Aangepaste begroting raakt oppositie meer dan de economie

Heel veel nullen, nauwelijks structurele verbetering van de economie en een fikse koopkrachtverbetering voor de hoogste inkomens. Dat zijn volgens oppositiepartijen PVV, SP en CDA de conclusies van het Centraal Planbureau (CPB) over het begrotingsakkoord van vrijdag.

Het laatste deel van de jaarlijkse financiële beschouwingen werd gisteren vooral gewijd aan de doorrekening van het CPB werd gepresenteerd. En inderdaad: het akkoord heeft nauwelijks effect op de economische groei, de werkgelegenheid en de koopkracht na 2014. Tony van Dijck (PVV) smaalde dat D66, ChristenUnie en SGP zich „voor een grote nul hebben verkocht”.

Schaamte en berouw bij de partijen die wel dat akkoord met de coalitie hadden getekend? Allerminst. Die partijen hekelden de zuurgraad van partijen die volgens Carola Schouten (ChristenUnie) „liever aan de zijlijn toekijken hoe het allemaal misgaat”.

Wouter Koolmees (D66) voelde zelfs trots toen hij de berekeningen van het CPB onder ogen kreeg. Het kabinet zorgt voor 40.000 nieuwe banen, al zijn die pas in 2040 een feit. „Onze doelstelling was 50.000 banen, maar het CPB heeft nog niet alle effecten mee kunnen rekenen, zoals de gevolgen van de investeringen in het onderwijs.”

Van die 40.000 extra banen is ongeveer de helft het gevolg van het begrotingsakkoord zelf. Koolmees wees nog op een ander lichtpuntje. De bestedingen van huishoudens stijgen komend jaar weer eens, door een iets lager tarief van de inkomstenbelasting.

Over de politieke gevolgen van het begrotingsakkoord hoeft minder discussie te ontstaan dan over de economische effecten. D66, ChristenUnie en SGP stonden gisteren pal voor de resultaten die zij samen met de coalitie hadden bereikt.

Opvallend genoeg lieten de woordvoerders van VVD en PvdA het cijferwerk van het CPB ongenoemd. Pas toen PvdA’er Henk Nijboer het verwijt kreeg dat het akkoord slechts de koopkracht van de hogere inkomens zou vergroten, kwam hij in het geweer. Die hogere inkomens gaan er – net als de gezinnen met kinderen – inderdaad als enige op vooruit. Maar dat is volgens hem juist een correctie op de plannen die met Prinsjesdag waren gepresenteerd. Toen was de kritiek dat de lastendruk voor de hogere inkomens te hoog werd. „De hoogste inkomens leveren nu dus een iets minder hoge bijdrage.”

Dat de gevolgen van de bijgestelde begroting niet groot zijn, kan niemand verrassen. De veranderingen die vorige week zijn afgesproken, hebben op nauwelijks de helft van de extra bezuinigingen van 6 miljard betrekking. En dat is vrij weinig op een begroting van bijna 250 miljard euro.

    • Erik van der Walle