Xi dwingt partijbonzen tot biecht

Nieuwe partijleider valt terug op zelfkritieksessies uit de tijd van Mao om de discipline te herstellen

Alleen zijn stem haperde even, verder hield Zhao Yong, plaatsvervangend partijsecretaris van de provincie Hebei, zijn gezicht in een stoïcijnse plooi, toen hij opbiechtte dat „het revolutionaire vuur” bij hem een waakvlammetje was geworden.

„Ik ben meer gaan hechten aan promoties en bureaucratische procedures dan aan de wensen en problemen van de gewone mensen en ik ben na mijn laatste promotie zeer arrogant en zelfvoldaan geworden”, erkende hij in een voor hedendaagse Chinese begrippen zeldzame openbare biecht.

Honderden miljoenen Chinese tv- en krantenlezers worden sinds vorige maand getrakteerd op uniek politiek theater in de media. Op last van partijleider en president Xi Jinping moeten provinciale topfunctionarissen, vaak machtiger dan Europese premiers, in het kader van de nieuwe campagne om de Communistische Partij te genezen van een reeks ‘ziekten’ aan openbare zelfkritiek doen, zowel mondeling als schriftelijk.

Veel vooroordelen worden daarmee bevestigd. Zoals toen eerder deze week in het rijke Zhejiang een hevig transpirerend hoofd propaganda vertelde dat hij miljoenen euro’s extra had uitgegeven aan feesten en partijen met beroemde film- en popsterren.

En wat iedereen dagelijks op straat kan zien, werd door een hoge partijfunctionaris in Jiangsu onder woorden gebracht. Hij vond het „heel erg mooi” om rond te rijden in een Toyota Land Cruiser die hij prefereerde boven de van dienstwege verstrekte Volkswagen Santana.

Belachelijk maken

Alleen ouderen kunnen zich nog herinneren dat Mao Zedong in zijn leger van guerrillastrijders al sinds de jaren ’40 van de vorige eeuw „democratische bijeenkomsten voor kritiek en zelfkritiek” organiseerde en dat later, in de turbulente beginjaren van de Volksrepubliek, deze sessies werden gebruikt om vermeende tegenstanders belachelijk te maken. Een hoogtepunt bereikte deze praktijk tijdens de Culturele Revolutie in de jaren ’60. Maar voor jongere generaties zijn de alleen voor partijleden toegankelijke zelfkritiekbijeenkomsten nieuw.

De nieuwe Chinese partijleider en president Xi Jinping heeft dit oude, maoïstische concept nieuw leven ingeblazen in het kader van zijn campagne om de geloofwaardigheid van de communistische partij in de ogen van de bevolking te herstellen en de partij „te disciplineren”.

Net als in westerse democratieën is er in China een diepe kloof ontstaan tussen het politieke bestuur en de bevolking. „Wij kampen in de relatie met de bevolking met problemen van vitaal belang die dringend moeten worden aangepakt”, zei Xi bij de start van de campagne in juni.

Machtsmisbruik, formalisme, bureaucratie, extravagantie en hedonisme zijn de belangrijkste ziekten, luidde zijn diagnose. Bestuurders, en daarmee de partij, maken zich ongeliefd door hun middelmatigheid, hun luiheid, zelfverrijking en onverschillige gedrag, voegde hij er aan toe. Naast de zelfkritieksessies is het meest in het oog lopende aspect van zijn kruistocht de aanpak van de corruptie die dagelijks voor nieuwe onthullingen over graaiende functionarissen en managers van staatsbedrijven zorgt.

Xi was eind september in overhemd met korte mouwen en een notitieblok onder handbereik persoonlijk aanwezig bij de eerste openbare zelfkritieksessie in Hebei en hij heeft de andere zes leden van het Staand Comité van het Politbureau opgedragen de eerste ronde van „democratische bijeenkomsten” in de provincies te leiden. Zelf blijven de zeven machtigste mannen van China overigens buiten schot.

Na de provinciale partijbesturen volgen binnenkort de zelfkritieksessies van de stedelijke partijkaders, directies van staatsbedrijven, ministeries, politie, leger en ook media die een speciale behandeling krijgen. Een kwart miljoen (hoofd)redacteuren en verslaggevers, ook van de internetsites, zal weer worden bijgebracht dat zij „wapens van de partij” zijn en niets anders. Wie verzuimt of zakt voor het examen ‘communisme met Chinese karakteristieken’ is zijn baan kwijt.

Natuurlijk vallen er in de zelfkritieksessies ook schijnbekentenissen te beluisteren. „Ik was te ambitieus om hoge groeicijfers te boeken en daardoor verwaarloosde ik de problemen en de zorgen van de gewone mensen”, is een voorbeeld van brave zelfkritiek.

Niet verwonderlijk dat op Weibo, het Chinese twittersysteem, juist deze ‘bekentenissen’ worden bespot. „Misschien ben ik te argwanend, maar waarom heb ik nog niemand horen bekennen dat zij zichzelf illegaal hebben verrijkt en hoeveel vriendinnen zij erop na houden. Waarom zijn er nog geen koppen gerold?”, blogde schrijver Cao Junshu.

Ook de in het Nederlands vertaalde auteur Murong Xuecun vroeg zich af „hoe het mogelijk is de zelfkritieksessies serieus te nemen als de hoogste leiders er niet aan mee doen en er niet gepraat mag worden over een vrije pers en onafhankelijke rechtspraak zonder te worden gearresteerd.”

Mao-recepten

De Hongkongse commentator en hoogleraar Chinese geschiedenis professor Willy Lam ziet in Xi’s campagne en zelfkritieksessies een poging om China „te neo-maoïseren op een wijze waarop Mao trots zou zijn”. Lam op de website van de Jamestown Foundation: „Het gaat erom dat Xi met klassieke Mao-recepten zijn eigen machtspositie wil vergroten door middels de zelfkritieksessies zijn tegenstanders te verzwakken en hij wil ook de greep van de partij op de samenleving en op de media nog verder vergroten”.

Een andere, prominente China-watcher, de sinoloog en historicus Alice Miller van Stanford University, is het daarmee oneens. „Door de partij en de overheid te zuiveren van corruptie en middelmatigheid en door tegenstanders via de zelfkritieksessies onschadelijk te maken effent hij de weg voor ingrijpende economische hervormingen, waarover tussen de verschillende belangengroepen zeer intensieve onderhandelingen achter de schermen worden gevoerd”, aldus Miller in China Leadership Monitor.

„Xi Jinping is geen leerling van Mao Zedong”, antwoordt zij in een e-mail: „hij is navolger van Deng Xiaoping die 35 jaar geleden China opengooide nadat hij op alle mogelijke manieren de partij had klaargestoomd voor grote, ontwrichtende hervormingen.”

Miller ziet parallellen tussen het leiderschap van Xi en Deng: „De ontwikkeling van China is onomkeerbaar, we gaan niet terug naar het Mao-tijdperk, maar China is wel in een kritieke fase beland. Het bevindt zich politiek en economisch in diep, onbekend water en Xi Jinping vaart daarom op de door Deng Xiaoping uitgezette koers van politieke consolidatie en economische hervormingen.’’