Kunst als een ster of een zwarte cirkel

Moet kunst je anders naar de wereld laten kijken? Of moet er juist een kloof zijn tussen kunst en werkelijkheid? Bianca Stigter gaat op onderzoek uit.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

redacteur kunst

In een regenplas die de wolken weerspiegelde lag een goudkleurige ster. Het was een klein sterretje, zo'n exemplaar dat meestal vergezeld wordt door vele andere, meer dan je ooit aan de hemel zult zien. Het hele uitspansel in een zakje. Confetti.

Mooi was het eenzame sterretje in de Amsterdamse binnenstad niet; het was een aftreksel van iets moois, zoals dat wel vaker te zien is. Kauwgom die naar aardbei smaakt. Surrogaat; symbool. Wie heeft ooit bedacht dat een ster vijf punten heeft? Aan de hemel zijn sterren vaker stippen, wit op peilloos blauw. Van Gogh noemde de sterren in een brief ‘stralende stippen’. Op zijn beroemde schilderij schilderde hij de stralen als cirkels, alsof de sterren een soort halo hebben. Ondanks Van Goghs populariteit heeft zijn weergave geen grootschalige navolging gekregen. Sterren hebben meestal nog steeds vijf punten, net als bij de confetti.

Een van de grootste hedendaagse dooddoeners over kunst is dat die je anders naar de werkelijkheid doet kijken. Schrijver Thomas Heerma van Voss had het onlangs in nrc.next over romans die je net iets anders naar de werkelijkheid laten kijken; criticus Kees Keijer beweerde vorig jaar in Het Parool dat kunstenaars de wereld op een ongebruikelijke manier kunnen benaderen, zodat we anders naar de werkelijkheid kijken. Zelfs de kinderkunstacademie in Leidschendam heeft het erover: kinderen leren daar niet alleen tekenen en schilderen, maar ‘vooral ook anders kijken naar de werkelijkheid’.

Je zou een bloemlezing kunnen aanleggen met de varianten op deze uitspraak. Zou het waar zijn? En hoe lang is het waar? Alleen terwijl je naar een schilderij kijkt, of ook als je het museum uit bent? En geldt het vooral voor moderne kunst of ook voor kunst die gemaakt was voordat deze uitdrukking gemeengoed werd?

Kunst als een taartje...

Volgens de Britse filosoof Alain de Botton is kunst in staat mensen zich met het dagelijks leven te laten verzoenen. Als voorbeeld noemt hij het straatje van Vermeer of de stillevens van Chardin: als je die gezien hebt is het volgens hem makkelijker om ook schoonheid in het alledaagse te zien. De Botton bracht onlangs zelfs een app uit met de titel Art as therapy.

Ik vraag het me af nadat ik in Oss een tentoonstelling heb gezien van Sema Bekirovic, een kunstenaar op wie de uitspraak zeker van toepassing is. Zij doet je anders naar de werkelijkheid kijken. Maar gaat het verder dan dat? Concreet wordt de uitspraak bijna nooit; hoe anders en hoelang, dat wordt er niet bij verteld. Is dat ‘anders kijken’ meer dan slechts een aangenaam gevoel, een sensatie vergelijkbaar met het eten van een taartje? Zout met caramel is een populaire combinatie, en als ik dat proef, ja, dan krijg ik even een andere kijk op eten.

Zou zoiets ook in mijn hoofd voor andere verbanden zorgen? Ik zag het sterretje de dag nadat ik Bekirovic’ tentoonstelling in Oss had gezien. Zij strooit daar sterren op de vloer uit, gesneden uit muntstukken van vijf eurocent. Geldsterren op parket. Ook exposeert ze een foto van een sterrenhemel in een soort donkere kamer. De foto is niet gefixeerd; als er ander dan rood licht bijkomt, wordt hij zwart. Weg sterren.

Misschien had Bekirovic’ werk me alleen gevoeliger gemaakt voor sterren, zoals een zwangere overal kinderwagens ziet. Zou naar kunst kijken zoiets zijn als het oplossen van een sudoku? Als je oefent, schijn je beter te worden in het oplossen van deze raadsels, maar meer ook niet. Uit wetenschappelijk onderzoek bleek onlangs wel dat je van het lezen van fictie empathischer wordt. Zou kunst een vergelijkbaar effect hebben? Niet alleen empathie met mensen misschien, maar ook met dingen – met, bijvoorbeeld, een eenzaam sterretje op asfalt. Een kunstenares als Sema Bekirovic maakt je ontvankelijk voor zulke ervaringen.

Of is dat te kort door de bocht? Volgens de jonge filosofe Eliza de Mul kun je ook zonder kunst esthetische ervaringen beleven. In de natuur, of juist bij het aanschouwen van een plastic zak, zoals te zien is in de film An American Beauty, waarin een plastic zak danst in de wind en dit schouwspel voor de hoofdpersoon een sublieme ervaring vormt. Volgens De Mul is de plastic zak die in de film danst gebaseerd op een persoonlijke ervaring van de scenarioschrijver van deze speelfilm, Alan Ball. Zij citeert uit een interview met Ball in Dansen met een plastic zak, een bewerking van haar eindscriptie: „Ik liep op een vrij grijze zondag van een brunch richting huis en toen was er een plastic zak die me letterlijk vijftien keer omcirkelde. Ik herinner me het gevoel dat ik getuige was van iets diepgaands en tegelijkertijd ongelooflijk alledaags.”

Iets dergelijks was misschien mijn ervaring met het sterretje. Maar die heftigheid kan net zo goed niet als schoonheid maar als lelijkheid worden ervaren, zoals de oude filosoof Sartre doet in De walging. Zijn ‘plastic zak’ is onder meer een boomwortel in een park: ‘De wortel van de kastanjeboom groef zich in de aarde, net onder de bank waarop ik zat. Ik wist niet meer dat het een wortel was. De woorden waren verdwenen en met hen de betekenis van de dingen, de manier waarop je dingen kunt gebruiken, de onbeholpen merktekens die de mensen op de buitenkant ervan hebben aangebracht. Ik zat daar, een beetje ineengedoken en met gebogen hoofd, alleen tegenover de donkere, knoestige massa die me bang maakte.’

... of mooi en hard als staal?

Sartre schrijft in De walging ook over kunst, maar verzoening met het bestaan biedt die niet. Integendeel: ‘En dan te bedenken dat er idioten zijn die troost putten uit kunst. Ze geloven dat de schoonheid zich vol mededogen over ze ontfermt. De klootzakken.’ Sartre ziet kunst als iets dat ver verheven is boven het bestaan, iets uit een andere wereld, een Platoonse wereld waar cirkels bestaan in plaats van knoestige bomen en melodieën in plaats van lawaai. Het is een veel minder bemoedigende gedachte dan die van De Botton of van het iets minder aanmatigende cliché dat kunst een andere blik op de werkelijkheid geeft.

Sartre is ouderwetser en radicaler. Kunst kan niet naar de werkelijkheid overlopen, erin opgaan, je blik veranderen. Onmogelijk. Kunst bestaat juist dankzij de kloof tussen kunst en werkelijkheid, hoe graag we er ook overheen willen springen. De hoofdpersoon van Sartres verhaal, een historicus, ziet als enige uitweg dat hij dan maar zelf kunstenaar moet worden. Hij wil een verhaal schrijven over iets dat niet echt kan gebeuren, een avontuur. ‘Mooi en hard als staal zou het moeten zijn, zodat de mensen die het lazen, zich zouden schamen voor hun bestaan.’

Op de tentoonstelling in Oss toont Bekirovic ook een korte video, waarin een vrouw een grote zwarte cirkel over een zandverstuiving steeds dichter naar de camera draagt. Eerst zie je niet goed wat het is. En als je het ziet, is hij al snel zo groot dat hij het hele beeld vult. Alles zwart. Daar kan geen sterretje tegenop.

De tentoonstelling van Sema Bekirovic, ‘It's a god-awful small affair’, is nog tot en met 3 november te zien in het Museum Jan Cunen in Oss.

    • Bianca Stigter