Britse pers hekelt ‘Guardian’ na kritiek geheime dienst

Kritiek van politiek en MI5 op The Guardian. ‘Schade door NSA-primeurs’. Andere Britse kranten nemen het gretig over.

Het was te verwachten. Gistermiddag kondigde de machtige Lagerhuiscommissie voor Binnenlandse Zaken aan dat ze wil kijken of het lekken van geheime documenten door NSA-klokkenluider Edward Snowden naar The Guardian de staatsveiligheid in gevaar hebben gebracht.

Enkele uren eerder had premier David Cameron op Kamervragen geantwoord: „Het is evident dat wat gebeurd is, de staatsveiligheid heeft beschadigd. The Guardian heeft dat toegegeven toen ze ermee instemden documenten te vernietigen.”

Met enig leedvermaak ziet de rest van de Britse pers het toe. Vorige week al begonnen zij de aanval op The Guardian. Aanleiding was een toespraak van de baas van MI5, de Britse binnenlandse veiligheidsdienst. Hij zei dat de gelekte documenten „enorme schade” hadden veroorzaakt. „Zulke informatie geeft terroristen een voordeel”, aldus Andrew Parker. „Het is het cadeau dat ze nodig hebben om ons te omzeilen. Onmodieus misschien, maar dat is waarom we geheimen geheim moeten houden.”

Hij noemde The Guardian niet. Maar de volgende dag kopte The Sun: ‘Guardians verraad helpt terroristen’. The Times liet een veiligheidskundige aan het woord die zich afvroeg waarom de krant nog niet was aangeklaagd. The Daily Telegraph wees er fijntjes op dat het dagblad „doorging met informatie te onthullen ondanks smeekbedes van de regering geen inlichtingenmethodes te openbaren”.

En de Daily Mail besteedde vier pagina’s, waaronder de voorpagina, aan „de krant die Britse vijanden helpt”. In het hoofdcommentaar schreef de Mail dat het hacken van voicemails en het betalen van politieagenten voor verhalen „bij elke objectieve graadmeter verbleken bij de beschuldigingen van het nieuwe hoofd van MI5”. „Wij geloven dat The Guardian, met dodelijke onverantwoordelijkheid, een grens heeft overschreden door tienduizenden woorden te publiceren over de geheime technieken die worden gebruikt om terroristen te volgen.”

De houding van de collega’s is te verklaren. Het is deels kinnesinne – The Guardian had met de NSA-verhalen opnieuw een wereldprimeur – en deels vergelding. Het is The Guardian die het afluisterschandaal rond News of the World openbaarde, en daarmee de journalistiek in een kwaad daglicht stelde, en die vindt dat de pers beter gereguleerd moet worden.

„De meeste concurrenten denken dat de krant selectief is geweest in zijn omarming van vrijheid van meningsuiting door aan de kant te staan van de voorstanders van meer persregulering”, schreef vorige week John Kampfner, oud-directeur van Index on Censorship en nu adviseur van Google: „Het is tijd voor wraak.”

Of zoals Rod Liddle, columnist van The Sun en The Spectator, het verwoordde: „The Guardians hypocrisie knaagt: overheidscontrole van de pers steunen en verontwaardigd zijn over hacken, en tegelijkertijd medeplichtig zijn aan hacken van een schadelijkere soort.”

De kranten zien zich bovendien gesteund door de publieke opinie. Ophef over het feit dat inlichtingendiensten alle digitale communicatie volgen, bleef in het Verenigd Koninkrijk grotendeels uit.

    • Titia Ketelaar