Wijnen van naam

In mijn tienerjaren heb ik eens een kort verhaal geschreven over een kinderlokker (zo werden Robert M.’s en Frank. R’s destijds genoemd) die bij de afdeling klantenservice van een groot warenhuis een meisje ophaalde, nadat er was omgeroepen dat kleine Karin van vier jaar daar op haar vader zat te wachten.En tja, dat ze niet mee wilde, huilde, schreeuwde, trapte en maar steeds riep ‘dat is mijn vader niet, dat is mijn vader niet’, daar konden de mevrouwen van de klantenservice alleen maar schuchter om lachen.

‘Hier, neem nog maar lekker een snoepje mee, voor onderweg. En ga nu maar fijn met papa mee. Graag gedaan hoor, meneer.’

Het nimmer gepubliceerde verhaal (Terecht! Gevaarlijke gek!) dook weer even op in mijn brein (Verknipt! Wat u zegt!) toen ik afgelopen zomer op het achteretiket van een sauvignon blanc ui het assortiment van Vomar las waarom deze Poppy was genoemd: ‘Poppy-Isobel, onze oudste dochter, werd pal voor de oogst geboren. Zij inspireerde ons om deze wijn te maken, die daarom natuurlijk haar naam draagt. We zijn er dan ook trots op. Geniet ervan!’

Tja, wie is er nou gek? Zo heb ik ook eens een wijn gekregen die Martha’s Vineyard heette. Genoemd naar de overleden schoonmoeder van de wijnmaker. Martha’s Graveyard was dan toepasselijker geweest.

Enfin, moet dat kind overigens blij zijn dat deze wijn naar haar genoemd is? Ach, als het een wat mollig, blozend, blond meisje is, met een behangetje in haar kinderkamer vol rijpe tropenvruchten, gele appeltjes en limoenslingertjes, dan zeker.

Er is alleen één ding dat ik niet begrijp: dat je zo’n leuk, onschuldig en dartel ding als Poppy zomaar in de supermarkt achterlaat. In een wijnspeciaalzaak was beter geweest.

Van de week kreeg ik overigens weer een wijn op de proeftafel waarvan de wijnmaker ons meer wilde meegeven dan de inhoud. De bijkans gitzwarte, breed geschouderde fles van Poggio Le Volpi 2010 ‘Tator’ uit Salento (€ 15,95; tijdelijk € 12,95. Wijnkring) was voorzien van een somber etiket met een afbeelding in zwart potlood: twee mannenhanden ineengevouwen. Niet in gebed. Wijs- en middelvinger van de linkerhand hebben zich genesteld in de ruimte tussen duim en wijsvinger van de rechter.

Was dit een code die aangaf dat de handenman deel uitmaakte van een geheim genootschap? Zou zomaar kunnen. Het achteretiket legde uit dat Tator de naam is van een obscure god. En Google verduidelijkte vervolgens dat deze ook wel als Taotor bekendstond in de pre-Romeinse tijd.

Weer wat opgestoken. (Niet de middelvinger overigens.)

Maar wat nu heeft dat te maken met deze wijn?

Toen moest de achteretiketten-scribent zich nog even in een bocht wringen: ‘de gebruikte primitivodruif is als Tator, wiens karakter zich onderscheidt door zijn kracht en verbondenheid met de directe omgeving’.

Aha, zodoende.

Bepakt met deze geestelijke bagage kan een mens natuurlijk niet wachten om zo’n fles open te maken. Om vervolgens – atheïst of niet – toch in een soort god te gaan geloven en volgeling te worden van een wijnstijl, te danken aan het gebruik van zon doorstoofde, overrijpe druiven. Waardoor gevuld en jammig donker fruit met een hoog Bonne Maman-gehalte, rijpe vijgen en dadels en zoete specerijen hem ten deel vallen.

Tator. Je hebt er je handen vol aan.

 

    • Harold Hamersma