... en woensdagavond kon je weer zo binnenlopen

Binnenkomen in een Russische diplomatenwoning is niet zo moeilijk Zeker niet als je elektricien bent en de stroom net is uitgevallen Alles wijst op een vooraf geplande aanval

Correspondent Rusland

Een dag nadat twee mannen verkleed als elektriciens zijn appartement binnendrongen en hem mishandelden, wordt de toegang tot het huis van vice-ambassadeur Onno Elderenbosch in Moskou bewaakt door een blonde dame in uniform. Ze zegt dat ze niks kan zeggen en niks weet. „Ik ben hier net heen gehaald. Ik werk normaal bij het theater hierachter.”

Ze zit achter een bureautje met een zak chips en kijkt uit op de marmeren trap die naar de voordeur loopt. Naast haar hangt een mededelingenbord dat meldt dat er in dit huis exclusief internet is van provider compl@t.

De bewaakster liet de buitenlandse correspondent die op het belletje bij de voordeur duwde binnen na een blik op haar bewakingsscherm. Er hangen kleine camera’s buiten, die de straat twee kanten op inkijken. Er hangt een camera bij de bel. Er hangt een camera boven haar hoofd. Klassieke schilderingen sieren het plafond. Verder veel marmer en houtwerk.

„De man die hier zat, is net opgehaald door de politie en nu val ik in”, vertelt ze. Inderdaad stond er net een witte politie-auto op straat, die later is weggereden. De bewaker die mogelijk heeft meegemaakt wat er een dag eerder is gebeurd, is er dus niet meer.

De vrouw wijst achter zich naar beneden. De deur daar geeft toegang tot het theater, dat zich bevindt in hetzelfde gebouw. Tijdens het gesprekje loopt er iemand via die deur op en neer.

Onno Elderenbosch woont niet in een speciale ambtswoning, maar in een statige woonflat uit 1914, niet ver van de Nederlandse ambassade.

Zoals gewoon is bij veel Russische flats hebben bewoners een rond elektronisch sleuteltje met microchip, waarmee het slot op de binnenste voordeur kan worden geopend. De buitenste deur staat open en zit er vooral om in de winter de kou buiten te houden.

Bezoek wordt opengedaan door bewakers, zoals deze mevrouw. Er ligt geen inschrijfboek op de balie. Zeggen wie je bent of voor wie je komt, was volgens mensen die Elderenbosch eerder bezochten meestal genoeg om door te lopen. Soms werd vluchtig om identificatie gevraagd.

Binnenkomen is dus niet heel moeilijk. Zeker niet als je een elektricien bent en de stroom net is uitgevallen. Maar hoe is dat dan gegaan?

Jacht op de slaai

De stroom is dinsdag twee keer uitgevallen, zeggen ze bij het experimentele theater ‘Open Podium’ (72 stoelen), dat een ingang heeft aan de zijkant van het gebouw en een dienst-ingang aan de achterkant. Naast de dienstingang hangt een werklift die tot het dak reikt.

Deze dagen speelt De jacht op de slaai, van Lewis Carroll. Een absurdistisch stuk over mannen op een schip die allemaal een beroep of naam hebben met de letter B, en jacht maken op de slaai, een fictief wezen. De bankier onder hen verliest op enig moment zijn verstand.

Omdat de eerste tien voorstellingen in Rusland als première gelden en gisteren de vierde voorstelling uit vijf plaatsvond, had administrator Marina wel wat anders te doen dan zich zorgen maken om haar buren toen de stroom uitviel. De eerste bezoekers werden net verwacht en haar kassa ging op zwart!

Het licht was uit

Elektriciens werden gebeld. Door het theater maar ook door bewoners elders in het huis, denkt de administrator. „In het hele pand was het licht immers uit.”

Hoeveel elektriciens er bij het theater binnengingen, heeft zij door alle consternatie niet gezien. „Maar één ding staat vast: de hoofdingenieur is er steeds bij geweest. Wij laten hier nooit zomaar mensen door.” Ook de dienstingang van het theater heeft een bewaker, die de decorstukken controleert. En er zit iemand tussen de foyer en de backstageruimte, die ook nog de camerabeelden bij de dienstingang in de gaten houdt.

Alle toezicht ten spijt is het duidelijk: een kwaadwillende kon het pand van Elderenbosch op meerdere manieren eenvoudig binnendringen, door zich voor te doen als elektricien. Daarvoor moest wel eerst de stroom van het pand gehaald worden. Het is een doordachte opzet geweest, en de grote vraag van wie die opzet komt, is nog niet beantwoord.

Na het gesprek met Marina blijkt aan de voorkant van het pand de bewaking te zijn veranderd. De blonde invalster is weg. Een man met een speldje op zijn nette pak roept door de kier tussen de houten deuren dat hij niemand binnenlaat. Ook niet een correspondent met vragen over de bewaking? „De bewaking hier is helemaal in orde. Behalve gisteren.”