Lefgozer Malevitsj

Reconstructie van de tentoonstelling0,10 die op 19 december 1915 opende in Petrograd (het huidige Sint Petersburg) Foto Gert Jan van Rooij

„Ik ben de apostel van de nieuwe ideeën in kunst”, schreef Kazimir Malevitsj in 1916 met rode potloodletters op een klein stukje papier dat nu mooi ingelijst in het Stedelijk Museum hangt. „Ik heb mijzelf op de troon gehesen en ik verklaar de academie tot een stal van plebs.” Last van bescheidenheid heeft de Russische kunstenaar nooit gehad. Op een zelfportret uit 1908-1910 kijkt hij ons als een lefgozer aan die een en al zelfvertrouwen uitstraalt. Tot tweemaal toe was hij afgewezen door de kunstacademie, maar dat deerde hem niet. Hij had zichzelf allang uitgeroepen tot het absolute middelpunt van de Russische avant-garde.

Enig recht van spreken had Malevitsj wel, zo blijkt op de overweldigende tentoonstelling Kazimir Malevich en de Russische Avant-garde, die vandaag door koningin Máxima wordt geopend. Want wat was Malevitsj radicaal in zijn opvattingen over schilderkunst en wat heeft hij een immense invloed gehad op zowat alle kunstenaars na hem. In een tijd dat de meeste kunstenaars in Rusland nog braaf realistische arbeiders schilderden, presenteerde hij met veel bombarie zijn Zwarte vierkant. Een schilderij zonder voorstelling, zonder vorm, zonder kleur. Een doek dat volgens de verbijsterde critici in 1915 het eindpunt van de schilderkunst betekende, maar dat achteraf gezien juist de geboorte was van een hele nieuwe ontwikkeling. Met zijn Zwarte vierkant ging Malevitsj de geschiedenis in als de oervader van de abstracte kunst – al sprak hij zelf liever over ‘non-objectieve kunst’.

Het Stedelijk Museum beschikt over de grootste Malevitsj-collectie buiten Rusland en heeft die voor deze tentoonstelling kunnen aanvullen met bruiklenen uit de roemruchte collecties van Nikolai Chardzjiëv en George Costakis. Die drie indrukwekkende verzamelingen zijn, in de woorden van conservator Bart Rutten, „als een spel kaarten in elkaar geschoven” en aangevuld met bruiklenen uit 25 andere musea. Sommige van die schilderijen zijn diep uit het Russische achterland gehaald, uit steden als Ivanovo of Ekaterinburg. Nooit eerder zijn ze in het Westen te zien geweest, ook niet op de grote Malevitsj-tentoonstelling die het Stedelijk in 1989 organiseerde. Met ruim vijfhonderd werken, die zich als een chronologisch verhaal in elf hoofdstukken uitstrekken over zowel de nieuwe vleugel als een deel van de oudbouw, biedt deze tentoonstelling een zeldzaam compleet beeld van Malevitsj en zijn tijdgenoten.

In de eerste zalen is van die radicaliteit nog maar weinig te merken. Malevitsj start zijn carrière begin twintigste eeuw met knullige impressionistische landschapjes in de stijl van Monet en Pissarro. Een symbolistische gouache uit 1908, getiteld Lijkwade van Christus, is nog zo traditioneel en tuttig geschilderd dat je er niet gauw de hand van de meester in zou herkennen. Tot circa 1910 was Malevitsj geen wegbereider. Eerder was hij eerder een meeloper, die klakkeloos de stromingen kopieerde die uit Parijs waren komen overwaaien. Een beetje Braque, een tikkeltje Matisse, en vooral veel Cézanne.

Maar dan, op 19 december 1915, opent in Petrograd (het huidige Sint Petersburg) de tentoonstelling 0,10, die de kunstgeschiedenis voorgoed op zijn kop heeft gezet. Malevitsj toonde er 39 nieuwe schilderijen, allemaal compleet abstract. Op een foto is te zien hoe hij de doeken naast en boven elkaar hing, op een manier die we nu ‘installatiekunst’ zouden noemen. Er zijn zwart-rode kruizen en ruitvormen, composities van losse blokjes en strepen. En hoog in een hoek, op de plek waar in Russisch-orthodoxe huiskamers traditioneel het mooiste icoon hangt, prijkt het Zwarte Vierkant. Over lef gesproken. Zijn nieuwe stroming noemt Malevitsj het suprematisme. In een bijbehorend manifest beschrijft hij wat hij daarmee voor ogen heeft: kunst die alleen nog uit vorm en kleur bestaat. Weg met de herkenbare plaatjes, leve de geometrie.

In het Stedelijk is de geest van die tentoonstelling op een fantastische manier gerecreëerd. Het museum, dat zelf zes schilderijen uit de 0,10-tentoonstelling bezit, heeft getracht zoveel mogelijk van de nog bestaande werken bij elkaar te krijgen. Dat heeft geleid tot spectaculaire bruiklenen uit onder meer het MoMA in New York, Fondation Beyeler in Bazel en Centre Pompidou in Parijs. Ook het Zwarte Vierkant (een bruikleen uit Moskou) hangt weer hoog in de hoek, al is dit wel een kopie die Malevitsj in 1929 maakte. Samen vormen de vijftien schilderijen een unieke constellatie, een wand van kunsthistorisch belang, die hierna waarschijnlijk nooit meer in deze samenstelling te zien zal zijn. Ter illustratie: het MoMA probeerde dezelfde werken eerder dit jaar ook bij elkaar te krijgen, voor de tentoonstelling Eventing Abstraction, maar slaagde daar niet in. Het geeft aan dat het Stedelijk zich met deze tentoonstelling weer met de wereldtop kan meten.

In de laatste jaren van zijn leven keerde Malevitsj toch weer terug naar de figuratie, waarschijnlijk daartoe gedwongen door het Sovjetregime. Een van de laatste werken op de tentoonstelling is een aandoenlijk schilderijtje uit 1928 van een moeder en twee kinderen die richting de horizon lopen. Het is realistisch geschilderd en zo totaal anders dan de abstracte werken van een decennium eerder. Een stap terug, zo lijkt het. Maar wie goed kijkt ziet in de kleurenbanen op de voorgrond een abstracte compositie – als een geheime suprematistische boodschap. Zo bleef Malevitsj subversief tot het eind.

19 okt t/m 2 febr in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Inl: www.stedelijk.nl. Op 23 oktober is er in het Stedelijk een symposium over het tonen van particuliere collecties.