Kraftwerk: toekomstmuziek nu

In Amerika en Engeland traden ze op in musea. In Nederland kiest de legendarische Duitse band Kraftwerk voor het Evoluon in Eindhoven.

Boven: van links naar rechts: Ralf Hütter, Henning Schmitz, Fritz Hilpert and Falk Grieffenhagen tijdens een concert in Montreux, juli 2013 Foto’s EPA en PETER BOETTCHER / KRAFTWERK / SPRÜTH MAGERS

Ralf Hütter, oprichter en enig overgebleven origineel muzikant van Kraftwerk, praat zoals je zou verwachten: beschaafd, met een zweem van ironie. Als hij vertelt over zijn werk, over zijn fietsvakantie en over de voordelen van moderne digitale techniek, is zijn toewijding duidelijk. Maar hij zegt het met een relativerende ondertoon. Hütter vindt zichzelf een ‘muziekarbeider’. Al 44 jaar.

Vanavond en morgenavond treedt de groep uit Düsseldorf op in het Evoluon in Eindhoven. Het gebouw met de vorm van een vliegende schotel is sinds 1989 geen museum meer en wordt opengesteld voor deze ‘audiovisuele installatie’, zoals de Kraftwerkleden hun concerten noemen. Sinds 2003 wisselt de groep optredens op grote festivals af met concerten op ongewone locaties, zoals het MoMA in New York en de Tate Modern in Londen. Ook in Nederland werd een zaal gezocht. Het Stedelijk Museum in Amsterdam was te klein, en de Westergasfabriek niet bijzonder genoeg. Toen een voormalig Philipsgebouw in Eindhoven werd geopperd, raakte Hütter geïnteresseerd, ook omdat de eerste vier Kraftwerk-lp’s zijn uitgebracht door Philips Hamburg („Zij waren de enigen die ons wilden”). Maar toen Willem Venema, impresario van Kraftwerk, het Evoluon voorstelde, was de keuze beslist. Dat er slechts 1.200 mensen in passen, en de kaarten zo snel uitverkocht raakten dat de band besloot om twee shows per avond te geven, was overkomelijk, zegt Hütter. „Ik vond het een geweldig plan, omdat het zo’n mooi gebouw is en het bovendien hoort bij mijn geschiedenis. Voor ik muzikant werd, studeerde ik architectuur. Met een studiereis bezochten we in 1966 het Evoluon. Het was toen net open.”

Er is nog een reden waarom Kraftwerk, begonnen in 1969, zo goed past bij het Evoluon: omdat ze destijds allebei een blik op de toekomst boden. Het Evoluon met exposities over technologische ontwikkelingen; Kraftwerk door die technologie om te zetten in muziek. Want na enkele experimenten met fluit en Hammondorgel, besloten Hütter en medeoprichter Florian Schneider begin jaren zeventig dat hun muziek voortaan zou worden voortgebracht met elektronica. Drums, bas, toetsen werden uitgevoerd door synthesizers, en hoefden ook niet meer te klinken als drums, bas of toetsen.

Naïeve melodieën

Kraftwerk was niet de eerste band die gebruikmaakte van synthesizers – Beatles, Beach Boys en Bowie deden het al – maar wel de eerste popgroep die het traditionele instrumentarium volledig negeerde, ten gunste van een synthetisch idioom.

In nog altijd onverslijtbare nummers als Computer Love, Neon Lights, The Model en Autobahn, creëerden Hütter en Schneider een sprankelend nieuw geluid. Het was alsof Kraftwerk dankzij hun prille toepassing van de techniek een nog ongerepte klank aan de elektronica wist te ontlokken. Zuivere schoonheid van voltagemanipulatie, gevat in bijna naïeve melodieën.

Het was dankzij de welvaart van vader Schneider, een succesvol architect, dat de band kon beschikken over synthesizers – destijds in prijs vergelijkbaar met een modale Volkswagen. „Wat we wilden bestond vaak nog niet”, zegt Hütter. „Dan bedachten we een stemvervormer, of een elektronische drum en bouwden die dan zelf, samen met onze technici. Zo ontstond het Kraftwerkgeluid, uit zelfredzaamheid.”

Kraftwerk heeft sinds Tour de France Soundtracks (2003) geen nieuwe cd meer gemaakt, maar bewerkt het bestaande materiaal. Eind jaren tachtig is het volledige geluidsarchief gedigitaliseerd en later ook de beelden die de shows begeleidden.

Idiote knoppendraaiers

Tegenwoordig geldt Kraftwerk als legendarisch. Begin jaren zeventig was de ontvangst minder enthousiast. Toen de band midden jaren zeventig optrad in Engeland, schreef de pers dat deze „Duitse wiskundigen” hun elektronische melodieën voorbij lieten drijven als „stukken afval op de vervuilde Rijn”. In eigen land ergerde men zich aan de statische manier waarop de muzikanten op het podium stonden. In 1975 had Florian Schneider zijn bandleden kort haar en formele kleding voorgeschreven. Voortaan stonden de muzikanten in pak, geconcentreerd als apothekers ieder achter hun eigen lessenaar met apparatuur. Het toneel was hel verlicht met neon. Duitse kranten omschreven de bandleden als ‘verrückte Knöpfchendreher’.

Wat voor sommigen de toekomst verbeeldde, was voor anderen het begin van het einde. De elektronische muziek van Kraftwerk werd gelijk gesteld met ‘onmenselijk’ en ‘mechanisch’, en om die reden gewantrouwd. Live was er, door de egalitaire opstelling, geen vanzelfsprekende voorman met wie de toeschouwer zich kon identificeren, en waar was het zweet en de ambachtelijkheid van de rockster?

Kraftwerk had een ideologische reden om op deze manier muziek te maken: het was een vorm van rehabilitatie. Destijds zei Ralf Hütter erover: „We willen dat iedereen weet dat we Duits zijn. Onze muziek is geïnspireerd door onze taal, die mechanisch klinkt. En door het idee van de machines uit de Duitse fabrieken. We noemden het ‘etnische muziek uit de industriële binnenlanden’.”

Ook de live-opstelling had een historische achtergrond. „In de jaren dertig hadden we in Duitsland te maken met de sterrenstatus van Mr. Adolf uit Oostenrijk. Door de gevolgen daarvan willen wij nu iedere vorm van persoonlijkheidscultus vermijden.”

Aktentas

Maar hoe ‘mechanisch’ en statisch ook, Hütter benadrukt tegenwoordig juist de wendbaarheid van de Kraftwerkstijl. „Ook op het podium improviseren we. Zoals je weet stammen we uit de late jaren zestig; Fluxus, happenings, de kunstscene van Düsseldorf, dat is onze oorsprong. Daarom houden we van onverwachte factoren. „Om onze improvisaties in goede banen te leiden, communiceren we, inderdaad. Maar daarvoor hoeven we elkaar niet aan te kijken. We communiceren met onze oren, met ons gevoel.”

Bij optredens speelt de computer nu een cruciale rol. Dat is een nieuw element, want al zong de groep in 1981 al over ‘Computer Love’ en ‘Home Computer’, destijds hadden zelfs de Kraftwerkleden nog geen computer. „Vroeger konden we bijna niet toeren”, zegt Hütter. „We namen onze hele studio mee en de apparatuur was groot en zwaar. Dankzij de digitale revolutie past onze studio nu in een aktetas.”

Al verschijnt er geen nieuw materiaal, en al stapte medeoprichter Florian Schneider in 2008 uit de band, Kraftwerk treedt de laatste jaren meer op dan ooit tevoren. Begin jaren negentig dreigden de bandleden nog hun plaats te laten innemen door robots. Robots met het uiterlijk van Ralf, Florian en de andere leden verschenen bij fotosessies; robots dansten bij de toegiften, als de Kraftwerkleden al lang en breed in de auto zaten. Er werd zelfs gewerkt aan sprekende robots om interviews te geven.

Inmiddels kennen de geanimeerde replica’s hun plaats, op het projectiescherm achter de muzikanten. Het is mooi om robots te zien die een mens nadoen. Maar het is nog mooier om vier mannen in bodysuits te zien die een robot nadoen.

Kraftwerk, Evoluon, Eindhoven: 17, 18/10, om 19.00 en 22.15. Inl: seetickets.nl