Een bonobo in balans biedt vaker troost

Bonobo’s die door hun moeder zijn opgevoed, tonen meer medeleven dan wezen Dat komt omdat ze emotioneel stabieler zijn

Baby-bonobo Yaro ligt bij zijn moeder Lexi in de dierentuin in Leipzig. Hij zal later een meer empathische aap zijn. Foto AP

Redacteur biologie

Net als tussen mensen bestaat er tussen bonobo’s een belangrijk verschil in hoe ze met hun eigen emoties en die van anderen omgaan. Een bonobo die goed kan omgaan met zijn eigen angst en stress, heeft ook meer aandacht voor die van een andere bonobo. Hij zal sneller gaan troosten. Omgekeerd heeft een bonobo die maar blijft schreeuwen en schreeuwen nadat hij is aangevallen, op andere momenten weinig oog voor de emoties van een andere bonobo. Dat concluderen de Nederlandse primatoloog Frans de Waal en zijn collega Zanna Clay. Deze week verscheen hun artikel in PNAS. Bonobo’s zijn samen met chimpansees de naaste verwanten van de mens in de dierenwereld.

Net als bij mensen gaat bij de bonobo’s een evenwichtige emotionele ontwikkeling samen met goede sociale vaardigheden. Uit gedragsonderzoek was al bekend dat mensenkinderen die hun eigen gevoelens beter kunnen beheersen, ook anderen beter aanvoelen en ook sneller troosten. Kinderen die snel van streek raken, blijven juist meer naar binnen gericht.

Bij mensapen is die invloed van emoties op hun sociaal gedrag nog amper onderzocht. Vreemd, schrijft De Waal, want als die invloed voor mensen belangrijk is, zal dat voor deze naaste verwanten toch ook zo zijn.

En inderdaad. De Waal en zijn collega Zanna Clay onderzochten bonobo’s die in een opvangcentrum in Congo leven. Veel apen zijn daar als wees gekomen, nadat hun moeder door stropers was doodgeschoten. Ze vergeleken het troostgedrag van zes jonge weesjes met zes bonobo’s die wel volledig door hun moeder waren opgevoed. Troost bij bonobo’s betekent lichaamscontact, zoals aanraken, strelen, omhelzen en kussen.

Eerder dit jaar hadden Clay en De Waal al laten zien dat de dieren die door hun moeder waren opgevoed vaker troost bieden aan angstige soortgenoten. Weesjes reageren vaker negatief op bonobo’s in nood: ze vluchten of beginnen zelf te schreeuwen.

Nu toont het duo aan dat deze normaal opgevoede en vaak troostende bonobo’s inderdaad zélf emotioneel stabieler en socialer zijn. Ze hielden na een conflict bijvoorbeeld eerder op met schreeuwen dan weesjes. Ook hadden ze meer ‘vriendjes’, waarmee ze vaker speelden.

De resultaten bevestigen het belang van de band tussen moeder en apenkind voor een gezonde sociale ontwikkeling. „Moeders voorkomen extreme schommelingen in emoties door kinderen te kalmeren en te troosten”, licht De Waal toe per e-mail. „Weesjes hebben deze zorg nooit gekend en zodoende nooit geleerd hun emoties te bedwingen.”

Het was overigens niet zo dat de weesjes opgroeiden tot ‘probleembonobo’s’: ook deze apen spelen, vlooien en troosten elkaar. Een bewijs voor de goede zorg die ze in het opvangcentrum krijgen, vinden Clay en De Waal.

    • Lucas Brouwers