Rommelige ‘global bass’

A riddim dem a call Tambú-ú-ú. Het pesterige zinnetje klonk gisteravond over de zware bassen en opgefokte percussie in de Amsterdamse Sugar Factory. Een ritme dat tambú heet, het zegt de meeste Nederlanders niets. Dat zou snel kunnen veranderen nu Kuenta i Tambú (KiT) de Curaçaose drumtraditie met Hollandse house mengt. Regelmatig was tijdens de presentatie van het album Tambutronic te horen hoe de swing van Afro-Caribische ritmes onweerstaanbaar reliëf brengt in de rechtlijnige Europese dancetraditie. Even zo vaak klonk KiT helaas als de dj die je op elk Caribisch feestje kunt horen, of erger nog, als een slecht geproduceerde houseplaat.

De band is van oorsprong een uitstekende percussiegroep, maar met een dance-dj achter de laptops zijn de percussionisten te ver naar de achtergrond verbannen. De twee ietwat rommelige vocalisten zouden beter met hen van plek kunnen wisselen, blijkt tijdens nummers waarin de traditionele ritmes wel naar voren komen. Wanneer frontman Roël Callister een koehoorn (kachu) bespeelt, of als de grote drums worden benut, blijkt het mogelijk om alles te creëren wat zich tussen Caribische gabber en Curaçaose dubstep ligt. Zou deze relatief nieuwe ‘global bass’ zorgvuldiger worden gebracht, dan kan deze dance nog heel fijn gaan klinken.

    • Leendert van der Valk