Monti breekt met eigen partij wegens kritiek op begroting

De man die Italië redde, krijgt zijn partij niet mee in kritiek op de nieuwe begroting.

Woensdagavond hing het al in de lucht. Oud-premier Mario Monti liet weten dat partijgenoten die zeiden dat ze de begroting zouden steunen, voor hun beurt hadden gesproken. Maar toen gisteren de koppen werden geteld, bleek hij vrijwel alleen te staan.

’s Avonds maakte Monti bekend dat hij uit de partij stapt die was opgericht om zijn prestige als premier van een zakenkabinet te vertalen in politieke zetels. Bij de verkiezingen in februari bleek dat niet te zijn gelukt, ook al omdat de professorale Monti geen goede campagne voerde. Zijn partij Scelta Civica (een Civiele Keus) bleef steken onder de tien procent.

Op de achtergrond bij deze breuk spelen de manoeuvres aan de rechterkant van het politieke centrum. Ondanks de verdeeldheid in het kamp van oud-premier Berlusconi wordt van daaruit een uitnodigende hand gestoken naar parlementariërs van Scelta Civica. Dat heeft op regionaal niveau al geleid tot afspraken over electorale samenwerking.

Monti was al woedend over de lunches en dinertjes met mensen uit het rechtse kamp en over de afspraken die zonder zijn medeweten zijn gemaakt. Door de meningsverschillen over de begroting is de breuk definitief geworden.

De 70-jarige Monti blijft wel actief in de Senaat. Hij is in november 2011 tot senator voor het leven benoemd, vlak voordat hij Berlusconi opvolgde als premier en met een strak bezuinigingsprogramma het vertrouwen van de financiële markten in Italië wist te herstellen.

Monti vindt de begroting die de brede links-rechts coalitie heeft opgesteld, halfslachtig. „Timide” in het verlagen van belastingen voor bedrijven en gezinnen en „onbevredigend” in de stimulering van groei en pogingen structurele hervormingen door te voeren. Premier Letta, die probeert het evenwicht te bewaren tussen de linkse en rechtse partijen waarop zijn coalitie steun, let in de ogen van Monti te veel op wat politiek mogelijk is en te weinig op wat economisch nodig is.

    • Marc Leijendekker