Ik de gedoger? Nee, jij de gedoger

Fijn, het kabinet heeft welwillende oppositiepartijen gevonden Alleen: hoe ver gaan de afspraken die zijn gemaakt? De partijen willen stiekem nog meer punten binnenhalen dan nu afgesproken

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA), minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en premier Rutte tijdens het debat over het begrotingsakkoord. Foto Novum

politiek redacteur

Zijn die constructieve oppositiepartijen nou de nieuwe gedoogpartners van dit kabinet? En dan alleen voor dit jaar, of voor langer? En hoeveel van het regeerakkoord van VVD en PvdA staat nog overeind?

Het hing er gisteren maar net vanaf aan wie je de vraag stelde. De Tweede Kamer sprak over de begrotingsafspraken die het kabinet met D66, ChristenUnie en de SGP afsloot, om zich van de steun van die partijen in de Eerste Kamer te verzekeren. Daar komt de coalitie zetels tekort.

De ‘niet-constructieven’ in het parlement, zoals PVV-leider Geert Wilders, zetten gisteren tijdens het debat over de afspraken de drie oppositiepartijen graag neer als de nieuwe gedogers. En ja, als nieuwe financiële afspraken nodig zijn, dan zijn deze ‘C3’ voortaan inderdaad de aangewezen gesprekspartners van het kabinet. „Mijn favoriete oppositiepartijen”, noemde minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem hen.

Die constructieve drie hebben elk hun eigen ideeën over hoe ver hun steun reikt. Departementale begrotingen voor 2014 die niet zijn aangepast na de onderhandelingen krijgen niet vanzelf steun van de drie. En sommige financiële afspraken tussen kabinet en de drie gelden langer dan alleen volgend jaar.

Arie Slob van de ChristenUnie claimde gisteren van de drie oppositiepartijen de meeste ruimte. Hij voelde zich volkomen vrij op alle gebieden waar nu géén afspraken over gemaakt zijn. Hij doelde vooral op immateriële zaken zoals immigratie, asiel en medisch-ethische onderwerpen. Hem was er gisteren het meest aan gelegen om het beeld van zijn partij als gedoogpartner te ontkrachten. Hij probeerde zelfs de verhoudingen om te draaien: VVD en PvdA hebben „eindelijk hun eigen beleid losgelaten en gedoogd dat er substantiële wijzigingen konden worden doorgevoerd. Gedogers, bedankt.” Voor Slob waren de 6 miljard extra bezuinigingen in 2014 ook het moeilijkste te accepteren. Zelf wilde de ChristenUnie maximaal 3 miljard euro bezuinigen.

Slob en zijn „gideonsbende”, zoals hij zijn vijfkoppige fractie noemde, gaan dus proberen om nog meer punten binnen te halen, zei hij. De geplande bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking bijvoorbeeld, zou hij nog steeds graag terugdraaien. Er bestaat nu een akkoord over de begroting als geheel, dus er wordt niet meer tussen de begrotingen van departementen geschoven. Maar het parlement behandelt de komende maanden de begrotingen van elk ministerie afzonderlijk – en dus gaat Slob dóór.

Allesbehalve destructief

De SGP bezigt zulke ferme taal niet zo gauw. De staatskundig gereformeerden zijn allesbehalve destructief aangelegd. Zij beschouwen zichzelf niet als oppositionele partij, maar benaderen élk kabinet welwillend. En nog nooit kregen ze daar zoveel voor terug als bij deze begrotingsafspraken, ook niet bij het eerste kabinet-Rutte waar hun senaatszetel ook al doorslaggevend was. SGP-leider Kees van der Staaij toonde zich een tevreden man: „Wij tellen onze zegeningen.” En natuurlijk, hij wilde meer, maar „dat zijn geen zaken om met de voet tussen de deur af te dwingen”.

Dan D66-fractieleider Alexander Pechtold – weer een verhaal apart. Toen CDA-leider Sybrand van Haersma Buma, die de begrotingsafspraken niet steunt, hem vroeg hoeveel van het regeerakkoord D66 nu eigenlijk steunde, zei Pechtold dat dat op zo’n 75 procent uitkwam. Pechtold: „Ik heb geen moeite met dat beeld. Als dan nog 25 procent onderscheidend is, en het betekent dat we daardoor wel stabiliteit hebben, en de lastenvermindering én nivellering hebben bijgesteld, dan heb ik de koers genoeg kunnen bijstellen.”

Dat onderscheiden van D66 kan bijvoorbeeld op gebied van justitie, immigratie en asiel. Zo heeft D66 niet aan cherry picking gedaan bij de begroting van Justitie. Afstel van de verhoging van griffierechten, de kosten om een rechtszaak te beginnen, had de partij misschien kunnen binnenhalen. Maar dan had D66 de héle begroting moeten steunen, inclusief de bezuinigingen op het OM en de rechtsbijstand. Dan liever voluit oppositie voeren op dat punt, klinkt het bij de fractie. „We kúnnen tegen onderdelen van die begroting stemmen.”

Dat is in theorie waar. Maar: in de senaat staat de begroting van Veiligheid en Justitie alleen als hamerstuk op de agenda, net als de begrotingen van de meeste ministeries. De senatoren wilden het alleen tot een inhoudelijke behandeling laten komen bij het veelomvattende belastingplan en bij de begrotingen van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Zelden of nooit stemt een partij in de senaat tegen een begroting – het is alleen uit principiële redenen wel eens voorgekomen. Bijvoorbeeld pacifisten die uit principe tegen de Defensiebegroting stemden.

Voor ‘gewone’ wetsvoorstellen blijft voor het kabinet het probleem dat het in de senaat zetels tekort komt. Neem het sociale leenstelsel voor de studiefinanciering. Of de fusieplannen voor Noord-Holland, Flevoland en Utrecht van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Daar verandert geen begrotingsafspraak iets aan.

    • Annemarie Kas