opinie

    • Arjen van Veelen

Allemaal professionals

De burgemeester van Groningen, Peter Rehwinkel, gaat stoppen. Hij heeft een vrijwilligersbaan aangeboden gekregen als ‘speciaal vertegenwoordiger rampenmanagement door lokale overheden’ in Barcelona. Sommigen vinden dat hij straks onterecht wachtgeld gaat souperen. Ik weet niet precies hoe dat zit, maar op zijn Facebook-pagina las ik een bijzondere zin.

Eerst zegt de burgemeester dat het zijn lang gekoesterde wens is om de slachtoffers van natuurrampen en humanitaire crises beter te hulp te kunnen komen. En dan volgt: ‘Dat ik namens duizenden gemeenten wereldwijd mijn bijdrage mag leveren aan betere facilitering daarbij van lokale overheden, is waar ik in deze fase van mijn leven uitdrukkelijk voor kies.’

Let op dat ‘…mijn bijdrage mag leveren…’. Belangrijke mensen gebruiken wel vaker het dankbaar klinkende werkwoord ‘mogen’ als ze eerder ‘willen’ bedoelen (‘wat een eer dat ik dit topbaantje mag doen’). Maar het bijzondere is dat de burgemeester dit ook eerlijk lijkt toe te geven, als je goed naar de zinsconstructie kijkt. Er staat: ‘Dat ik dit mag… is waar ik voor kies.’

Anders gezegd: ik kies er voor, dat ik dit mag.

Enfin, via deze notabele maak ik even een sprongetje naar compleet iets anders. Ik kies er vandaag voor dat ik dat mag.

Vorige week was ik in het Innovatiehuis in Den Bosch bij een bijeenkomst over het zogeheten Lerarenregister. Het gaat om een beroepsregister, zoals artsen, accountants en notarissen dat al hebben. Sander Dekker, de staatssecretaris van onderwijs, stuurde daarover begin deze maand een brief naar de Tweede Kamer. Hij wil eigenlijk dat alle leraren notabel worden. Ongeveer 5 procent van de leraren heeft zich nu ingeschreven. In 2017 moet inschrijving in het register verplicht zijn voor alle 250.000 leraren in het basis-, voortgezet en mbo-onderwijs. Om in het register te mogen blijven, zul je ‘professionaliseringsactiviteiten’ moeten ontplooien. Nascholing, zeg maar, oftewel: ‘bekwaamheidsonderhoud’.

‘U laat zien dat u een professional bent’, aldus registerleraar.nl.

De bijeenkomst die ik bezocht, heette ‘Nut en Noodzaak van het Lerarenregister’. Er waren ongeveer veertig afgevaardigden van organisaties die ik nog niet kende, zoals de KBO, de Stichting ePortfolio Support, Bureau Ice, Cinop, DDS, Edudelta, It-workz, en ook enkele leraren.

Eerst was er een plenaire sessie met drie sprekers, onder wie Jan Anthonie Bruijn, VVD-senator en hoogleraar geneeskunde. Hij had een goed verhaal over hoe zo’n register bij de artsen functioneerde. Eerst was er weerstand, het had zelfs dertig jaar geduurd voor het er kwam, zei hij, maar nu vond iedereen het fantastisch.

Er bleven vragen. Of er geen wildgroei aan onzinnige nascholingscursussen zou komen. En of je leraren wel kon vergelijken met artsen. Want leraren hadden niet een echte beroepsvereniging, maar een ‘onderwijscoöperatie’, een paraplu voor uiteenlopende belangenclubs.

Met zo’n register heeft het beroep van leraar straks ‘een vergelijkbare status als het beroep van accountant, advocaat en notaris’, schreef de staatssecretaris in zijn brief. Als hij gelijk heeft, lijkt het me goed als er voor alle beroepen snel registers komen. Allereerst voor taxichauffeurs, daarna voor columnisten en burgemeesters. Zodat we allen kunnen laten zien dat we professionals zijn.

    • Arjen van Veelen