Alle bomen in de Amazone zijn nu geteld

Hij bracht het totale bomenbestand van de Amazone in kaart. Het duizelt tropisch ecoloog Hans ter Steege als hij aan al die bomen denkt.

Hans ter Steege, tropisch ecoloog, ging een keer vissen met vrienden, ergens in de onmetelijke Amazone. „Ik besloot vast vooruit te gaan”, vertelt hij. „Ik vaar een meertje op, duikt er ineens zó’n kop van een zwarte kaaiman op naast de boot. Ik voer harder, maar die kaaiman zwom met mee. Het ging maar door. Toen hij uiteindelijk onderdook, voer ik naar het eerste het beste strandje om bij te komen. Toen heb ik me wel afgevraagd: waar ben ik eigenlijk mee bezig?”

Al bijna dertig jaar doet Ter Steege onderzoek in de Amazone. Vooral naar bomen. Vandaag geeft Ter Steege, als leider van een groot internationaal team van tropisch biologen, de eerste beschrijving ooit van het totale bomenbestand van het Amazonegebied. Het tijdschrift Science publiceert de inventarisatie. In totaal zijn er 16.000 soorten en naar schatting 390 miljard individuele bomen. „Er zijn daar zo veel bomen dat het op me drukt als ik erover nadenk.” Ter vergelijking: heel Europa telt slechts zo’n 200 inheemse boomsoorten.

Van alle soorten in de Amazone zijn er 5.800 extreem zeldzaam, zegt Ter Steege. Van die bomen zijn er, per soort, maar duizend – of nog minder. De meeste zijn nog niet beschreven. „Ze maken grote kans om uit te sterven, nog voor ze worden ontdekt en beschreven door biologen.”

Hans ter Steege werkt bij het instituut Naturalis in Leiden en bij de Universiteit Utrecht. Sinds 1985 doet hij onderzoek in het Amazonegebied, vooral in Guyana waar hij tien jaar woonde. Hij deed er wat elke tropisch ecoloog doet: hij verkende, in dat uitgestrekte woud, tientallen postzegels bos van een hectare, verspreid over het land. Hij schreef precies op hoeveel bomen er groeiden, van welke soorten.

Maar toen realiseerde hij zich dat hij het grote overzicht miste. Zoals zijn team in Science schrijft: „Zelfs de simpelste vraag – wat is de algemeenste boomsoort in het Amazonegebied? – is nog nooit behandeld in de wetenschappelijke literatuur, laat staan dat hij beantwoord is.”

Nu is dat antwoord er wel. Het is de palm Euterpe precatoria, in z’n eentje goed voor 5,15 miljard bomen. Maar belangrijker is dat Ter Steege überhaupt de benodigde gegevens verzamelde. Hij haalde 119 andere tropisch ecologen over om de gegevens over ‘hun’ postzegels, verspreid over het Amazonegebied, te delen. Op basis van hun 1.170 plots – de helft van de gegevens was nooit gepubliceerd – kon het team via een wiskundig model een voorspelling doen over het hele Amazonebos.

Waarom wist niemand wat de belangrijkste bomen in de Amazone waren?

„Het is zó ontzettend groot. Afgelopen zomer bezocht ik mijn schoonouders in Manaus. We voeren twee dagen naar de Anavilhanas-archipel, dat zijn lange eilanden in de Rio Negro. Die rivier is daar 15 tot 20 kilometer breed. Je vaart langs een landtong naar een meer dat 3 kilometer breed is. Daarna nog een landtong en wéér zo’n meer. Je vaart dagen en dagen en ziet alleen maar bos. Het gaat maar door. Een bioloog krijgt in zijn eentje écht geen idee wat de belangrijkste bomen van de Amazone zijn.”

Hebben de uitkomsten je verrast?

„Jawel. Wat we al konden voorspellen, is dat er heel veel zeldzame soorten zouden bestaan, en heel weinig algemene. Maar ik vind het wonderlijk dat er slechts 227 dominante soorten blijken te zijn. Dat is een van onze belangrijkste vondsten: 227 soorten leveren de helft van alle bomen. Van tevoren zou ik gedacht hebben: dat zijn er tegen de 1.000.

„En ik vind het verrassend dat het bomenbestand gradueel verandert, van Bolivia naar Guyana, ook al blijft de grondsoort hetzelfde. Op een uitzondering na overheersen dominante soorten nooit de hele Amazone, maar alleen één regio.”

Van alle bomen in het Amazonegebied zit een fractie in jullie database. Maakt dat de voorspellingen onnauwkeurig?

„Nee. Toen we een groot deel van de analyse al gedaan hadden, kreeg ik twintig plots uit gebieden waarvan we nog heel weinig gegevens hadden. Ik dacht: die zullen misschien erg afwijken. Maar nee. Soorten die daar algemeen zijn, waren het op andere plaatsen ook.

„Over die lijst van 227 algemene soorten ben ik dus vrij zeker. Biologen kunnen die bomen ook goed identificeren. Maar er zullen fouten in zitten, zeker bij de zeldzamere soorten. En we kunnen dat vaak niet meer controleren. De oudste plots zijn tachtig jaar oud; de plots uit Rondônia (Zuidwest-Brazilië) zijn inmiddels ontbost, die bestaan niet eens meer.”

Uit jullie schattingen blijkt dat er met elke vierkante kilometer kap een boomsoort kan verdwijnen. Wat betekent dit voor beschermers van het regenwoud?

„Van 4.000 boomsoorten in ons bestand kennen we nu de namen, we weten waar ze voorkomen en we hebben een schatting van hun populatiegrootte. Vervolgens gaan we schatten welke soorten het meest bedreigd zijn. De soorten in de deforestation arc staan het meest onder druk. Dat is het grote gebied in het zuiden en oosten van de Amazone waar veel bos wordt gekapt voor sojaplantages. Mijn hart doet zeer als ik er doorheen rijd.

„Ik weet niet waar dat eindigt. Ik hoop dat de ontbossing niet doorgaat tot alles weg is. Ik vind dat ik positief moet blijven. 80 procent van het Amazonebos is nog intact. En 35 à 40 procent is in enige mate beschermd gebied – dat is veel, mondiaal gezien. Vlieg je er overheen, dan denk je: hier moet ik niet landen, want dan kom ik er nooit meer uit. Het is zo groot. Er is nog heel veel en het is ook nog eens heel mooi.”

Ben je nooit bang in het bos?

„Eigenlijk niet. Maar als ik een plot heb uitgezet en ik kom weer terug bij de zandweg, ben ik wel opgelucht. Het bos is ondoordringbaar. Als je twintig meter gelopen hebt, zie je niet meer van welke kant je kwam en moet je op je kompas verder. Ik ben eens vijf kilometer door een jaguar gevolgd, maar dat merkte ik pas achteraf.”

    • Hester van Santen