De nulde helft

‘Scheidsrechters zijn de jongetjes die Formule 1-coureur willen worden, maar als volwassen mannen tot het pijnlijke inzicht komen dat ze buschauffeur zijn”, beweert Vriend 1.

We zitten met z’n drieën in een café en hebben het over voetbal. We hebben het altíjd over voetbal. Ik heb net geprobeerd uit te leggen wat er zo leuk is aan fluiten, maar mijn twee vrienden tegenover me blijven het zien als een straf. Vrijwillig een wedstrijd leiden staat voor hen gelijk aan de grootst mogelijke zelfkwelling.

„En trouwens, mis je de derde helft niet?”, vraagt Vriend 2. Niet meer voetballen is één ding, niet meer urenlang nalullen en bier zuipen achteraf is iets anders.

„Klopt”, zeg ik, „maar ik heb tegenwoordig een nulde helft.”

Ik vertel over de wekelijkse zoektocht naar de onbekende club, de aankomst bij de zoveelste, verveloze kantine. Dan het handen schudden in de bestuurskamer, de blije gezichten als ze zien dat je er bent. „Bakkie koffie, scheids?” Er volgt een uiteenzetting over vroeger, over nu, over het eerste elftal dat dit jaar vast en zeker wél gaat promoveren. Met een beetje geluk haalt het bestuurslid van dienst verhalen op over lang vervlogen tijden waarin hij zelf nog in de spits stond.

Het digitale wedstrijdformulier wordt ingevuld en gecontroleerd. Alles is in orde. Een grijze, kromlopende vrijwilliger wijst me de weg naar mijn kleedkamer. „Wat wilt u drinken in de rust, scheidsrechter?” Ik bestel het gebruikelijke energiedrankje. Net zo vies als de koffie, maar mijn weekend is niet compleet zonder een bekertje bocht en een flesje suikerwater.

Vriend 1 en Vriend 2 knikken langzaam. Ze beginnen de charme te begrijpen. Ik vertel over het omkleden, het klaarleggen van mijn fluitje, horloge, kaarten en notitieboekje, de warming-up plus het babbeltje met de coaches, de instructies voor de grensrechters en het tossen voor de aftrap. „Kop of munt?” De aanvoerders wensen elkaar en mij een prettige wedstrijd en alle spelers gaan klaarstaan.

„Hoe lang geleden is het nou”, vraag ik, „dat je nog echte zenuwen voor een wedstrijd voelde?”

Vriend 1 en Vriend 2 kijken elkaar aan. Ze voetballen sinds jaar en dag in een laaggeklasseerd vriendenteam. De gezonde opwinding is lang geleden al verdwenen.

„Terwijl op het moment dat ik op mijn fluitje blaas, de spannendste negentig minuten van de week beginnen.” Misschien klinkt het overdreven, maar het is wel waar. Hoe lang ben ik nu scheidsrechter? Acht wedstrijden pas. Toch kan ik oprecht zeggen dat ik het fantastisch vind. Elke week, tijdens die prachtige voorbereiding vol terugkerende rituelen, voel ik die jongensachtige kriebels in mijn buik.

„Je klinkt als een buschauffeur”, zegt Vriend 1.

We lachen, bestellen nog een rondje bier en vieren een derde helft.