‘Amsterdam ruik ik, voel ik, hoor ik’

Dit weekend is de marathon van Amsterdam. Onder de 15.000 lopers ook blinden en slechtzienden. Zij ervaren Amsterdam met al hun andere zintuigen – en dan veel intenser.

Peter Dijcks ziet slechts 3 procent met één oog en loopt zondag de marathon. Foto Rien Zilvold

De marathon van Amsterdam is „de marathon van de rottende bladeren”, zegt Peter Dijcks. „Van de ruim 42 kilometer loop je er zo’n tien langs de Amstel. Dat is sereen hollen, de herfst heeft iets verstillends. De stilte wordt alleen gestoord door het gezoem van de auto’s op de ringweg A10.”

Peter Dijcks is een bijna blinde loper. Met zijn linkeroog ziet hij niks, met zijn rechter 3 procent. Veel blinde of slechtziende lopers lopen met een buddy, waarbij de atleten zijn verbonden met een koord. Via deze band en met aanwijzingen begeleidt de buddy de loper. Maar vaak loopt een blinde loper ‘los’ en volgt hij de aanwijzingen van zijn buddy, die naast of schuin voor hem loopt.

Wanneer Dijcks een snelle tijd wil lopen, schakelt hij een buddy in – loopt hij ontspannen, dan zoekt hij na de start iemand die zijn tempo loopt. „Ik zie dan vaag de contouren van iemand en daar haak ik bij aan. Ik loop achter een schim. Na een tijdje zeg ik meestal dat ik slechtziend ben en de kop niet kan overnemen. Ik kan namelijk niet voorop lopen.” Hij draagt geen speciaal shirt waaraan je kunt zien dat hij bijna blind is.

De marathon van Amsterdam van komende zondag wordt de achtste keer dat de 57-jarige Dijcks deze afstand in de hoofdstad loopt. Op zijn palmares staan er zo’n veertig, snelste tijd 2.51.21 uur. De marathon van Amsterdam is voor hem de klassieke herfstmarathon. „In het Vondelpark en langs de Amstel hangt de geur van de rottende natuur. De marathon van Rotterdam en Alphen aan den Rijn zijn voorjaarsklassiekers. Dan ruik en voel je de ontluikende natuur.”

Ondergrond

Het idee dat blinden hun andere zintuigen beter kunnen gebruiken dan zienden is volgens Dijcks waar. „Ik voel mensen in mijn omgeving. Soms voel ik ook wanneer we een obstakel naderen. Ik heb daar geen verklaring voor.” Mensen die vanaf hun geboorte blind zijn, bewegen zich soms zo soepel door een wereld vol zienden dat je nauwelijks uit hun bewegingen kan afleiden dat ze niet zien waar ze lopen.

„Omdat je blind bent, is de beleving van de omgeving intens. Je voelt direct wanneer de ondergrond verandert van asfalt naar betontegels, van een harde naar een zachte ondergrond. Zo’n verandering ervaar je met je hele lichaam”, zegt Dijcks. „Een ander ziet een vals plat [een deel van een parcours dat horizontaal lijkt te verlopen, maar in werkelijkheid een vaak verraderlijke stijging heeft], een blinde loper ervaart het direct bij de eerste stap. Ik vind het altijd fijn als iemand mij waarschuwt als we de bruggen over de Amstel naderen.”

Als voorbereiding op de marathon komende zondag, trainde Dijcks afgelopen zondag een stuk langs de Amstel in de stromende regen en striemende wind. Hij heeft een gespierd en strak getraind lichaam en draagt geen petje, want dan ben je minder gevoelig voor geluiden. „Het is het fijnste gedeelte van de marathon”, zegt Dijcks na afloop. „Het pad is relatief smal. Na ruim tien kilometer zijn de groepen die ongeveer hetzelfde tempo lopen wel gevormd. Je hoort het kabbelende water en het ritme van de lopende schoenen.”

Op weg naar de Amstel wordt eerst een stuk door het Martin Luther Kingpark gelopen, dan langs begraafplaats Zorgvlied en als de Ringweg A10 is gepasseerd „begint het genieten”. De weg is mooi vlak, je hebt weinig obstakels. „Langs de Amstel hangt een mystieke sfeer, je voelt een oud-Hollands landschap.”

Bij vorige edities werd de stilte verstoord door een boot die even voor Ouderkerk aan de Amstel in de rivier ligt. Bij Ouderkerk wordt gekeerd en loopt de route via de oostzijde van de Amstel weer naar Amsterdam. House en disco klinkt van de rivier. „Hoewel het de stilte doorbreekt, is de muziek fijn. Het is opzwepende muziek”, zegt Dijcks. „In Eindhoven staan fanfares langs de kant. Dat is minder opzwepend.”

Misbruik

Peter Dijcks loopt al sinds zijn jeugd. „Tijdens de gymnastiekles op het instituut bleek dat ik talent had.” Toen hij zes jaar was, ging Peter naar het blindeninstituut Sint Henricus in Grave. Het instituut waarvan de blinde zanger en liedjesschrijver Jules de Korte in een vraaggesprek met de Volkskrant zei dat de fraters „beulen” waren. De kinderen werden fysiek en emotioneel mishandeld, verwaarloosd en seksueel misbruikt. Bij Peter Dijcks duurde het misbruik drie jaar, zegt hij in het boek Vrome Zondaars. Misbruik in de katholieke kerk van NRC Handelsblad-journalist Joep Dohmen. „Het overkwam je, en je wist niet beter als kind. Van seks hadden we nog nooit gehoord.”

„Als ik niet zou kunnen hardlopen, zou ik gek worden”, zegt Dijcks na afloop van de training in een café-restaurant aan de Amstel. „Lopen is voor mij een methode om het verleden een plek te geven. Het houdt me op de been en geeft me kracht en energie. Als ik hardloop ervaar ik iets onaantastbaars, dan ben ik onkwetsbaar. ”

De beleidsmedewerker bij de directie Arbeidsverhoudingen op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid woont in Rijswijk met zijn vrouw en drie kinderen. Hij traint bijna iedere dag. „Ik kan niet op mijn fiets naar mijn werk en moet toch mijn energie kwijt.” In het Westland heeft hij met zijn trainer een groot aantal trainingsrondes liggen met verschillende lengtes. „Die heb ik zo vaak gelopen, daar kan ik heel goed alleen trainen. Ik ken iedere centimeter en soms stap ik op een kiezelsteen die er een dag eerder nog niet lag.”

Bij stadsmarathons, zoals Amsterdam, zijn de verschillende hoogtes van trottoirs, wegen en trambanen „een ramp”. De trambaan in Rotterdam was, zo zegt Dijcks, de reden waarom hij op 29 seconden na de kwalificatie miste voor de Paralympics in Peking. „De trambaan bracht mij letterlijk en figuurlijk uit mijn evenwicht waardoor ik de limiet van 3.00 uur niet haalde.”

Onderdoorgang Rijks

Bij de marathon van Amsterdam, die zondag de 38ste editie beleeft, heeft de organisatie dit jaar de onderdoorgang onder het Rijksmuseum opgenomen. Het Rijk had in de 19de eeuw van de gemeente Amsterdam de grond gekregen voor een nieuw museum, maar met de voorwaarde dat er een poort in zou komen die het centrum van de stad zou verbinden met de nieuwe wijk die nog in Zuid gebouwd moest worden. Voor blinden en slechtzienden is de 250 meter „een drama”, zegt Peter Dijcks. „Ik zie er tegenop. Aan het begin en het eind staat een gigantische pilaar in het midden. Je stapt ineens in het duister en mensen beginnen te schreeuwen en te gillen in een tunnel. Ik raak mijn oriëntatie kwijt.”

Amsterdam is, voor hem, de marathon van de verschillende geuren. De herfstgeur in de parken en langs de Amstel, de geur van verschaald bier in Amsterdam-Oost, de geur van lekker eten in de restaurants van Amsterdam-Zuid. Op het bedrijventerrein Overamstel hangt de geur van industrie. „Dat is een vette geur, in de traditionele betekenis: dus niet gaaf, maar olie-, zwavelachtig. In het Vondelpark hangt ook vaak een vette geur, maar dan van de frituur.”

Het hoogtepunt van de Amsterdamse marathon is de start en finish in het Olympisch Stadion. Het stadion, ontworpen voor de Olympische Zomerspelen van 1928, voelt als een Romeinse arena. Dijcks: „De start is altijd dringen. Ik mag vanwege mijn handicap altijd voorin starten. Dan kom je dat stadion binnen en hoor je het gejoel van de toeschouwers, een kippenvelmoment.”

Daarna is het duwen en dringen, maar in het Vondelpark – dat de eerste keer wordt bereikt vanaf de Amstelveenseweg – wordt het al wat rustiger. De tweede keer, zo’n zes kilometer voor de finish, wordt de route tegengesteld gelopen en komen de lopers het park binnen via de zijde van het Leidseplein. „Na het Vondelpark maak je een bocht naar rechts en hoor je het Olympisch stadion al joelen. Je komt het stadion in via de marathonpoort. Je loopt letterlijk in de voetsporen van de Algerijn Ahmed Boughéra El Ouafi, die op 5 augustus 1928 op weg ging naar zijn Olympische titel. En dan is het nog tweehonderd meter. Al die mensen, en dat geluid – daar kan de Coolsingel niet tegenop.”