn te vinden in de Dennis Bergkamp - de biografie van Jaap Visser en David Winner. Te dun is dit boek zeker niet. Voor alles wordt uitgebreid de tijd genomen. De basis is een lange serie gesprekken die Visser met Bergkamp had. Daaromheen en daartussendoor zitten (ook zeer uitgebreide) interviews met mensen uit zijn omgeving: zijn moeder, zijn drie broers, zijn vrouw en kinderen, zijn trainers en zijn medespelers uit zijn Amsterdamse, Milanese en Londense tijd. Alles zeer uitvoerig en gedetailleerd en serieus. Het is allemaal gelardeerd met heel veel foto’s, en het boek sluit af met een ‘Dennis Bergkamp Museum’ van tientallen pagina’s, waarin al zijn wedstrijden en doelpunten vermeld staan, en alle eindrangschikkingen.

Het is, voor de Bergkamp-liefhebber die ik ben, erg interessant en onderhoudend – of het nu gaat om de wedstrijdverslagen en de rugnummers, de biografische bijzonderheden (hoe beleeft dochter Bergkamp het hockeyen), de kleine stekeligheden her en der (volgens mij zijn Jaap Visser en Louis van Gaal geen vrienden) of de inzichten van Bergkamp als trainer bij Ajax – inzichten die zich bij hem snel uitbreiden tot algemenere inzichten over hoe het leven in elkaar zit.

Ik kan niet zo goed beoordelen wat er allemaal nieuw is in deze biografie. Voor mijzelf was het verslag van zijn Italiaanse inzinking nieuw. Het vormt het dramatisch hart van dit boek. In het midden van de carrière van Bergkamp stort bijna alles in. Het scheelt niet veel of hij stopt ermee.

In de zomer van 1994, nog in Amerika, meteen na het WK, krijgt hij last van paniekaanvallen. Is het oververmoeidheid? Hij sleept zich naar huis, moet veel te snel weer aan een nieuw seizoen bij Inter Milaan beginnen, is niet gelukkig bij het defensief spelend Inter, begint in de kleine vliegtuigjes van Inter vliegangst te ontwikkelen, raakt in conflict met de trainer, komt steeds meer klem te zitten (‘alles vloog me naar de keel’) – en stapt aan het eind van het seizoen naar voorzitter Moratti, met de mededeling dat hij een andere trainer en andere spelers moet kopen als hij het beste uit Bergkamp wil halen. Het staat er lekker droog.

Bergkamp zal niet verrast zijn geweest toen bleek dat Moratti daar niet op in wilde gaan. Hij besloot dus te vertrekken. Hij komt bij Arsenal terecht – en dan wordt deze biografie weer een fijn jongensboek, want bij Arsenal gaat hij de mooiste periode uit zijn carrière beleven, met coach Arsène Wenger, met het mooiste voetbal, de mooiste doelpunten en bijna nog mooiere assists.

Is dit een goed boek? Niet voor de geïnteresseerde buitenstaander, die even snel een portret van de geniale voetballer en de mens Bergkamp wil krijgen. Daarvoor is het allemaal te uitgebreid. Maar wel voor de voetballiefhebber. Alles staat erin – en dus ook allerlei onbelangrijke, maar daarom niet minder interessante details. De foto van het houten Maradona-paaltje, zelf gemaakt bij de handenarbeidles, gebruikt bij paaltjesvoetbal. Ik lees graag over het voetballen, samen met opa, met een sinaasappel in de smalle gang. Wist u wel dat Bergkamp nog even blokfluitles en gitaarles heeft gehad?

Ik geloof dat we nu alles weten. En toch heb ik niet de illusie dat we Bergkamp nu echt kennen. Zijn biografen ook niet. Hij is een slimme, nadenkende, toegewijde voetballer, maar hij heeft ook zijn donkere kanten. Ze noemen hem bescheiden, maar hij is onafhankelijker en eigengereider dan hij lijkt. ‘Ik ben altijd mijn eigen trainer geweest.’ Hij is hard, als het moet. Belangrijkste les van dit boek: oordeel niet te snel. Dat heeft hij zelf geleerd. ‘Pas op! Wees voorzichtig met talenten. Ik ben het beste voorbeeld van het jongetje dat niet het grootste talent was, maar dat er wel gekomen is.’

    • Guus Middag