Alleen maar het eigen gelijk in het landbouwdebat

Het lijkt een voedselkwestie, de ‘paradox’ dat 850 miljoen mensen nog steeds honger lijden, terwijl er een miljard obesitas hebben. Maar het is een economische kwestie: armen hebben geen geld en dus geen toegang tot voedsel of tot land om dit zelf te produceren.

Misschien is het daarom niet verbazingwekkend dat lang niet alle interviews in De Voedselparadox strikt genomen over voedsel gaan. Ook een interview over mijnbouw past kennelijk in dit boek, net als één over de precaire positie van inheemse volkeren.

Filosoof Hans Achterhuis, voedselactivist Raj Patel, politicologe Susan George, landbouwsocioloog Jan Douwe van der Ploeg en vertegenwoordigers van uiteenlopende ngo’s leveren in deze interviewbundel eensluidende kritiek op de internationale economie. Het draait dan vooral om handelsovereenkomsten en landbouwsubsidies die in hun ogen nadelig uitpakken voor arme landen en bevolkingsgroepen.

De lezer kan een hele waslijst van onrecht, voortkomend uit de mondiale agribusiness, uit de verzamelde interviews destilleren. De biobrandstofrichtlijn (10 procent hernieuwbare energie tegen 2020) van de EU zorgt voor stijging van de voedselprijzen. ‘Agri-imperia’, de grote landbouwbedrijven, vernietigen lokale voedselgewoontes en culturen. De monoculturen die industriële landbouw hanteren zijn kwetsbaar voor plagen en vernietigen ecosystemen. In de strijd om land zijn boeren geen partij voor regeringen en multinationals.

Voor wie kennis wil nemen van de standpunten in één kamp van het gepolariseerde landbouwdebat, is dit daarom een informatief boekje, al werkt het stramien van de stukken uiteindelijk erg tegen. Eerst worden de misstanden uit de doeken gedaan, tegen het eind is er ruimte voor hoop, die vaak is gevestigd op ‘de gemeenschap’. Een betere redactie had ook niet misstaan, dan was een zin als ‘En dat is dan een stukje gezamenlijkheid waar je op kunt bouwen’ geschrapt.

De geïnterviewden hebben zeker een punt. De machtsconcentratie in de landbouw is groot en stevig verankerd in economische instituties als WTO en IMF. Het Westen wil enerzijds zijn landbouwsubsidies niet opgeven, maar ageert anderzijds fel tegen protectie door ontwikkelingslanden – een voorstel van ontwikkelingslanden om bij hongersnoden voedsel te mogen inkopen bij eigen boeren ligt in de WTO onder vuur van de VS. Anderzijds: het millenniumdoel om het percentage hongerigen te halveren tegen 2015 ligt redelijk op koers – iets gaat er in het huidige stelsel dus wél goed.

De herhaling van identieke wereldbeelden doet dit boekje geen goed. Ieder tegenwicht ontbreekt. Kon er niet één CEO of beleidsmaker gevonden worden die de status quo verdedigt?