Ook Centraal-Afrikaanse Republiek vestigt hoop op Parijs

Hollande waarschuwt voor ‘somalisatie’ van CAR, interventie wordt niet verwacht

„Verzoen ons met de moeder die ons voedt”, dichtte een verheven spandoek tijdens het bezoek van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius aan de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) afgelopen week. „President Hollande, we willen uw hulp!”

Net als Mali in januari heeft opnieuw een voormalige Franse kolonie de hoop op Parijs gevestigd. Na een machtsovername door overwegend islamitische rebellen in maart is het notoir vergeten land van nauwelijks vijf miljoen inwoners in het explosieve hart van Afrika in een chaotische geweldsspiraal beland.

Meer dan 400.000 mensen zijn volgens hulporganisaties op de vlucht, rovende en verkrachtende bendes maken de dienst uit. Vorige week nog vielen bij gevechten in één nacht ruim vijftig burgerdoden.

Fabius kondigde in de hoofdstad Bangui aan de Franse presentie in het land vóór het eind van het jaar op z’n minst te verdubbelen. De huidige 410 militairen zijn er vooral om Franse belangen te beschermen. Ze hebben het vliegveld onder controle om de internationale gemeenschap te kunnen evacueren en ze bewaken enkele andere strategische punten.

De nieuwe soldaten zouden het pad moeten effenen voor een Afrikaanse missie onder VN-vlag. De Veiligheidsraad stemde vorige week (unaniem) voor een Franse resolutie die blauwhelmen mogelijk maakt. Begin december volgt nog een stemming, waarna de huidige kwakkelende vredesmacht van de Afrikaanse Unie (AU) versterkt kan worden.

Hollande waarschuwde, op zoek naar internationale steun, in augustus al voor de „somalisatie” van de CAR. Het land is rijk aan mineralen, maar behoort tot de armste in de wereld. Het trekt gewapende gelukszoekers uit de wijde omtrek: rebellen uit Tsjaad en Soedan en ook het gevreesde Verzetsleger van de Heer van Joseph Kony uit Oeganda gebruiken het machtsvacuüm om al plunderend een boterham te verdienen.

Het risico bestaat, zei Fabius, dat het conflict verder „confessionaliseert”: de bevolking is vooral christelijk, president en ex-rebellenleider Michel Djotodia is moslim, en volgens sommige bronnen zouden inmiddels radicale elementen uit Nigeria en Mali zijn opgedoken. De CAR „is nog geen brandpunt van terrorisme”, zei een Franse diplomaat in Libération, „maar kan dat wel worden.”

„Als men in de CAR het geld uitgeeft dat gebruikt is om de islamisten in Mali te verjagen, dan zouden we dertig, veertig jaar rustig zijn”, zei Djotodia’s woordvoerder vorige week.

Maar een echte interventie zoals in Mali zal er ondanks de smeekbedes niet komen, verzekeren diplomaten. Nog voor zijn val vroeg ex-president Bozizé Parijs vorig jaar om hulp. „De tijd is voorbij dat we een regime beschermen”, reageerde Hollande toen subiet. Mali was een uitzondering, omdat moslimstrijders daar ook de Europese veiligheid bedreigden.

Juist in de CAR heeft het schimmige belangenweb ‘Françafrique’, waarmee Hollande zegt te hebben gebroken, een zekere reputatie: Giscard d’Estaing liet in 1979 ‘keizer’ Bokassa afzetten – na hem eerst jarenlang te hebben gesteund om de uraniumtoevoer veilig te stellen; Chirac hielp Bozizé in 2006 nog wel tegen de rebellen.

Het is „niet Frankrijks rol” om een Afrikaanse vredesmacht „te vervangen, maar om die te begeleiden, te steunen en te trainen”, zei Hollande deze week in Zuid-Afrika. Hij wil een permanente interventiemacht van de AU en de VN om „nieuwe tragedies te voorkomen”. In december reist een veelheid aan Afrikaanse presidenten naar Parijs om hierover te spreken.

Hollande wil de Franse relatie met Afrika bovendien uit de traditionele invloedssfeer trekken. In zijn buitenlandbeleid staat economische diplomatie centraal en het zijn vooral de Engelstalige en Lusofone Afrikaanse landen waar geld valt te verdienen. Maar de solo-interventie in Mali leerde hem dat hij er in Afrika militair alleen voor staat. De internationale gemeenschap is „vaak onwetend” wat zich in de CAR afspeelt, erkende de Franse VN-ambassadeur. De resolutie van vorige week is volgens hem „een eerste stap naar politieke mobilisatie”.