Hell on wheels

In 1862 begon de aanleg van de Transcontinental Railroad, van Omaha Nebraska naar Sacramento Californië, het meest ambitieuze spoorwegproject in de VS tot dan toe. In half de tijd die het in Nederland kost om een museum te verbouwen werden 3003 kilometer spoorrails gelegd, door onbewoond gebied en dwars door het woongebied van de Sioux en Cheyenne. Endemol USA maakte er een dramserie over, Hell on wheels, een schitterend epos rond de ‘cut crew’, die het terrein vlakte en de rails legde, een reizend circus van gelukzoekende immigranten, net bevrijde slaven, geschifte boetepredikers, hoeren, bandieten en oplichters, belaagd door boze indianen, triggerhappy homesteaders en bandieten die op de payroll azen.. Maar één ding staat vast: die spoorlijn Zal Er Komen! Want het spoor, dat is voorspoed en vooruitgang, welvaart en beschaving!

Wij moesten de kijkmarathon onderbreken voor een afspraak in een nabijgelegen stad. „Waarom gaan we eigenlijk niet met de trein?”, opperde ik, waarschijnlijk onder invloed van al die spoorwegromantiek.

In Hell on wheels wordt veel geglibberd over modderige plankiers, maar als Nederlandse treinreiziger anno nu moet je daar ook op voorbereid zijn. Zijn er grote stations in Nederland die niet verbouwd worden? Of waar desondanks duidelijk wordt aangegeven hoe de wandelroute vandaag loopt? En dan dus niet in ballpoint-hanepoten op een verregend A4-tje? Aangekomen op het station wilden wij graag weten wanneer onze trein zou vertrekken en vanaf welk spoor. Kom er maar eens achter. Die gele vertrekstaten, ooit zo talrijk aanwezig, waar zijn ze gebleven? Hoewel de overheid ons al sinds de jaren zeventig voorhoudt dat wij minder met de auto en meer met het openbaar vervoer moeten reizen, krijg je als incidentele spoorgebruiker het gevoel dat het openbaar vervoer dit zelf helemaal niet wíl. Het systeem is volledig ingesteld op mensen die het dagelijks gebruiken en allerlei geheime kennis bezitten. Iedere animo om outsiders te verwelkomen ontbreekt. Als je spoormedewerkers om een inlichting vraagt waaruit blijkt dat je geen routinier bent, schudden ze nog net niet meewarig hun hoofd.

Nuttige informatie die men zorgvuldig geheim heeft weten te houden, bijvoorbeeld, is dat de vertrektijd van een trein niet meer het tijdstip is waarop je uiterlijk aan boord moet zijn. Vergeleken met Hell on wheels stelde het natuurlijk niets voor, dus monter trotseerden wij de getimmerde corridors, wiebelige vlonders en naaldhakvijandige steigertrappen. Op het nippertje bereikten wij onze trein en drukten op de deurknop. De deuren bleven dicht. Wij drukten opnieuw, en opnieuw – niets. Toen het tijdstip van vertrek daar was reed de trein weg. What the devil!? Wij Waren Op Tijd!

Deze nieuwe regel – 15 seconden voor vertrek gaan de deuren op slot – werd door de NS in 2006 geruisloos ingevoerd ter verbetering van de ‘punctualiteit’. Die logica alleen al. Kreeg de NS boze brieven omdat treinen een paar seconden te laat vertrekken of omdat ze (tientallen) minuten te laat aankomen? Qua stiptheid lijkt dat mij de prioriteit. Daarna een hele tijd niets, en dan, als alles piekfijn loopt en je als directie misschien wat verveelt, dán kun je overwegen om ook de vertrektijden tot op de seconde nauwkeurig te gaan realiseren. Door, bijvoorbeeld, vijftien seconden eerder de deuren te sluiten. Dit uiteraard pas na een grootscheepse publiekscampagne om de bevolking in kennis te stellen van dit nogal contra-intuïtieve gegeven. Dat de NS destijds ‘niet belangrijk genoeg’ vond om actief te publiceren!

Ook het OV-chippoortje is in dit opzicht een raadsel. Dat is bestemd voor in- én uitgaand verkeer. Toen mijn vrouw bij het ‘uitchecken’ halverwege was, stapte aan de andere kant een man het poortje in en duwde haar achteruit.

‘Maar…!?’

‘Ik was eerst, pannenkoek!’

Hij was erg lang, keek nogal dreigend, en in plaats van een Colt 45 had ik slechts een Knirps bij de hand, dus in de reality-remake van Hell on wheels moest zijn misstap helaas onbestraft blijven.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).

    • Jan Kuitenbrouwer