‘Ik wilde dichterbij komen bij wie ik was’

Twee jaar toerde de Deense zangeres bijna onafgebroken rond. Op haar albums breekt ze met vastgeroeste ideeën over popmuziek.

Agnes Obel Foto Alex Bruel Flagstad

Agnes Obel heeft weinig nodig om indruk te maken: haar muziek is sober, haar stem licht, haar uiterlijk ingetogen. Met dit bescheiden geheel veroverde de Deense zangeres Obel (32), die in 2010 debuteerde met de cd Philharmonics, de afgelopen jaren hart na hart, land na land.

De zangeres met haar piano, slechts begeleid door celliste Anne Ostsee, was zelf verrast: „Ik reisde rond voor interviews en optredens, moest dan tussendoor naar Italië voor een tv-show, terug en weer spelen. Steeds ontstond ergens anders belangstelling en ging ik erheen. Voor mij betekende het vooral veel reizen, veel mensen ontmoeten, veel optreden. Na twee jaar zei ik: ‘Stop, ik wil weer liedjes schrijven. Om te kijken wie ik op dit moment ben, als mens en als muzikant’”, zegt Obel, zacht maar beslist. „Ik was al zo lang op pad, dat ik bang was dat al mijn ideeën zouden vervliegen. Ik moest terug naar de tekenkamer.”

Op Philharmonics brak Obel met vastgeroeste ideeën over popmuziek: ze wilde geen bandleden omdat ‘muzikanten vaak vasthouden aan hun rol’ en elke compositie op dezelfde manier behandelen.

Obel nam in haar eentje op, met een hoofdrol voor de piano. Op de onlangs verschenen tweede cd Aventine heeft ze haar muzikale stijl nauwelijks veranderd. De spookachtige klank van de piano krijgt tegenwicht van een brommende cello, en wordt omkleed door stemmen die dwarrelen als windvlagen. Obel koos een overzichtelijk instrumentarium, maar in de emotionele melodieën is hun ‘stem’ indringend. „Er zijn meer instrumenten waar ik van hou, maar ik moet hun mogelijkheden rustig bekijken. Ik ben langzaam. Nu koos ik voor samenwerking met de cello, en ontdekte er steeds nieuwe klanken in. Je kunt hem ritmisch gebruiken, hij kan klinken als een contrabas, harp of theremin (een elektronisch instrument dat klinkt als een zingende harp). „Ik weet zeker dat mijn volgende plaat meer zal bieden; klarinet, hobo, een koor van mannenstemmen. De ideeën zijn er.”

Toen Obel begin 2012 weer thuiskwam in Berlijn, waar ze woont, nam ze de eerste schetsen op in haar huisstudio. „Ik probeerde de ideeën te vangen voor ze verdwenen waren. Helaas bleken ze minder geslaagd dan ik dacht”, lacht ze. „Ik moest opnieuw gaan schrijven en experimenteren, en mijn mogelijkheden uitdiepen. Ik heb er achter elkaar aan gewerkt, tot afgelopen juni, toen Aventine afgerond was.”

Haar muzikale doel was het bereiken van „een bepaalde geestesgesteldheid”, zegt Obel. „Ik wilde dichterbij komen bij wie ik was. Sommige oudere liedjes sloten niet aan bij hoe ik me voelde. Dat merkte ik toen ik ermee optrad. De gevoelens die op Philharmonics ontbraken, wilde ik aansnijden op Aventine. Om dat te bereiken, moest ik die geestesgesteldheid vertalen naar melodie, inkapselen en laten kristalliseren tot een muzikale sfeer.

„Welke geestesgesteldheid het was? Die had te maken met de stemming tussen twee mensen. Ik was geïnteresseerd in het punt waarop praten geen zin meer heeft. Je bent gevoelloos en verdoofd. Woorden hebben geen betekenis meer, de dingen zijn kapot. Die stemming wilde ik uitdrukken.”

Ze legt haar hand op tafel. „Het is het moment dat gevoelens tussen jou en de ander niet meer geuit kunnen worden. Zoals je een tafel kunt aanraken maar woorden het gevoel van aanraking niet kunnen weergeven.”

Ze noemt Words Are Dead en het smekende Dorian als voorbeeld, maar laat in het midden of het een persoonlijke ervaring betreft. „Deze verdoving lijkt op de andere kant van het spectrum, als je juist verliefd bent. Ook dan verliezen woorden hun betekenis. Het is vergelijkbaar, al is het ene positief en het andere juist negatief: prille liefde of een gebroken hart.”

Aventine is verschenen bij PIAS. Concerten: 19/10 Paradiso, Amsterdam. 2/2 Stadsschouwburg, Groningen; 3/2 Doelen, Rotterdam; 4/2 Concertgebouw. Amsterdam.

    • Hester Carvalho