Het Nederlandse spoor zit op slot

Illustratie Pepijn Barnard

Deutsche Bahn heeft gisteren openlijk de aanval geopend op de NS. Dochterbedrijf Arriva heeft het ministerie van Infrastructuur een voorstel gedaan om over de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Brussel te gaan rijden. En met dank aan de Duitse spoorwegmaatschappij heeft Arriva wél hogesnelheidstreinen in de aanbieding: Duitse ICE’s, met een topsnelheid van 300 kilometer per uur.

Arriva exploiteert al enkele regionale spoorlijnen in Nederland. Arriva-directeur Anne Hettinga belooft treinreizigers een rit van Amsterdam naar Brussel in 1 uur en 47 minuten „in snelle, comfortabele ICE-treinen”.

Na het debacle met de Italiaanse flitstrein Fyra heeft de NS voorgesteld om tot 2022 over het binnenlandse hogesnelheidspoor te rijden met gewone intercity-treinstellen achter een locomotief die 160 kilometer per uur haalt. Daarna wil de NS intercity’s met een topsnelheid van 200 kilometer per uur laten rijden.

Gisteren hield de Tweede Kamer een hoorzitting over de plannen van de NS. Arriva greep de gelegenheid om de alternatieve voorstellen te presenteren. Maar Hettinga vond weinig gehoor. Deutsche Bahn in plaats van de Nederlandse Spoorwegen – daar zien bijvoorbeeld de PvdA en de SP niets in.

In ruil voor de volgens Hettinga „risicovolle” plannen om over de hsl-zuid te gaan rijden, eist Arriva dat een deel van het lucratieve intercitynet openbaar wordt aanbesteed. Dan zou Deutsche Bahn de kans krijgen om ook over dat deel van het Nederlandse spoornet te mogen rijden. In het regeerakkoord is echter afgesproken dat de NS tot 2025 het alleenrecht krijgt op het hoofdrailnet. Op 4 november worden de plannen van de NS in de Kamer besproken. De uitkomst lijkt al vast te staan.