De Hollandse cultuur is onschendbaar

Sinds Fortuyn mag je in Nederland alles zeggen. Kwetsen mag ook. Maar wie Nederlanders aanspreekt op kwetsende taal, vindt geen gehoor, volgens Anastasia Hacopian.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Deze zomer zaten we buiten bij de buren toen we overvallen werden door piepkleine, zwarte beestjes. Ze waren niet groter dan het puntje van een naald. De buren veegden de beestjes weg.

„Stomme Turken”, zei de buurman.

Ik keek naar hem. „Wat zeg je?”

„Ze heten Turken, die beesten”, legde hij uit.

Toen ik voor het eerst in Nederland kwam, probeerde ik aan iemand uit te leggen waarom ik moeite had met het Nederlandse woord mongooltje, de term voor een persoon met het syndroom van Down.

„Stel je eens voor dat je aan tafel zit met iemand uit Mongolië. Zou je dan dat woord mongooltje nog steeds gebruiken om iemand te beschrijven met een verstandelijke handicap?” Op mijn vraag kwam geen antwoord. Wel volgden een ongemakkelijke stilte en een blik vol onbegrip.

Acht jaar later stel ik geen vragen meer, want de vragen komen toch niet aan. Irritante beestjes worden gewoon Turken genoemd, en daar is blijkbaar niets mis mee.

Aan de minder subtiele opmerkingen ben ik inmiddels ook gewend – over inbrekende Roemenen en Bulgaren, over de Poolse loodgieters die Nederlanders werkloos maken, over zwarte en witte scholen. Ik hoor ze iedere dag. Het doet er niet toe dat ik zelf uit het buitenland kom, dat ik donker ben en Nederlands spreek met een accent.

Ik merk dat al de negatieve aandacht die aan andere culturen wordt besteed het meest zegt over de Hollandse cultuur zelf. De Hollander vindt dat alles in Holland beter is.

Racistisch gedrag

Nederlanders zijn echter niet aan te spreken op racistische uitlatingen of racistisch gedrag. Toen Quinsy Gario daar in Pauw & Witteman de aandacht op vestigde, werd hij aangevallen door zanger en aspirant-burgemeester Henk Westbroek. In de dagen na de uitzending: dezelfde boosheid onder autochtonen, vooral op de sociale media. In Nederland zijn er belangrijkere dingen te doen dan te praten over kwetsend, laat staan racistisch gedrag. Door de bagatellisering van het debat vindt de gekwetste partij geen gehoor en acht de boosdoener zich onschendbaar.

Dit punt werd ook gemaakt door Gario. We horen de stemmen van gekwetsten niet als volwaardige stemmen.

Volgens een deze week verschenen rapport van de Raad van Europa moeten Nederlanders meer doen tegen racisme. Maar hoe moet je met iemand praten die racisme niet herkent? Hoe schep je ruimte in het publieke debat voor een belediging die niet serieus wordt genomen? Hoe leg je bijvoorbeeld uit dat het woord neger niet meer van deze tijd is?

In de uitzending van Pauw & Witteman had Henk Westbroek het over het woord negerzoen. Volgens hem kan ieder woord als scheldwoord worden gebruikt. Of het woord neger kwetsend is, moet maar afhangen van de context.

Aan iemand met zo’n mening moet je dus uitleggen dat het woord uit het slavernijverleden voortkomt en dat zwarte Nederlanders het als beledigend ervaren.

De belangrijkste voorwaarde voor participatie in de multiculturele samenleving is volgens mij het vermogen om zo’n belediging te herkennen, ook zonder hem te kunnen begrijpen. Je gelooft iemand op zijn woord wanneer hij zegt iets als kwetsend te ervaren, ook al vind je het zelf niet kwetsend. In plaats van ermee te spotten of de belediging te liken op Facebook, houd je je in – of beter, bied je je excuses aan. Je gebruikt je vermogen om te incasseren.

Alles zeggen

In zijn Kellendonklezing van 2005, Denkend aan Holland, vatte Thomas Rosenboom de Nederlander als volgt samen:

a) Hij denkt dat hij overal recht op heeft en dat alles om hem draait

b) Hij is ongeremd

c) Hij denkt dat de rest van de wereld hem geweldig vindt

Sinds de moord op Pim Fortuyn ken ik Nederland als het land waar je alles mag zeggen. Iedereen heeft recht op zijn mening, ook als die ten koste gaat van zijn medemens. De door Rosenboom geschetste Nederlander leeft zich uit in een samenleving waar het woord niet wordt ingeperkt.

Klopt het beeld van de huidige Hollander? Is hij, zoals Rosenboom schreef, het vermogen kwijt om zijn ‘eerste impulsen te leren onderdrukken, om zichzelf in te houden’? Kan hij überhaupt nog incasseren? Want in een onschendbare cultuur, zoals de Hollandse, is niemand aan te spreken op zijn gedrag of uitlatingen. In deze cultuur bestaat dan ook geen racisme.

    • Anastasia Hacopian