Enkel de zwarte madonna is eng

Tosca Niterink en Anita Janssen lopen de Caminho da Fé, een pelgrimsroute in Brazilië, en doen verslag in woord en beeld.

Anita Janssen en Tosca NiterinkFoto Anita Janssen

Ik had nog maanden tussen de kippen en de cowboyhoeden willen vertoeven, elke dag andere sprookjesachtige vergezichten willen ontdekken en tussen andere gebloemde lakens wakker willen worden. (In Brazilië slaapt iedereen tussen gebloemde lakens en ze hebben geen dekbedden zoals bij ons, maar een soort gewatteerde glijdekens die ’s nachts op de grond vallen. Gelukkig is het er niet zo vaak koud als bij ons.) Maar het zit erop!

We hebben de Caminho da Fé netjes uitgelopen. Onze wandelstempelkaart is helemaal vol en afgetekend. Al zei Annie wel eens schertsend, in verband met mijn rookgedrag (als ik een berg oploop doe ik dat het liefst met een sigaret in mijn mond want dan gaan mijn longen open) dat ik niet de Caminho da Fé liep, maar de Caminho da Fume. Je begrijpt we hebben wat afgelachen en gehijgd! Vooral afgelopen week, want de laatste honderd kilometer waren de bergen het hoogst en dat was tevens het allermooiste deel van deze tocht.

Ik blijf het zeggen mensen, de Caminho da Fé is een aanrader, zeker voor de niet al te kinderachtige wandelaar. Het is goed te doen, je hoeft nooit meer dan dertig kilometer te lopen en dan ligt er een lief dorpje op je te wachten met een rustieke pousada en een donna Inez die de gebloemde bedden opschudt en heerlijk kookt. Ze schuift altijd wel een fles pinga op tafel of een kratje bier.

De weg staat reusachtig goed aangegeven, met joekels van gele pijlen bij elke afslag. De grote gesubsidieerde Caminho da Fé-borden steken zo lelijk af tegen de overweldigende schoonheid van de natuur dat je ze niet kan missen. Zelfs wij hebben het niet voor elkaar weten te krijgen te verdwalen! En dat wil wat zeggen, want wij zijn de halve wereld al over verdwaald! Nee mensen, ga alsjeblieft allemaal naar Brazilië om die Caminho da Fé te lopen, nu het nog helemaal niet druk is daar. Want je zal zien, over een jaar of tien kan je er je kont niet meer keren, net als op de Camino Frances in Spanje naar Santiago, daar verdringen zich duizenden mensen per jaar.

En nog iets, Brazilië is helemaal niet eng, dat is een fabeltje, de mensen zijn hartstikke aardig en niemand wil je slaan of beroven. Zo! Dat moet ook eens gezegd! Wij zijn geen seconde bang geweest, zelfs niet hier in Rio de Janeiro waar ik ’s nachts in de sloppenwijken dit stukje zit te schrijven. Dat komt, we hadden online via Airbnb een kamer uitgezocht met uitzicht op de Copacabana. Ze hadden er echter niet bijgezegd dat het midden in de favela ligt.

Dat was dus wel even wennen. Maar eng… nee. Het enige enge was pelgrimsoord Aparecida, het einddoel van onze reis waar de in het jaar 1717 door een visser opgeviste zwarte madonna wordt bewaard. Hij viste eerst het lichaam op en daarna het kopje van het vijftien centimeter grote negerpopje, dat ze een blauw jurkje hebben aangetrokken en op 12 oktober massaal vereren. Precies op de dag dat wij aankwamen, hoe bestaat het! Het is vooral een feest van arme mensen die te dik zijn en veel vlees eten, het deed ons een beetje denken aan de zwarte markt in Beverwijk, qua sfeer. Daar wil je eigenlijk niet zijn na zo’n prachtige wandeling. De kathedraal die ze om deze zwarte madonna (Nossa Senhora da Aparecida) heen hebben gebouwd is in werkelijkheid nog vele malen groter, lelijker en enger dan op foto’s.

En nog even voor de eerlijkheid, de laatste 20 kilometer hebben we gelift, want die gingen langs de snelweg. Dat was trouwens het enige stuk waar we ineens veel andere pelgrims zagen lopen, sommigen zelfs op hun knieën.

    • Tosca Niterink