Zeg burger, participeer je met je eigen zaken

Mensen schrijven zich massaal in voor burgerhulpdiensten als Amber Alert. Maar die hulp kan omslaan in hinder, stelt Clara van de Wiel.

Er is geen onderscheid meer tussen ‘voor de zaak’ en ‘voor thuis’. Foto ANP

Waar zijn de helden?’, vroeg popgroep The Scene zich ooit af. Helden zijn nu overal. Ze speuren mee naar vermiste kinderen na een bericht van Amber Alert (twee miljoen deelnemers), ze achtervolgen de tasjesdief na een oproep via Burgernet. En sinds kort kunnen ze zich inschrijven voor SOS Alarm Hulpdienst, een app voor EHBO’ers en bedrijfshulpverleners.

Al die extra handjes komen de overheid ongetwijfeld goed van pas – het sluit aan op de ‘participatiesamenleving’ van dit kabinet. Dat burgers helpen bij vermissingen, opsporingen en hulpverlening is natuurlijk geen nieuw verschijnsel. Van plakkaten met gezochte criminelen op het dorpsplein tot politieberichten vlak na het achtuurjournaal; zonder medewerking van het volk kon de overheid ook in het verleden al niet. Wanneer een dame in het gedrang onwel werd, klonk de roep om ‘een dokter in de zaal’ luidkeels.

Toch is de nieuwe georganiseerde burgerhulp anders. Allereerst omdat burgers vooraf actief lieten weten ‘iets’ te willen doen. Maar bovenal omdat door het medium waarmee ze worden benaderd de oproep plotseling een heel persoonlijke wordt. Niet langer ben je de omstander of voorbijganger die kan assisteren, de vrijblijvendheid is verdwenen. Wanneer je je dan toch hebt aangemeld, ga je ervan uit dat je hulp ook echt geboden is. Stiekem hoop je misschien ook wel in actie te mogen komen.

Een beetje sensatiezucht is niemand vreemd, zie de kijkfile bij een auto-ongeluk. Heel menselijk. En waarschijnlijk hetzelfde wat menig agent in het begin van zijn loopbaan ervaart op surveillance door een ingedutte villawijk. Heimelijk zal hij bidden om een verzetje. Dat is niet erg. Met dat wachten leer je gaandeweg omgaan. Het is zelfs een belangrijke training van agenten. De grens tussen waakzaam wachten en op het cruciale moment actief handelen is doorgaans nogal dun. Maar hoe moeilijk het soms ook is op je handen te blijven zitten, soms zijn voorbehoud en behoedzaamheid grote deugden.

Om die reden is men in de berichten van zowel Amber Alert als Burgernet terughoudend in het geven van informatie. Daardoor is de effectiviteit gering, bleek deze zomer uit onderzoek naar deze diensten. Maar, zo werd benadrukt, dat burgers zich meer betrokken voelen bij politiewerk is winst.

Het is echter de vraag of de juiste betrokkenheid op deze manier wordt gestimuleerd. Juist de indruk dat informatie wordt achtergehouden, kan voor mensen een prikkel worden om zelf op onderzoek uit te gaan. Na het – late – Amber Alert over de broertjes Ruben en Julian trokken velen het bos in, om daar uiteindelijk meer kwaad dan goed te doen. Onschuldige sensatiezucht kan door de persoonlijke manier van benaderen al snel een pervers karakter krijgen. Ik ben als burger toch ingeseind? Dan wil ik hier verdorie toch ook komen helpen!

Overparticipatie dreigt. Soms zijn goede intenties nu eenmaal niet voldoende. Kijk maar naar het kind dat papa bij het klussen probeert bij te staan en er vervolgens voor zorgt dat beiden van de ladder afdonderen. O zo goedbedoelde hulp, maar o zo hinderlijk op het moment suprême. „Maar ik wilde alleen maar helpen”, klinkt dan opeens als meest stompzinnig excuus.

De flyer van Burgernet illustreert het probleem eigenlijk al. „Ik heb net een straatrover gepakt”, schreeuwt een winkelende vrouw ons triomfantelijk toe. Op die prestatie mag ze natuurlijk apetrots zijn. Maar het wekt de suggestie dat iedere deelnemer binnenkort diezelfde trots mag ervaren. Dat zorgt niet alleen voor perverse teleurstellingen of rancune, het kan ook tot roekeloos gedrag leiden.

Betrokken burgers zijn voor een veilige omgeving essentieel, ze zijn de ‘eyes on the street’. De ene keer helpen ze een oude dame oversteken, de andere keer reageren ze op een kind dat in de vijver is gevallen. Dat soort waakzaamheid heeft geen appèl nodig. Door ons persoonlijk aan te spreken, krijgt ook de bijdrage die we gewoonlijk kunnen en willen leveren al snel een heel individueel karakter. Terwijl juist in het collectieve ‘oogje in het zeil’ ook mensen zonder specifieke vaardigheden excelleren. Het maakt dan niet zoveel meer uit wie er die dag held is.

Het is beter die collectieve oplettendheid te stimuleren, dan onze sensatiezucht aan te wakkeren. Als collectief kunnen we een hoop bijdragen. Als persoon ligt overparticipatie op de loer.