Waarom het Congres ons niet ziet staan

Op naar 7 februari? De deal over het schuldenplafond in het Amerikaanse Congres leidde gisteravond en vanmorgen tot grote opluchting. Ook al waren er weinig deelnemers op de financiële markten die er daadwerkelijk van uitgingen dat de zaak uit de hand zou lopen, er was hier toch sprake van een ‘staartrisico’: een zeer kleine kans op iets heel ergs. En die is er nog steeds. De hele schuldenplafond-kwestie van de afgelopen weken was mogelijk doordat een soortgelijke crisis in de zomer van 2011 tijdelijk was opgelost en doorgeschoven. Net als nu weer gebeurt.

Hoe goed is dit voor de Amerikaanse reputatie? Eerst een tegenvraag. Hoe goed is dit voor de reputatie van Europa? De situatie van de afgelopen weken in Washington brengt van de weeromstuit een stijgende bewondering teweeg voor het oude continent. Wat nou één regering en twee huizen van het Amerikaanse parlement die ingewikkeld doen? Neem zeventien verschillende eurozoneregeringen, 34 eerste en tweede kamers én de dwarsliggende Britten. Laat dan telkens overal nationale verkiezingen plaatsvinden, met navenante regeringswisselingen. En probeer dan eens voor elkaar te krijgen wat er de afgelopen drie jaar in de eurozone is gebeurd. Het gevecht tegen de eurocrisis lijkt met terugwerkende kracht een ongekend wonder van daadkracht, spitsvondigheid en verantwoordelijkheid.

Dan de reputatie van Amerika zelf. Na een ruime week ter plekke, waar het nieuws volledig werd gedomineerd door de schuldenplafondcrisis en de shut down, mag worden geconstateerd dat het buitenland daar volstrekt geen rol speelde. In de zin van: niets, nada.

Daaruit zou je kunnen concluderen dat de politieke klasse van de VS ongelofelijk dom is en het risico loopt straks verrast te worden door grootschalig reputatieverlies. Maar dat is te makkelijk. Stel dat hier sprake is van rationeel gedrag: de Amerikanen trekken zich terecht niets aan van de rest van de wereld, omdat ze er niets van te vrezen hebben.

Vanuit Amerikaans oogpunt is zulk gedrag consistent. Wie buiten de VS staat, ziet een land met voortdurende tekorten op de begroting en de lopende rekening van de betalingsbalans, dat steeds meer bij de rest van de wereld in het krijt staat. Een land ook, dat het risico loopt het privilege te verliezen om de internationale reservemunt te slaan, en te lenen tegen lage rentes.

Maar Amerika denkt daar sinds jaar en dag heel anders over. Het Amerikaanse tekort op de betalingsbalans is er geen blijk van dat de VS boven hun stand leven en dus jaarlijks moeten lenen van het buitenland, hetgeen hen kwetsbaar maakt. Het zit andersom: de rest van de wereld heeft een spaaroverschot en moet dat zo nodig kwijt bij Amerika, de leider van de wereldeconomie. Anderen moeten juist blij zijn dat de VS een tekort hebben, want hun overtollige spaargeld zou in eigen land de economie verstikken. De VS zijn het ventiel, de vlotter van de wereldeconomie.

Wie heeft hier nu dus eigenlijk de macht? De crediteuren, die dreigen dat ze hun geld terugtrekken als het Amerikaanse gedrag hen niet bevalt? Of de debiteur, die zo vriendelijk is in het krijt te willen staan en altijd in zijn eigen munt, de dollar, mag lenen?

En groter: raken de VS, in het licht van het ontstaan van een multipolaire wereld, hun privilege van de dollar straks kwijt en versterkt de recente roekeloosheid die trend? Of is hun positie vooralsnog zo sterk dat de krachtige taal uit vooral Beijing weinig anders is dan machteloos gesputter? Het eerste, zou je alsnog denken. Maar de zaak ligt complexer dan de snelle gevolgtrekkingen uit de jongste crisis suggereren. Het verklaart intussen allemaal wel dat het Congres zich geen snars aantrekt van wat de rest van de wereld doet en denkt. Ook straks, op 7 februari, niet.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel