Liever functie dan versiering

Henry van de Velde is nu vooral bekend als architect, bijvoorbeeld van het Kröller-Müller Museum. Maar hij ontwierp ook meubels, servies, juwelen en zelfs kleding.

De tentoonstelling van Henry van de Velde in het Jubelparkmuseum in Brussel Foto Sabam, Belgium, 2013-2014

Volgens een bekende anekdote zou de Belgische art-nouveaukunstenaar Victor Horta bij het zien van Henry van de Veldes Bloemenwerfstoel, een strak ontwerp met rieten zitting, smalend hebben gezegd: „Dit is zeker een van uw meesterwerken.” Waarop zijn landgenoot droog antwoordde: „Nee, het is een stoel. Om op te zitten.”

Van de Veldes reactie is tekenend. Al in zijn eerste meubelontwerpen, uit het einde van de negentiende eeuw, is duidelijk dat overdreven ornamentiek hem koud liet en vorm voor hem bepaald werd door functie. Het waren principes die hij zou doorvoeren in zijn ontwerpen van soepterrines tot huizen en die hem tot een van de grondleggers van hedendaags design zouden maken.

De tentoonstelling Henry van de Velde Passie Functie Schoonheid in het Jubelparkmuseum in Brussel is een hommage naar aanleiding van zijn 150ste geboortejaar. De tentoonstelling begint verrassend met enkele schilderijen. Zonder medeweten van zijn gegoede ouders ging Van de Velde (1863-1957) in 1880 schilderkunst studeren. Je ziet de jonge schilder evolueren van realisme, via pointillisme, naar werken die haast abstract lijken. Om vervolgens de schilderkunst vaarwel te zeggen. „Van de Velde ontdekte dat je al schilderend de maatschappij niet kunt veranderen”, vertelt curator Werner Adriaenssens. België was in toen een van de meest geïndustrialiseerde landen van Europa met de bijbehorende sociale wantoestanden.

In Van de Veldes eerste meubelontwerpen zie je meteen hoe hij zich verzette tegen de toen populaire gestileerde natuurmotieven. Hij verkoos abstracte of bijna onbestaande decoraties. Hierdoor oogstte hij in eerste instantie vooral succes in Duitsland omdat zijn stijl aansloot bij de eenvoudiger en meer geometrische ornamentiek van de jugendstil dan van de art nouveau in België en Frankrijk. Hij verhuisde in 1900 naar Duitsland en ontwierp daar onder meer de salon van de hofkapper van Wilhelm II, een topstuk in Brussel. Water- en gasleidingen lopen sierlijk, open en bloot over het mahoniehout, functionaliteit en schoonheid gaan hand in hand.

Van de Velde wordt directeur van de Groothertogelijke Saksische School voor Kunstambachten in Weimar. Een school die, na de oorlog, met Walter Gropius als directeur, omgedoopt zal worden tot het beroemde en invloedrijke Bauhaus.

Centraal in de tentoonstellingsruimte staat een tafel vol vaatwerk en bestek. Bij elke stoel wordt een ‘gast’ vermeld die ooit aanschoof aan het diner bij Van de Velde en zijn echtgenote. Duitse mecenassen, maar ook de zus van Nietzsche, dankzij wie hij illustraties voor Also sprach Zarathustra kon maken, en Helene Kröller-Müller. Zij ‘redde’ Van de Velde toen hij na de Eerste Wereldoorlog in Zwitserland in ballingschap woonde door hem te vragen haar museum te ontwerpen, hij was onder meer door belastingperikelen tijdelijk niet meer welkom in zijn geboorteland. Dat hij snel weer in de armen van de Belgen werd gesloten, toont het sluitstuk van de tentoonstelling: een immens bureau dat Van de Velde op latere leeftijd ontwierp voor koning Leopold III. Een sober ontwerp, maar dat qua luxe, met bijvoorbeeld ingebouwde voetverwarming, zeker niet onderdoet voor een schrijftafel van de zwierige Horta.

Henry van de Velde Passie Functie Schoonheid. Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis - Jubelparkmuseum. T/m 12/1. Inl: kmkg-mrah.be

    • Sabeth Snijders