Help, mijn wereldbeeld raakt achterop!

Eerst even een quizvraag, over onszelf en de Amerikanen. Van alle mensen in de wereld die internet gebruiken: hoe groot is het percentage dat woont in de landen van Europa en Noord-Amerika bij elkaar? De afgelopen dagen heb ik die vraag hier en daar gesteld, en de antwoorden liepen sterk uiteen. Sla er gerust zelf ook even een slag naar.

Veel mensen schatten dat zo’n zeventig of zelfs tachtig procent van de totale internetbevolking te vinden is in Europa en Noord-Amerika. Zelf had ik waarschijnlijk ook zoiets gezegd, als mij de vraag was gesteld. Maar ik hoefde niet te raden, want ik kwam het percentage tegen in het boek Black Code, van de internetdeskundige Ronald Deibert, hoogleraar aan de Universiteit van Toronto.

In 2011, schrijft Deibert op basis van een rapport van de International Telecommunication Union (ITU), waren ontwikkelingslanden goed voor 62 procent van alle internetgebruikers, en hun aandeel groeit. Azië alleen al is goed voor de helft. Noord-Amerika en Europa samen vertegenwoordigen niet meer dan amper een kwart van de totale internetbevolking. Welkom in de 21ste eeuw.

Van de ongeveer 25 mensen die ik de quizvraag stelde (stuk voor stuk krantenlezers met belangstelling voor het buitenland), zaten er slechts twee min of meer goed: een diplomaat, die twintig procent zei, en de chef buitenland van deze krant, met 24 procent. Niet toevallig hadden ze allebei een aantal jaar in Azië gewoond.

Waarom had ik me zelf zo verbaasd over dat geringe aandeel van de Europeanen en Noord-Amerikanen in de totale internetpopulatie? Waarom zaten zo veel mensen in mijn omgeving er zo ver naast? Hebben we de afgelopen jaren niet eindeloos veel gehoord, gelezen en gesproken over de opkomst van de Aziatische economieën? Wie naar China is geweest, komt terug met verhalen over de duizelingwekkende groei van de steden, de voortrazende modernisering en de uitdijende middenklasse. De IT-industrie in India is legendarisch. En Indonesië zit tegenwoordig niet alleen aan tafel bij de G20, maar heeft een economie die, voorspellen experts, tegen 2030 even groot zal zijn als die van Duitsland.

Maar al deze dingen weten is één ding, er ook van doordrongen zijn is blijkbaar iets anders. De wereld is zo snel aan het veranderen, dat je wereldbeeld er makkelijk bij achterop raakt.

Barack Obama maakte al kort na zijn aantreden als president duidelijk dat hij de verschuivingen van economische en politieke macht naar Azië serieus neemt. In 2009 noemde hij zichzelf in een toespraak in Japan ‘America’s first Pacific president’. De eerste buitenlandse reis van Hillary Clinton als minister van Buitenlandse Zaken ging niet naar een van de buurlanden of Europa, maar naar Japan, China, Zuid-Korea en Indonesië. Dat was geen toeval. Later zou de Amerikaanse strategische wending naar Azië bekend worden als ‘the pivot to Asia’.

Net als over andere grote projecten van Obama zijn ook hierover de afgelopen tijd twijfels gerezen. Wat waren al die mooie woorden en bezoeken eigenlijk waard? Heeft Obama niet onlangs, wegens de begrotingscrisis in Washington, een Aziatische top op Bali en een bezoek aan vier landen in de regio laten lopen? Draait de Amerikaanse buitenlandse politiek niet weer gewoon om het Midden-Oosten?

Als Obama Azië inderdaad uit het oog is verloren, wat me sterk lijkt, dan kan dat nooit lang duren. Want Azië dringt zich op – niet alleen in de economie, maar ook in de geopolitieke verhoudingen. Als Amerika en Europa daar niet op inspelen, en de nieuwe verhoudingen niet onderkennen, worden ze ingehaald. Net als op de digitale snelweg.

Juurd Eijsvoogel schrijft elke vrijdag op deze plaats over internationale kwesties