Die risico’s in het casino van banken lopen u en ik

Lenen is voor de bank goedkoop, niet voor de consument. Die krijgt te weinig voor z’n spaargeld, vindt Jan Drentje.

Zoals de meeste Nederlanders heb ik een spaarrekening. Hoort bij de opvoeding. Je moet om onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen wat geld achter de hand hebben. Op die spaarrekening krijg ik 1,25 procent rente vergoed – minder dan de inflatie.

Kennelijk heeft de bank mijn spaargeld niet echt nodig als dekking tegenover verplichtingen, anders was de rente wel hoger. Als ik even rood sta, betaal ik daarover bijna 9 procent rente. Dat is ineens wel duur. Moet de bank zelf een hoge rente betalen om middelen aan te trekken? In de kranten staat dat de banken heel goedkoop kortlopende middelen aan kunnen trekken via de centrale banken. Diezelfde middelen worden dus erg duur uitgeleend.

Voor mijn hypotheek met nationale hypotheekgarantie betaal ik 5,5 procent rente. Nog nooit een termijn overgeslagen. Volgens insiders betaal ik ruim een procent te veel aan rente omdat mijn bank ondergekapitaliseerd is: dus te weinig dekking heeft tegenover de langlopende verplichtingen. De balans van de bank is een rommeltje met vastgoedportefeuilles die afgeboekt moeten worden en derivaten die ze liever kwijt dan rijk zijn. Vanwege hoge risico’s van anderen moet ik dus een hoge rente betalen.

Bij monetaire economie leerde ik ooit dat bij het bankentoezicht gelet werd op dekkingsgraden. Die dekkingsgraad is – zo lees ik in de kranten – nog steeds niet veel hoger dan 5 procent. Er is veel te veel geld uitgeleend. Maar lenen is voor banken en de meeste staten nog steeds goedkoop. Niet voor de consument. Die betaalt een hoge rente en krijgt nauwelijks iets voor zijn spaargeld. Hier werkt niet het marktmechanisme maar de wetten van het wereldcasino waarbij centrale banken vrijwel gratis miljarden in de pot stoppen. De FED leent voor krap 0 procent rente uit. De ECB begint op de FED te lijken.

In de VS schijnt de financiële crisis voorbij te zijn. Het aantal banen is toegenomen. De economie groeit. De schulden groeien echter veel harder. Ieder dollar die in de economie wordt gepompt, levert nog maar een fractie van een dollar aan reële groei op. De verhouding tussen de groei van de economie en schulden is volkomen zoek. Gelet op de grote vraag naar krediet, zou je mogen verwachten dat de rente stijgt. Maar daar steken de centrale banken een stokje voor.

Op de middelbare school kreeg ik geschiedenisles over de crisis van de jaren dertig. Die begon met de crash op Wall Street van 1929 – met een aantal naschokken. Een gevolg van monetaire financiering, zo leerden wij. Schulden werden met nieuwe schulden betaald. Dat ging fout. Schulden werden opgeëist en dat leidde tot een langdurige recessie die politieke systemen in de wereld onder grote druk zette. In 2008 maakten we opnieuw een grote financiële crisis mee. Maar door gezamenlijk optreden van overheden en centrale banken kon een ramp als in de jaren dertig worden vermeden – zegt men. Als gevolg daarvan moet de Nederlandse overheid jaar in jaar uit miljarden bezuinigen. Volgens minister Dijsselbloem is er sprake van een balanscrisis. Te veel schulden, te weinig middelen. Ik wil die middelen graag ter beschikking stellen. Op een spaarrekening met een marktconforme rente. De rente wordt echter laag gehouden. Als gevolg hiervan dreigt mijn pensioen, spaargeld voor de oude dag, te verdampen. Volgens premier Rutte moet ik meer geld uitgeven en meer belasting betalen. De burger is de citroen. In het wereldcasino wordt intussen alweer met hoge inzetten door gegokt – zonder dat de gokkers veel risico lopen. Dat risico lopen u en ik.