Fukushima mag niet vergeten worden

De kernramp van 2011 beroert de Japanse kunstwereld. De meest kritische werken komen er van buitenlanders, zoals Aernout Mik.

Sun Child van Kenji Yanobe, mascotte van de Aichi Triënnale

Lijnen van rood plakband lopen over de vloeren en muren van het Aichi Arts Centre. Pas op de achtste verdieping van het gigantische kunstencentrum van Nagoya, thuisstad van autofabrikant Toyota, snap je wat architect Myamoto Katsahiro met die lijnen bedoelt. Daar staat een maquette van het kunstencentrum, maar dan als de kerncentrale in Fukushima. Zo wil Katsahiro je laten ervaren hoe bedreigend het is als een kerncentrale niet in een dunbevolkte streek zou staan, maar in het hart van een miljoenenstad.

De kernramp in het kuststadje Fukushima op 11 maart 2011 beroert de Japanse kunstwereld nog volop. De Aichi Triënnale heeft er zijn thema aan ontleend: Awakening – Where Are We Standing? – Earth, Memory and Resurrection. „Mensen neigen een ramp als deze snel te vergeten als ze zelf niet direct zijn getroffen”, zegt directeur Taro Igarashi. „Wij willen zorgen dat iedereen zich Fukushima herinnert en nadenkt over wat het betekent. Ook de mensen in grote steden als Nagoya of Tokio.”

Ook de conservatoren van de grote musea van hedendaagse kunst in Tokio, Mori en MOT, maken intense exposities waarin de nasleep van de tsunami en de ramp met de kernreactor een hoofdrol speelt. Hun vragen gaan daarbij dieper dan de verwerking van een ramp in een land dat vaker aardbevingen kent en door twee atoombommen is getroffen. Fukushima zorgde in Japan voor een schok in de verhoudingen tussen bevolking en machthebbers, die veel informatie bleken te verzwijgen. Het leidde tot twijfels of de westerse technologie wel zo zaligmakend is en of er niet meer gezocht moet worden naar de eigen Japanse wortels. Ook in de kunst.

De werken op de Aichi Triënnale willen ook hoop bieden. In de hal van het kunstencentrum stuit je direct op Sun Child van Kenji Yanobe, de reusachtige mascotte van de triënnale die in felgele beschermingskleding en met een geigerteller het atrium domineert. Sun Child is wegbereider van zonne-energie die eindelijk haar kans kan grijpen. In een zaal met meer werken van Yanobe is Sun Child te zien als een zilveren god die toeziet op een performance waarop ‘zonnehuwelijken’ worden voltrokken. Daarmee geeft Yanobe aan hoe westerse – in dit geval christelijke – tradities het leven in Japan, land van shintoïsme en boeddhisme, bepalen. Maar voor hem is het huwelijk ook een symbool van een nieuw begin. Hoop en destructie gaan zo samen in de Triënnale.

In Sum in a point of Time III laat de Koreaanse Seo Min Jung je door scheefhangende huizen van schuimplastic lopen met scheuren in de muren. In Falling van de in Amsterdam wonende Japanse pianiste Tomoko Mukaiyama en de Franse lichtkunstenaar Jean Kalman wordt „de wereld nadat alles is vernietigd” gesymboliseerd door ruïnes van piano’s in een schemerige ruimte vol proppen van oude kranten. Terwijl zacht pianomuziek klinkt, zwelt zacht geruis aan tot harde brom en gaat de vloer steeds feller trillen. De andere bezoekers lijken geesten van destructie.

Warenhuis

Het werk van Mukaiyama en Kalman neemt een hele verdieping van een warenhuis in voorstad Okizaki in beslag. Op die Triënnalelocatie ga je via roltrappen omhoog langs winkeletages waar klanten snuffelen tussen kleding, kantoorspulletjes en koopjes. Maar de vierde verdieping is leeg. Het warenhuis krimpt in; mensen trekken weg uit dit ooit welvarende stadsdeel. Nu is daar dus ruimte voor kunst. Vanuit de materiële wereld kom je in enorme kunstinstallaties. Fotografe Shiga Lieko laat er het verval zien van een agrarisch gebied, dat net als de voorstad langzaam ontvolkt. Terwijl Lieko daar verbleef werd het gebied door de aardbeving van 2011 getroffen. De spiraalvormige installatie die je langzaam langs haar foto’s naar het trieste centrum leidt, geeft een beeld van een samenleving waar de mensen zich terugtrekken in de hoogbouw van hun hightechsteden en waarin de eeuwenoude tradities naar de achtergrond verdwijnen.

Na de ramp in Fukushima laaide in Japan even een hevige discussie op over de afhankelijkheid van kernenergie. Die voorziet voor ruim de helft in de energievoorziening van Japan. Sluiting van kerncentrales kwam hoog op de politieke agenda. Maar vorig jaar kozen de Japanners toch weer voor de traditionele regeringspartij LDP, die nauwe banden heeft met de energiebedrijven en de kerncentrales open wil houden. Kritiek op nucleaire energie komt op de Triënnale meer van buitenlandse dan van Japanse kunstenaars. Van de Amerikaan Mitch Epstein hangen er foto’s uit zijn project American Power, waarin hij de grote behoefte aan energie en de gevolgen daarvan voor de samenleving heeft vastgelegd. De film The Most Electrified Town In Finland van Mika Taanila toont hoe de bouw van een kernreactor ingrijpt op het landschap.

Aernout Mik

Ook de veranderende verhoudingen in de Japanse samenleving zijn vooral een onderwerp voor kunstenaars die niet uit Japan komen. Voor de Nederlander Aernout Mik bijvoorbeeld. Bij zijn onderzoek werd hij diep geraakt door beelden van een evacuatiecentrum bij Fukushima. „Met kartonnen wandjes hadden ze hun eigen nieuwe stad gebouwd. Toen managers van Tepco – de eigenaar van de kerncentrale – daar hun excuses kwamen aanbieden waren er evacués die heel on-Japans hun stem verhieven terwijl anderen gelaten toekeken. In die beelden kwam zoveel samen.”

Mik bouwde het centrum na en met getroffenen en acteurs speelde hij de gebeurtenissen na in een fictief verhaal. „Dat was heel emotioneel, met slachtoffers die voor het eerst terugkeerden en tegen anderen zeggen ‘Jij speelt mijn herinnering’.”

Japanse bezoekers gaan in In Nagoya tussen de kartonnen schotten staan die Mik voor twee projectieschermen heeft geplaatst. Zo voelen ze de beperktheid van de ruimte in het evacuatiecentrum. Met open mond staren ze naar de beelden van zich voortdurend verontschuldigende Tepco-beambten. Af en toe fluistert iemand iets in het oor van een metgezel. Hartverscheurend is het beeld van een moeder die poppen in Tepcokleding voor zich neerlegt, terwijl een Tepcomanager op zijn knieën toekijkt. Enige boodschap van hoop: aan het eind van de film bouwen evacués torens van hun kartonnen behuizing, ze beginnen aan de wederopbouw van hun leven.

Mik werd geen strobreed in de weg gelegd, maar zijn werk ligt gevoelig. Hij had voor de Triënnalegids een still van de verontschuldigende Tepco-officials aangeboden. Dat beeld kwam er niet in. „Het zou mensen kunnen kwetsen, zeiden ze. Dat kunnen dan alleen mensen van Tepco zijn.” Met een ironisch lachje: „Ze zullen het zelf niet zeggen, maar de triënnale wordt gefinancierd met geld van de regionale overheid.” Igarashi zegt het anders: „Wij nemen bewust geen standpunt in.”

Verwerken

Dat is ook de sfeer in een bijeenkomst met elf buitenlandse kunstjournalisten, waarin directeur Igarashi bij witte wijn, popcorn en chips via een tolk-vertaler uitlegt dat de ramp voor Japanse kunstenaar nog altijd erg lastig is. „Ze zijn begonnen met het te verwerken en ze verwerken het nog steeds”, zegt Igarashi. Zijn conservator Shihoko Iida is stelliger: „Ze denken er lang over na. Ze moeten verder uitgedaagd worden.”

Dat is ook impliciet de boodschap van hoofdconservator Mami Kataoka, terwijl ze rondleidt over haar tentoonstelling Roppongi 2013, een tweejaarlijks overzicht van Japanse hedendaagse kunst in het Mori Museum in Tokio. „Kunstenaars zijn naar de regio van Fukushima getrokken en hebben er gemeenschapsprojecten gedaan, maar dat is nu wel over”, zegt Kataoka. „Na de ramp werkte er niets meer, er was totale anarchie in een samenleving waar geen grote veranderingen zijn geweest sinds het vertrek van de Amerikaanse bezetters in 1955. Nu heeft de samenleving moeite om te gaan met veranderingen. Het is complex, er heerst veel onzekerheid. We zijn op zoek naar wat Japans zijn vandaag nog betekent.”

In haar tentoonstelling toont Kataoka, net als overigens ook de Aichi Triënnale, opvallend genoeg geen werken van de Superflatbeweging, die het zo goed doet op de westerse kunstmarkt. Die stroming rond Takashi Murakami domineert met hun van Manga afgeleide stripfiguren de hedendaagse Japanse kunst met werken die het consumentisme en de seksuele obsessies van Japanners verbeelden.

In het Museum of Contemporary Art in Tokio laat hoofdconservator Yuko Hasegawa in haar conceptuele designtentoonstelling Smash Bunny zien welke oplossingen kunstenaars verzinnen om ons een heldere blik op een complexe wereld te verschaffen. „Door Fukushima verloren mensen hun oriëntatie op de wereld”, zegt Hasegawa. „De overheid op wie we vertrouwden gaf geen informatie, terwijl we wel veel doorkregen via sociale media.” Op de tentoonstelling hangt een grote schets van het Atelier Bow-Wow uit Tokio met daarop een traditioneel Japans kasteel, de Ponte de Vecchio in Florence en Chileense heuveldorpen. Allemaal aardbevinggevoelige gebieden, maar deze gebouwen blijven al eeuwenlang overeind. „Moderne architectuur zou meer bezig moeten zijn met de vraag hoe natuurrampen kunnen weerstaan”, zegt Hasegawa. Een zoektocht naar het verleden dus.