De hoofdprijs is nu voor ‘geniale gek’ zelf

Hij geldt in Nederland als de meest succesvolle zwemcoach ooit. Bij Jacco Verhaeren, die naar Australië vertrekt, is goud nooit toeval.

Foto Vincent van den Hoogen

De man die als geen ander weet hoe goud wordt gesmeed, hoe van een talent een olympisch kampioen wordt gemaakt. De Nederlandse sportwereld zal nog vaak terugverlangen naar Jacco Verhaeren.

Gisteren werd bekend dat de 44-jarige Brabander, bijna twintig jaar lang het gezicht van de zwembond (KNZB), volgend jaar hoofdcoach in Australië, een van de sterkste zwemlanden ter wereld. Hij ging niet over één nacht ijs: „Australië heeft één nadeel, het is verschrikkelijk ver weg. Verder zie ik alleen maar voordelen”, zei hij begin 2007 in deze krant over een mogelijke overstap. „Het is een fantastisch land en de sportbeleving is uniek.”

Zes jaar later is hij alsnog overstag. Vanmorgen verklaarde Verhaeren zijn verhuizing op een persconferentie in Nieuwegein. „Ik ga absoluut niet uit onvrede weg bij de KNZB. Sterker nog: we waren bezig met een heel mooie missie. Het is de drang naar het avontuur en de mooie uitdaging. Soms komt er iets voorbij wat je niet voorbij wilt laten gaan. Uitdagend is het zeker: Australië wil het beste zwemland worden. Het heeft geweldige coaches en zwemmers. Mijn belangrijkste opdracht: het coachen van coaches.”

Verhaeren werd dit voorjaar voor het eerst benaderd door de Australische bond, toen die bekendmaakte op zoek te gaan naar een nieuwe bondscoach. „Na de WK in Barcelona zijn de gesprekken geïntensiveerd”, verklaarde Verhaeren vanmorgen. Hij reisde drie weken geleden naar Australië om te praten met de bond en zijn visie te geven. „Ik geloof in een goede innovatieve ondersteuning op topsportprogramma’s, goede wetenschappelijke ondersteuning aan de badrand, in de dagelijkse training. Dat heb je op heel veel plekken in Australië nog niet.”

Down under zien ze hem graag komen – Pieter van den Hoogenband en Jacco Verhaeren worden daar sinds de Spelen van Sydney (2000) op handen gedragen. Van den Hoogenband, Inge de Bruijn, de Golden Girls van Beijing, Ranomi Kromowidjojo: niet minder dan tien olympische gouden medailles mocht hij sinds Sydney op zijn conto bijschrijven, al eiste hij nooit voor al die prijzen de eer op.

Al op zijn veertiende wist hij dat hij de beste zwemcoach ter wereld zou worden, memoreerde zijn broer Henk eens. Het bleek geen grootspraak van de man die het zelf probeerde als rugslagzwemmer – maar coachen ging hem veel beter af.

Verhaeren is altijd in wetenschappelijke kring op zoek naar de nieuwste inzichten. Compromisloos in zijn streven naar het allerhoogste, ook al werkte zijn omgeving, inclusief de zwembond, eerder tegen dan mee. Toch bereikte hij met VDH – toen zwemmend Nederland nog in het peuterbad lag – de wereldtop op het meest concurrerende nummer, de 100 meter vrije slag.

Zwembastion Eindhoven, één van de modernste sportlaboratoria ter wereld, behoort nu al tot zijn sportieve erfgoed. Wie de wereld wilde veroveren, trok naar De Tongelreep aan de Antoon Coolenlaan, waar hij klaar stond om al die duizenden onderwatervideo’s te analyseren. En nog eens. Hij is een „geniale gek”, zei Van den Hoogenband eens.

Zijn laatste gouden pupil Kromowidjojo, wereldkampioen en drievoudig olympisch kampioen, noemde hem wel eens plagerig „badmeester”. Hij is de man die Nederland leerde zwemmen. Zijn afscheid van de Nederlandse zwemsport, afgelopen zomer bij de WK in Barcelona, kon wat dat betreft niet symbolischer. Langs de badrand hield Verhaeren er nog een vurig pleidooi voor de borstcrawl als uitgangspunt voor de krabbelende Nederlandse jeugd – in plaats van die houterige schoolslag. Zwemmen moet vooral leuk zijn en spannend – en dat is wat Verhaeren miste in de vaak oubollige zwemles.

Mede door het gebrek aan een echte zwemcultuur stelt het Nederlandse topzwemmen in de breedte te weinig voor, stelde Verhaeren vaak vast. Zie de Spelen van Londen (2012) of de laatste WK: buiten het exceptionele talent Kromowidjojo viel er voor Nederland weinig te vieren. „Kinderen van vijf of zes gaan ze op zwemles om niet te verdrinken”, zei hij in Barcelona. „Na een half jaar verlaten ze met piepende banden het zwembad – en mogen dan een sport kiezen.”

Hij bedoelde het niet eens cynisch. Hij weet hoe het werkt, in Nederland.

Zijn transfer naar Swimming Australia is in dat opzicht niets minder dan de hoofdprijs. Afgezien van de VS heeft geen enkel land een betere infrastructuur voor topzwemmers.

Vorig jaar, na de twee gouden medailles van Kromowidjojo in Londen, trad Verhaeren al terug als coach. Hij besloot zich bij de bond te storten op zijn taak als technisch directeur. Dat de goudsmid uit Rijsbergen voortaan zonder slippers van huis ging, was al een serieuze aderlating voor de Nederlandse zwemsport. Zijn emigratie naar Australië markeert het einde van een gouden tijdperk.

    • Rob Schoof