Wat voor imams worden hier opgeleid?

De Islamitische Universiteit in Rotterdam zegt bruggen te willen slaan naar de Nederlandse cultuur. Maar de rector predikt extremistische opvattingen.

Een studente zoekt een boek in de bibliotheek van de Islamitische Universiteit Rotterdam. Foto Hollandse Hoogte

Daar staat Ertugrul Gökçekuyu, met uitgestoken hand, in de aankomsthal van de Islamitische Universiteit in Rotterdam. „Welkom!” Gökçekuyu (net zwart pak, zwart brilletje) is voorzitter van de raad van toezicht van de universiteit. Opgewekt maakt hij een ronde door het gebouw.

In de vergaderzaal gaat hij zitten. Naast zijn collega Ahmet Dündar, de secretaris. Ze zijn hier om te vertellen over de missie van de universiteit. „We willen bruggen bouwen”, zegt Gökçekuyu, „en de dialoog voeren. Dat zijn onze twee belangrijkste doelen.”

De Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) leidt imams op, sinds ze dit jaar gestart is met een nieuwe theologieopleiding. In totaal studeren er 90 mensen aan de twee hbo-opleidingen die de IUR aanbiedt. Op wat voor school worden de toekomstige ‘polderimams’ opgeleid?

Vraag het aan de universiteitsbestuurders, en zij zeggen dat ze de islam willen „vertalen” naar de context van de westerse samenleving. Secretaris Dündar: „Als burgers van dit land proberen we een steentje bij te dragen aan Nederland.”

Dündar vindt het belangrijk dat er moslims zijn met kennis van de islam, moslims die hun religie op een juiste manier kunnen presenteren. Hij ziet zichzelf als voorbeeld. „Ik ben een in Nederland geboren moslim. Ik heb veel Nederlandse vrienden, en pak graag een terrasje met ze.”

De vergadertafel waaraan de universiteitsbestuurders zitten, ligt vol met paarse mapjes met de naam Bediüzzaman erop. Het is de bijnaam van moslimgeestelijke Saïd Nursi. Binnen de IUR zou hij veel aanhangers hebben. Gökçekuyu staat op, loopt naar de boekenkast en komt terug met een wit boekje, een vertaling van een geschrift van Nursi. „Hier, neem maar mee. Dat is het minste wat ik voor je kan doen.” Gökçekuyu glimlacht. „Ik hoop dat jij, inshallah, een kenner wordt van de islam en er met veel kennis over zult schrijven.”

In het boekje staan opmerkelijke teksten. Zoals de vermelding dat „ongeloof” een „misdrijf van oneindige afmetingen” is, dat een „grenzeloze, oneindige bestraffing” verdient.

In het boek Islamic Public Law dat de rector van de IUR, Ahmet Akgündüz, vorig jaar publiceerde, wordt de moslimprediker ook aangehaald. De rector laat Nursi (hij noemde hem eerder „een afstammeling van de profeet”) uitleggen waarom een afvallige gezien kan worden als „dodelijk gif voor de gemeenschap”. Verderop in het boek noemt Akgündüz steniging „één van de voorgeschreven straffen binnen de islam”, zonder dit toe te schrijven aan een geleerde. „De legitimiteit van stenigen is gebaseerd zowel op gezegden van de Profeet als zijn praktijken”, schrijft Akgündüz. Wel stelt hij dat individuele moslims niet tot uitvoering ervan mogen overgaan. Bij zijn aantreden in 2000 veroorzaakte Akgündüz ophef door te stellen dat een moslimman zijn vrouw mag slaan – als het echt niet anders kan. Later nuanceerde hij dat het slaan niet meer mag zijn dan een symbolisch tikje, en dan alleen in extreem uitzonderlijke situaties.

Akgündüz wil niet reageren op de citaten. Gökçekuyu, de voorzitter van de raad van toezicht, zegt: „De citaten uit het boek geven niet de persoonlijke mening van de rector weer, en ook niet die van de universiteit. Het is een studieboek, een weergave van islamitische jurisprudentie.”

Heeft de islamitische wetgeving, zoals de rector die in zijn boek beschrijft, nog steeds betrekking op het leven van een moslim? Daar wil Gökcekugu noch Dündar zich over uitspreken. Dat zou niet passen in hun rol van bestuurder, zeggen ze.

Een andere bestuurder van de IUR, Nevzat Yalçintas, was er bij de presentatie van een ander boek van Akgündüz in 2011 duidelijker over: „Het islamitische recht is aanwezig in alle aspecten van het dagelijks leven van de moslim”, zei hij volgens een verslag op de site van de universiteit.

De IUR heeft meer publicaties op haar naam staan. Akgündüz schreef dit jaar een pamflet over de onrust in Turkije deze zomer, dat hij ondertekende als rector van de IUR. In het pamflet staat dat de protesten tegen de Turkse premier Erdogan het werk zijn van „goddelozen”, „moskeevijandige architecten”, „aanhangers van Assad die moslims doden” en „mensen met een westerse levensstijl”. De tegenstanders van de regering zijn „vijand” van hun „religie en vaderland”, schrijft Akgündüz. Ook zou het protest zijn ondersteund door buitenlandse machten, zoals „Israël” en „Europa”, die nu „feest vieren” omdat ze „hopen op een overwinning van de onverlaten in het Gezi Park”. De universiteit zegt volledig achter de publicatie te staan.

Erik-Jan Zürcher, hoogleraar Turkse talen en culturen aan de Universiteit Leiden, noemt het pamflet „extreem”. Volgens hem noemt de rector demonstranten onterecht niet-moslims. Bovendien bevat het artikel „grove historische onjuistheden”.

Volkerenmoord

Het is niet de eerste keer dat Akgündüz een draai geeft aan de geschiedenis. In een lezing die hij in 2011 op IUR verzorgt, ontkent hij dat er genocide is gepleegd op de Armeense bevolking. Bij de Turkse volkerenmoord kwamen honderdduizenden Armeniërs om. Akgünduz stelt echter: „We hebben ze niet vermoord in hun eigen land, zoals de Amerikanen in Irak deden. We hebben ze slechts in eigen land doen verhuizen, en de overgrote meerderheid is levend en wel aangekomen.” Er zijn wel Armeniërs vermoord, maar lang niet zoveel als de circa miljoen moslims die omkwamen, meent hij.

Universitair hoofddocent van de IUR Özcan Hidir gaf in november 2012 een lezing in Den Haag over pleegkinderen. Daarbij zou hij gezegd hebben dat „vijfduizend Turkse islamitische kinderen” aan christelijke gezinnen zijn „weggegeven”. De bewering werd breed uitgemeten in de Turkse pers, waarna een rel ontstond over het Nederlandse pleegkind Yunus dat bij twee vrouwen woont.

Komen de denkbeelden van de professoren ook in de lessen aan bod? Dit jaar erkende de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie een nieuwe masteropleiding aan de IUR. Volgens de beoordelaar zijn „het niveau en de vakinhoudelijke kwalificaties van de docenten meer dan voldoende”. Wel is er op het gebied van didactische vaardigheden „ruimte voor verbetering”. De universiteit „mikt”, zo staat er verder, „op een uitgesproken openheid naar de veelkleurige diversiteit van de Islam in Nederland”.

Desalniettemin wil de Tweede Kamer naar aanleiding van dit artikel dat de lesinhoud van de IUR wordt onderzocht. „De uitspraken van de rector baren mij ernstige zorgen”, zegt VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg. „Als het gedachtegoed van de rector op eenzelfde wijze terugkomt in de curricula, is dat voor mij onacceptabel. Voor lesmethodes die eerder segregeren dan integreren is geen plaats in ons onderwijsbestel.” De VVD’er gaat de minister vragen of rector Akgündüz nog langer zijn vak mag uitoefenen.

PvdA-Kamerlid Keklik Yücel vreest dat de opvattingen van de rector de integratie van moslimstudenten „verder weg” brengen. „Hiermee krijg je geen polderimams, maar imams met vijandbeelden en anti-westerse waarden.” CDA-Kamerlid Pieter Heerma: „Het kan niet zo zijn dat een imamopleiding ingaat tegen de kernwaarden van de Nederlandse samenleving.”

    • Andreas Kouwenhoven