Met handschoenen aan achter de laptop

Het jaarlijkse debat over energieprijzen is in het Verenigd Koninkrijk weer begonnen. Ingezet door de vallende bladeren en een energiebedrijf dat vorige week aankondigde de prijzen met gemiddeld 8,2 procent te zullen verhogen. De concurrentie zal de komende dagen volgen.

„Eat or heat”, kopte The Mirror: eet of verwarm. Want dat is de keuze waar veel Britten in de winter voor staan. Geen Europees land heeft zo veel inwoners die meer dan tien procent van hun besteedbare inkomen aan gas en elektriciteit uitgeven; 5,3 miljoen Britten leven officieel in brandstofarmoede. Gemiddeld besteedt de Brit 1.420 pond (1.675 euro) per jaar aan gas en elektra. En jaarlijks sterven er 25.000 – vooral oudere – Britten aan ziekten die aan kou gerelateerd zijn.

Geen wonder dat de belofte van Labour-leider Ed Miliband op zijn partijcongres, dat hij als premier de energietarieven twee jaar lang zou bevriezen, met gejuich werd ontvangen. En dat de regering worstelt met een antwoord. Want ja, de kiezer is woedend. Maar aan wereldwijde stijgingen van de gasprijs kan David Cameron weinig doen, noch aan de manier waarop commerciële bedrijven hun tarieven vaststellen.

Ik begrijp de ophef. Ik zie het op mijn eigen rekening: sinds november 2010 is de gasprijs met 24,4 procent gestegen, en elektriciteit met 21,7 procent. En ik heb het zelden zo koud gehad als in Britse huizen – een klacht die bij navraag wordt gedeeld door collega’s uit heel wat koudere regionen dan Nederland.

Ik logeerde in huizen waar de tocht door de vloerplanken naar binnenkwam, waar de wind woei door slecht sluitende deuren en ramen en openhaarden. Had etentjes waar ik blij was met een meegenomen sjaal of vest. En als het niet tocht, is het wel vochtig. Voor het eerst begrijp ik hoe je klam tot op de botten kunt zijn.

Niet dat er niet wordt gestookt. Maar wat er aan warmte is, vliegt onmiddellijk het raam uit. Zeseneenhalf procent van de Britten zegt het huis niet warm te kunnen houden, ten opzichte van 1,6 procent van de Nederlanders. Wat er mist bij de Britten, is in één woord samen te vatten: isolatie. Dat leidt ertoe dat ze veel betalen aan gas en elektriciteit, hoewel ze binnen Europa de laagste energieprijzen hebben, en onlangs nog van de World Energy Council een AAA kregen voor veiligheid van het energieaanbod, eerlijkheid bij de prijsstelling, en voortgang bij het verlagen van CO2.

„De inkomens zijn niet laag, de energieprijzen niet hoog”, vertelt Pedro Guertler, auteur van het rapport The Cold Man of Europe. „Maar de huizen zijn energie-inefficiënt.” Hij maakt zich zorgen. Want de woede over de energieprijzen richt zich nu op het percentage ‘groen’ dat op de rekening staat, en dat men wil afschaffen. „Dat wordt verward met duurzame energie, waarvoor een groot deel niet geneigd is te willen betalen. Maar het is ook bedoeld om slechte huizen energie-efficiënt te maken.” Isolatie dus.

De regering probeerde er iets aan te doen: twaalf miljoen woningen kregen de afgelopen jaren betere verwarmingen en boilers en er werd isolatiemateriaal tussen de buitenmuur en de spouwmuur gespoten. Wat nog moet gebeuren, betreft vooral huizen gebouwd vóór 1930. Al die leuke oude cottages, landhuizen en (rijtjes)huizen uit de tijd van Victoria en George, zeven miljoen in het totaal. Waaronder mijn huurhuis, dat met dubbele ramen een uitzondering is. Maar ze zijn scheef en rammelen in de wind.

Tegen de kou van de enkelsteens muur in de werkkamer kunnen de verwarming en de hitte van de computer niet op. Ik weet inmiddels hoe ik me winterklaar moet maken: een fleecedeken voor over de knieën, handschoenen zonder vingers, en een heel dik wollen vest.

    • in Londen
    • Titia Ketelaar