Inter terug naar de top? Met buitenlands geld

Met de verkoop van Inter aan een Aziatische zakenman gaat het Italiaanse voetbal het Engelse achterna. „Op een gegeven moment kopen buitenlandse ondernemers alles op.”

„De wereld staat op zijn kop, Italië is gereduceerd tot de periferie”, zo vatte politiek journalist Gad Lerner in La Repubblica de positie van voetballand Italië samen. „Als we weer heersers van de wereld worden, zal dat met een omweg zijn, met exotische financiers als tussenpersoon.”

Het tekent de reactie op de verkoop van de legendarische club Internazionale aan de Indonesische zakenman Thohir. Hoopvol afwachtend. De meeste clubs in de Serie A, de Italiaanse eredivisie, worstelen met een enorme schuldenlast. En dat is ook te zien aan de resultaten van clubs in de Europese bekertoernooien. Geld om de allerbeste voetballers te kopen, zoals in de jaren negentig gebeurde, is er niet meer. Ook niet bij oliebaron Massimo Moratti.

„Wat er bij ons aan het gebeuren is, zagen we al in Engeland”, zei Sandro Mazzola, middenvelder van het grote Inter uit de jaren zestig. „Op een gegeven moment zijn de buitenlandse ondernemers gekomen, die hebben alles gekocht.”

Thohir en zijn partners zijn niet de eerste buitenlanders in de Serie A. Twee jaar geleden is AS Roma verkocht aan een groep Amerikaanse investeerders uit Boston. De twee andere grote clubs naast Inter in de Serie A – Juventus en AC Milan – zijn eigendom van respectievelijk de familie Agnelli (Fiat) en van mediamagnaat en oud-premier Silvio Berlusconi. In Italiaanse kranten is erop gespeculeerd dat ook Berlusconi geïnteresseerd zou zijn in verkoop van zijn club.

Een van de problemen daarbij is het stadion, San Siro, dat Inter en AC Milan delen. Dat is eigendom van de gemeente. Mede daardoor blijft de exploitatie ervan achter bij wat Spaanse, Engelse en Duitse clubs ophalen met hun stadion. Het is onduidelijk wat de verkoop aan Thohir betekent voor het akkoord voor de bouw van een nieuw stadion dat Inter vorig jaar sloot met Chinese investeerders

Moratti junior was jarenlang het gezicht van Inter. Toen hij in 1995 de club overnam, hoopten de supporters dat de gouden tijden onder zijn vader Angelo, die van 1955 tot 1968 voorzitter van Inter was, weer zouden terugkeren. En hoewel Massimo Moratti berucht was om zijn grillige aankoopbeleid, van zowel spelers als trainers, heeft Inter onder zijn bewind veel successen behaald: vijf landskampioenschappen, één Champions League en vier Italiaanse bekers.

Maar nu is Moratti aan het einde van zijn financiële mogelijkheden gekomen. „Onze nieuwe internationale partners zullen ertoe bijdragen dat de reeks successen verder gaat”, zei Moratti in een verklaring. „Hun enthousiasme en pragmatisme zijn zeker een garantie voor de toekomst.”

Veel supporters, vol vraagtekens over de Indonesische koper Thohir, zien het ook als een garantie dat Moratti in ieder geval voor drie jaar een belang van dertig procent houdt en drie van de acht leden in de raad van bestuur.

De afgelopen tijd gaat het niet zo goed met Internazionale. De club eindigde vorig seizoen op de negende plaats in de Serie A en liep daardoor het lucratieve Europese voetbal mis. Nu staat Inter op de vierde plaats, vijf punten achter nummer drie Juventus en zeven punten achter koploper AS Roma.

    • Marc Leijendekker