Niet de test maar rijstijl bepaalt brandstofgebruik

Verwarring alom over hoe zuinig auto’s werkelijk zijn. Wat zijn ‘eerlijke brandstofcijfers’ en hoe haal je het testverbruik? Eén ding helpt zeker, volgens Martin Kroon en Henk Wardenaar: aanpassing van het rijgedrag.

Zuinige auto’s verbruiken 25 tot 40 procent meer brandstof dan autofabrikanten ‘beloven’. Al jaren publiceert de organisatie Travelcard dit teleurstellende gegeven op basis van registraties van 400.000 zakelijke autorijders.

Onlangs kwamen consumentenprogramma’s Radar en Kassa met hyperige reportages en de bewering dat autofabrikanten ons stiekem belazeren. In Amerika heeft Honda processen daarover verloren en moet mogelijk miljoenen terugbetalen aan dorstige hybriderijders.

Gaan we in Nederland ook die kant op nu de Stichting Brandstofverlies een claim voorbereidt? Wij hopen van niet, want dan zou onzuinig rijgedrag de norm worden en niet de verbeterde autotechniek en beter rijgedrag.

Nu ook Natuur en Milieu de verwarring over verbruikscijfers vergroot met een petitie voor ‘eerlijke brandstofcijfers’ wordt het tijd de autoconsument met de echte oorzaken te confronteren.

Het verschil tussen het praktijkverbruik en de EU-testcijfers, waarop fiscale voordelen gebaseerd zijn, moet inderdaad kleiner worden.

De vraag is waar het probleem zit: bij de test of bij de praktijk. Nieuwe auto’s moeten al decennia voldoen aan in Brussel vastgestelde, regelmatig aangescherpte emissienormen. Nederland hanteert daar bovenop fiscale voordelen voor auto’s met zeer lage CO2-emissie.

Auto-emissies worden volgens EU-protocollen gemeten op een rollenbank. Alleen zo zijn uniforme testcondities mogelijk, niet met de sterk variërende ‘praktijkcijfers’ waar Natuur en Milieu mee schermt. Amerika en Japan hanteren andere emissienormen en tests; één mondiale test is politiek onhaalbaar.

De Europese testcyclus simuleert een rustige stadsrit en buitenwegrit met matige snelheden. Invoering van een nieuwe EU-testcyclus vergt nog jaren. De auto-industrie werkt daaraan mee, de EU blijft als wetgever verantwoordelijk. Wie autofabrikanten verwijt ons te belazeren, vergeet dat zij niet anders kunnen dan de Europese regels volgen.

Wat sommige fabrikanten wél verweten mag worden is dat ze hun nieuwe modellen softwarematig zo ‘getuned’ hebben dat die binnen de testmarges fantastisch presteren, maar zodra dynamischer gereden wordt niet meer. De EU moet de testprotocollen zo aanpassen dat fabrikanten minder speelruimte hebben bij het prepareren van hun testauto’s.

De suggestie in genoemde tv-programma’s, dat het verschil in verbruik komt door allerlei ongeoorloofde trucjes met testauto’s, is klinkklare onzin. De overheid staat er bij elke test met de neus bovenop.

De echte oorzaak van het meerverbruik blijft helaas buiten schot: de automobilist zelf en zijn onzuinige rijstijl en inefficiënte gebruikspatronen. Radar, Kassa en Natuur en Milieu laten ons als consument lelijk in de kou staan door geen concrete informatie te geven over hoe je het testverbruik wel kan halen.

Aanpak van het rijgedrag van álle automobilisten is urgenter dan een nieuwe testcyclus, want daar hebben acht miljoen automobilisten nu niets aan. Van nieuwe EU-tests worden auto’s niet zuiniger, wel van ander rijgedrag. De vraag is dus: hoe moet je zuinig rijden?

Het antwoord daarop stond al in 1973 na de oliecrisis in ‘Shell Helpt’-folders en sindsdien in elk instructieboekje. Dat heet sinds de jaren negentig Het Nieuwe Rijden, de enige rijstijl die de fabrieksnorm haalt en die al enige jaren in de rijopleiding wordt toegepast.

Het combineert moderne motortechniek en de grotere (turbo) trekkracht met een bewuste, gelijkmatiger rijstijl met minder dynamiek dan de huidige rijpraktijk. Iedereen kan Het Nieuwe Rijden leren, ons dashboard is de instructeur.

Met behulp van toerenteller, schakelindicator of boordcomputer (op actueel verbruik) kan iedereen 20 tot 30 procent brandstof besparen.

Hoofdregel is opschakelen bij 2000-2500 omwentelingen per minuut, rustig met half-gas accelereren, veel eerder gas-los, en motor uit bij langer wachten dan een minuut voor brug-open of een boodschapje. Start-stop-systemen doen dat automatisch. En geen 130 rijden. Tijdens vlot accelereren en korte ritten na koude start verdriedubbelt het verbruik.

Elke winter wordt minstens 100 miljoen liter verspild met stationair ‘warmdraaien’. ‘Eerst krabben, dan starten!’ of anti-ijsfolie verminderen luchtverontreiniging en motorslijtage.

Korte stadsritjes met veel stoppen en optrekken? Fietsen is schoner. Bandenspanning standaard met 0,3 bar verhogen is veiliger en scheelt meer dan 200 miljoen liter per jaar.

Deze tips maken het verschil. Onze jaarlijkse brandstofrekening voor 14 miljard liter bedraagt rond 20 miljard euro. Daarop twee miljard bezuinigen zou de hoogste prioriteit moeten krijgen. Maar het tegendeel gebeurt.

Het Nieuwe Rijden maakt ook fiscale stimulering rendabeler. Hybride en zakelijke autorijders zouden verplicht op een Het Nieuwe Rijden-cursus moeten, een taak voor werkgevers en een must voor zzp’ers.

Elektrische auto’s vergen sowieso een nieuwe rijstijl. RAI en Bovag moeten eindelijk werk maken van het ‘after sales’ informeren en instrueren van nieuwe autokopers over hoe ze daarin werkelijk zuinig kunnen rijden.